nieuws

“Er bestaat veel onduidelijkheid over het begrip …

bouwbreed Premium

“Er bestaat veel onduidelijkheid over het begrip bouwrijp gemaakte grond. Zolang de wetgeving geen eensluidende uitleg geeft hanteert de fiscus zijn eigen richtlijn. De aannemer moet zich daarom vooraf goed laten informeren om claims achteraf te voorkomen.” Nummer 1 van De Aannemer raadt aan voorlopig de uitleg van de fiscus als richtlijn te nemen, zij het dat men daaraan geen rechten kan ontlenen. De belasting noemt een perceel grond bouwrijp wanneer de grond bewerkt is of over voorzieningen beschikt die alleen aan de grond dienstbaar zijn. Het gaat hierbij om zij-aansluitingen op het hoofdriool, leidingen voor nutsvoorzieningen en/of een oprit. Het ministerie van Financien overweegt een wetswijziging om het begrip bouwrijp gemaakte grond een duidelijke en ruime definitie te geven. Een goede analyse van een transactie kan echter nu al claims achteraf over onverschuldigde BTW voorkomen.

“Noch thuis noch op de basisschool komen kinderen bewust in aanraking met techniek.

Vandaar dat het technische beroepsonderwijs nog altijd het vangnet is voor scholieren die in het ‘gewone middelbare onderwijs niet ke meekomen” . Minister dr. J. Andriessen van Economische Zaken noemt dit in nummer 5 van PolyTechnisch weekblad een achterhaalde maar wel hardnekkige opvatting. Onder meer het bedrijfsleven zou meer ke doen dan alleen klagen over verouderde lesprogrammas in het technische onderwijs. Te denken valt aan bedrijfstakverenigingen die meehelpen lesprogrammas te vernieuwen. Tot op heden toonden vooral de installatie- en de motorrijtuigensector en de metaalnijverheid een dergelijke belangstelling. Ook ‘Den Haag’ houdt zich te weinig bezig met technologie en wetenschap, te meer omdat slechts een enkeling uit die richtingen afkomstig is. Beinvloeding van de publieke opinie is echter een kwestie van lange adem. Bedrijven, onderwijs en overheid zullen daarvoor moeten samenwerken en acties opzetten.

“De hoeveelheid nieuwe regels die de overheid jaarlijks op het bedrijfsleven afstuurt is groot.

Vooral kleinere ondernemingen lopen de kans bedolven te raken onder een lawine van aangescherpte normen, nieuwe wetten en aangepaste vergunningen en procedures. In tegenstelling tot grote bedrijven beschikken zij zelden over gespecialiseerde krachten die die toevloed ke verwerken.” Directeur mr. B. ten Doeschate van Schaepman’s Lakfabrieken uit Zwolle pleit desondanks niet voor een soepeler milieubeleid. In nummer 5 van Onderneming vindt hij wel dat er een overzicht moet komen van alle milieuregels en -afspraken. De termijnen voor de realisatie van het beleid moeten meer overeenkomen met de omstandigheden waarin het individuele bedrijf verkeert. Daarbij dient het om regels in Europees verband te gaan wil de realisatie niet ten koste van de concurrentiepositie gaan. Op dit moment lijken alleen de grote concerns garen te speinnen bij de milieuregels omdat zij voldoende middelen ke opbrengen om de milieukosten te betalen. Ten Doeschate verwacht dat sommige bedrijven zullen uitwijken naar het oosten van Europa waar het milieu vooralsnog wat minder interesse geniet.

“Op dit moment is scheefheid in principe geen probleem. Dat wordt het wel op termijn. Het is nu alleen Heerma die een probleem heeft. Het verdelingsbeleid is gepolitiseerd en nu moet er voor de aandachtsgroepen van beleid een oplossing gevonden worden in de voorraad. Dat levert in zoverre een probleem op dat je zonder de huurbescherming aan te tasten mensen moeilijk kunt verplichten om een uit een goedkope woning te vertrekken.” Prof. dr. P. Hooimeyer van de Universiteit van Utrecht noemt het in Corporatie Magazine welbeschouwd betrekkelijk dwaas dat de goedkope voorraad niet eerder in beeld kwam als huisvesting voor mensen met een laag inkomen. Alleen:gaan de huren omhoog om mensen te bewegen te kopen en zodoende goedkope huurwoningen vrij te krijgen dan verkleint de goedkope voorraad. Daarbij ke de steden nieuwbouw in de koopsector realiseren waarvan de kwaliteit kan concurreren met die in suburbane gemeenten en groeikernen. Wil de doorstroming in de steden op gang komen dan vereist dat de inzet van grondgebonden subsidies.

“Alleen al om wille van de normale verdeelsleutel bij de Regie der Gebouwen heelft Vlaanderen niet veel reden om hoog van de toren te blazen.

Omdat heel wat overheidsgebouwen (ook de EG-gebouwen) in Brussel staan gaat 40 procent van het budget naar de hoofdstad. De overige 60 procent wordt omwille van het zogenaamde evenwicht tussen de gewesten verdeeld over Vlaanderen en Wallonie.” Het geldgebrek van de Belgische Rijksgebouwendienst leidt er volgens nummer 6 van Bouwkroniek toe dat alleen al in het Vlaamse Gewest achttien werken werden stilgelegd. Zelfs voor het herstel van daken ontbreken de middelen. Het budget voor dit jaar ging nu al op aan betalingen van rekeningen uit het vorige jaar. Enkele ambtenaren van de Regie vragen zich af of men de dienst niet bewust op een faillisement afstuurt. Het stilleggen van de werken kost de dienst een fors bedrag aan bouwschade, schadeclaims van aannemers, verlengde huurcontracten en renteverliezen. In sommige gevallen zou stilegging van werken meer kosten dat afronding.

Het blad voorziet het ontstaan van een nieuwe Belgenmop.

Reageer op dit artikel