nieuws

Dijkverzwaring is volgens rechter niet mer-plichtig

bouwbreed Premium

De verzwaring van de Erlecomsedam in Ooy is niet merplichtig. Ook andere dijkverzwaringspoen die reeds in uitvoering zijn hoeven, nu het advies van de commissie Boertien bekend is geworden, niet alsnog onderworpen te worden aan een milieu effect rapportage.

Dat heeft de president van de rechtbank in Arnhem mr. L. van der Wey beslist in zijn uitspraak in het kort geding van de Belangenvereniging De Ooyse Dijken en de stichting Red ons Rivierenlandschap, tegen het Polderdistrict Groot Maas en Waal. Van der Wey wees alle eisen af en veroordeelde de eisers tot het betalen van de gedingkosten.

De commissie Boertien stelde in haar vorige week maandag bekendgeworden advies dat dijkverzwaringen in de toekomst mer-plichtig moeten worden omdat natuur en landschap zwaar aangetast worden door het ophogen van de rivierdijken. Van der Wey stelt nu in zijn uitspraak dat het “geen reele politieke optie’ is om op basis van dat advies ook de poen die al in uitvoering zijn mer-plichtig te maken.

De president stelde ook vast dat dijkverzwaringen niet merplichtig genoemd ke worden op basis van de tot nu toe geldende Europese richtlijnen voor de Milieu Effect Rapportage. Een po moet om in aanmerking te komen voor een mer een gebied van minstens vijf kilometer lengte en 250 meter in de breedte beslaan. Dijkverzwaringen vinden altijd plaats over kleine dijkvakken, die geen vijf kilometer lang zijn. De actiegroepen stellen dat de waterschappen de dijkverzwaringspoen met opzet ‘opknippen’ in kleine stukjes om zodoende onder een tijdrovende mer uit te komen. Rechtbankpresident Van der Wey heeft vrijdagmorgen dat argument verworpen. Hij acht het ‘opknippen’

van de dijkvakken geen ontduiking aan een eventuele mer-plichtigheid.

der Wey stelt tenslotte in zijn uitspraak dat de uitvoering van de dijkverzwaring van de Erlecomsedam niet onrechtmatig genoemd kan worden.

Reageer op dit artikel