nieuws

“In vergelijking met geindustrialiseerde landen …

bouwbreed Premium

“In vergelijking met geindustrialiseerde landen als Japan en Duitsland is het industriele aandeel in de economische mix van ons land toch al te klein.

Ondanks de gunstige geografische ligging mogen we er niet van uit gaan dat de dienstensector zich kan handhaven als de industriele basis verschraalt.” Fokker-topman E.

Nederkoorn stelt in nummer 1 van De Werkgever dat industriele ondernemingen moeilijk van de grond zijn te krijgen maar dat ze ook razendsnel van het toneel ke verdwijnen. Aan de produktie gaan vele jaren van investeren, ontwikkelen en opbouwen van de marktpositie vooraf. Een maand het salaris niet ke betalen blijkt voldoende om de zaak te sluiten. De Nederlandse overheid dient volgens Nederkoorn een apart fonds te stichten waaruit een onderneming steun krijgt en dat door hetzelfde bedrijf via de opbrengsten van de verkopen wordt aangevuld. Ook buitenlandse bedrijven moeten daarvan gebruik ke maken.

De overheid kan via een bijdrage uit het fonds de voorwaarde stellen dat de produktie in Nederland moet gebeuren.

“Buitenlandse bedrijven stuiten in Japan nog steeds op geweldige problemen. Los van het gecompliceerde en verouderde distributiesysteem dat niet alleen buitenlandse maar ook Japanse nieuwe toetreders tot de markt belemmert, moeten buitenlanders concurreren met Japanse bedrijven die zich sterk richten op vergroting van hun marktaandeel.” VNO-directeur Economische Zaken prof. dr. P. Verhaegen schrijft dit in nummer 1 van Onderneming toe aan het feit dat Japanse bedrijven nauwelijks kapitaalkosten hebben terwijl Westerse bedrijven door hun hoge kapitaalkostenniveau van 16 tot 17 procent zich eerder moeten richten op winstmaximilisatie. In Japan blijken de markten veelal verzadigd met een groot aanbod van kwalitatief hoge produkten. Mede daardoor is het volgens Verhaegen haast onmogelijk voor buitenlandse aanbieders om in Japan goederen en investeringen van de hand te doen. De forse inspanningen in produktiviteit en innovatie hebben tot overschotten in handel en investeringen geleid. Deze overschotten worden nu als een bedreiging ervaren.

“Grote zonne-energiesystemen zijn doorgaans prima van kwlaiteit maar dat geldt helaas niet voor alle kleine apparaten op zonne-energie. Naast de calculator zijn eigenlijk alleen horloges en wekkers op zonneenergie zinvol.” Volgens nummer 1 van Natuur en Milieu bestaan er verschillende typen zonnecellen. Het meest komt de uitvoering in vormloos solicium voor en dan vooral in platte consumentenprodukten.

Het rendement blijft beperkt tot 5 of 6 procent. Grotere systemen maken gebruik van cellen uit mono- of polykristallijn silicium. De laatste variant is eenvoudiger te maken maar kent 1 of 2 procent minder rendement dan de monokristallijne cellen. Het gemiddelde rendement bedraagt 12 tot 14 procent. In onderzoek bevinden zich cellen uit koper-indium-diselenide (CIS) en uit cadmium-telluride (CdTe). Deze varianten komen in de afvalfase als chemisch afval te boek te staan.

“Het gaat niet goed met de BATC, de Brussels Airport Terminal Company, die opgericht werd om de modernisering van de nationale luchthaven in Zaventhem te realiseren en nadien ook commercieel te exploiteren.” Volgens nummer 3 van Bouwkroniek slaagde BATC er tot op heden niet in de bouw naar (financieel) behoren uit te laten voeren. De oorzaak daarvan ligt vooral in de doorlopende wijziging van plannen. Het definitieve ontwerp voor de eerste fase vergt een investering van om en nabij BF15 miljard; een bedrag dat in de nieuwe berekeningen oploopt tot BF23 miljard.

Daarmee benaderen de kosten van de eerste fase het totaal van BF25 miljard dat voor de drie fasen samen werd uitgetrokken. De werken verlopen ondanks de financiele en bedrijfstechnische perikelen redelijk goed. De ruwbouw van het stationsgebouw is nagenoeg gereed. Voorts vindt de aanleg van een ondergronds treinstation plaats en vordert de aanleg van de verkeerswegen. Ook de realisatie van de twee pieren verloopt naar tevredenheid.

“Dow Benelux in Terneuzen en het Havenschap Terneuzen hebben een voorstel geformuleerd voor een po ter uitbreiding en verbetering van bestaande haven en opslagfaciliteiten in en nabij de Braakmanhaven. Het project betekent in totaal een investering van ongeveer f.47 miljoen.”

De goederenoverslag via zeevaart is volgens nummer 5 van P & I-Magazine in het derde kwartaal van 1992 gestegen met 12 procent oftewel 2560000 ton. Het totaal over de eerste negen maanden kwam daarmee uit op 7,2 miljoen ton. De ontvangst aan zeehavengelden steeg met 13 procent en bereikte een totaal van f.2,82 miljoen oftewel f.324000 meer dan in dezelfde periode van 1991.

Reageer op dit artikel