nieuws

Bouw verruimt restitutie van premies vorstverlet

bouwbreed Premium

Er komt in de bouw een aanzienlijk ruimere regeling voor restitutie van premies vorstverlet, waardoor een veel groter aantal bedrijven ervan kan profiteren. Werknemersvoorzitter A. Visser van het Risicofonds van de Bouwnijverheid maakte dat bekend op BouwMECC 93 te Maastricht.

Hij deed dat bij de officiele introductie van de nieuwe campagne ‘Werkklimaat op maat’

van het Bureau Vorstverletbestrijding van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB).

Zoals bekend beoogt de restitutieregeling bouwbedrijven, die geen of een deel van het vorstverlet declareren, de al betaalde premies tot een bepaald percentage terug te laten krijgen.

Tot nu toe hanteerde het Risicofonds vier percentages. Bedrijven die geen vorstverlet declareerden konden 25% van de betaalde premies tegemoet zien. In gevallen waarin niet meer werd gedeclareerd dan 25% van de betaalde premies bedroeg de restitutie 15%. En als er meer dan 25% maar minder dan 50% in rekening werd gebracht kregen bedrijven 10% terug.

De laatste drie jaar kwam daar nog een verruiming bij. In die zin, dat bedrijven die voor aanvang van de declaratieperiode (lopend van 1 november tot en met 31 maart) schriftelijk verklaarden geen vorstverlet te zullen declareren, 75% van de betaalde premies tegemoet konden zien.

Verleden tijd

Al die percentages behoren volgens Visser nu tot het verleden. Want het bestuur van het Risicofonds heeft besloten met ingang van de komende declaratieperiode te gaan werken met premies van respectievelijk 60, 40, 20 en 80%.

‘Dit systeem doet meer recht aan bijvoorbeeld de bedrijven die altijd binnenwerk verrichten, maar wel de maximale premie betaalden. Zij krijgen nu, als ze verklaren geen vorstverlet te zullen declareren, 80% van hun verschuldige premie retour.’

Volgens hem maakt deze ingrijpende wijziging van de restitutieregeling duidelijk dat er veel meer bedrijven in de bouw zijn die hiermee hun voordeel ke doen: ‘Hoe minder men declareert, hoe hoger de restitutie. Om dit te ke realiseren zal men de zaken goed voor elkaar moeten hebben. De verplichte vorstmaatregelen blijven een voorwaarde. Dit impliceert dus organiseren, plannen, afspraken maken met onderaannemers etc.’

Hij wees er op dat het Bureau Verletbestrijding daarbij van grote betekenis kan zijn. Dat kan namelijk op maat gesneden adviezen geven, waardoor het mogelijk wordt de maximale premierestitutie binnen te halen.

Hoge kosten

Visser toonde zich in dit verband erg ingenomen met de nieuwe campagne ‘Werkklimaat op maat’ van het Bureau, opgezet en uitgevoerd in samenwerking met de Stichting Sociaal Fonds Schildersbedrijf en het Bedrijfschap Schildersbedrijf.

Klimatologisch verlet kost de bouw als geheel f. 25 miljoen aan uitkeringen ten behoeve van cao-medewerkers op de bouwplaats. Hierbij zijn de overheadkosten niet meegerekend: ‘Tel je die erbij op dan kost een dag vorstverlet de bouw een dikke f. 50 miljoen.’

Er is dus alles aan gelegen met adequate en effectieve maatregelen de vorstverletkosten terug te dringen. Bovendien geeft optimale bestrijding van vorstverlet een vermindering van het ziekteverzuim, zodat ook langs die weg kosten in de bouw worden bespaard.

Namens de besturen van het Risicofonds en het Bedrijfschap voor het Schildersbedrijf prees voorzitter M. E. E. Boon van het Nederlands Christelijk Ondernemersverbond voor het Schildersbedrijf de intensieve samenwerking tussen zijn bedrijfstak en de bouw om het vorstverlet te bestrijden.

Winterschilder

De schilders proberen de komende maanden opnieuw met een premie de markt voor onderhoudsbinnenschilderwerk te stimuleren. Dit keer onder de slogan ‘Winterslaap of winterschilder?’.

‘Die winterslaap willen we vermijden. Maar dat valt lang niet altijd mee. Ook al doen we als bedrijfstak zelf steeds meer moeite om in de slechtere maanden van het jaar de vaart erin te houden, toch blijkt een oud vooroordeel nog moeilijk definitief uit de wereld te helpen: schilderwerk is seizoenwerk. Met name nog teveel opdrachtgevers lijken er toch nog steeds zo over te denken’, zei hij. ‘Juist in de wat gure maanden moeten we met z’n allen extra wakker blijven. En waar nodig anderen wakker schudden. Extra alert zijn op de mogelijkheden die er wel degelijk zijn, zonder daar meteen enorme investeringen voor te hoeven doen. Want er kan veel meer dan menigeen denkt.’ Wat Boon betreft behoren de vorstverzuimregelingen in de bouw en het schildersbedrijf eigenlijk niet meer te zijn dan een uiterste redmiddel, een laatste vangnet: ‘Voor als het echt niet anders kan.’

Reageer op dit artikel