nieuws

Plan Wilhelminapier kost f.1,5 miljard

bouwbreed Premium

De ontwikkeling van de Wilhelminapier, als onderdeel van de Rotterdamse Kop van Zuid, gaat zon slordige f.1,5 miljard kosten. Hoewel er momenteel nog geen markt bestaat die overeenkomt met de omvang en kwaliteit van de aangeboden kantoorruimte op de pier, zijn de particuliere ontwikkelaars van mening dat de ruimte wanneer de economische omstandigheden verbeteren kan worden verkocht.

De Rotterdamse wethouder van ruimtelijke ordening, dr.J.M. Linthorst, gaat er dan ook vooralsnog vanuit dat in 1995 met de bouw kan worden begonnen. Dat blijkt uit het masterplan Wilhelminapier dat gisteren door Sir Norman Foster Associates in de havenstad is gepresenteerd. Het architenbureau kreeg hiervoor samen met de private partijen Laing Management Ltd. uit Engeland, SAE uit Frankrijk en MBO uit Amsterdam eerder dit jaar van de gemeente Rotterdam de opdracht. In het masterplan wordt uitgegaan van de ontwikkeling van ongeveer 200000 m2 bvo kantoorruimte, 1000 woningen en 35000 m2 bvo overige voorzieningen. De opzet van het gisteren gepresenteerde masterplan gaat uit van een integratie van de nabij gelegen gebieden en de revitalisering van het waterfront. Het master plan biedt verder de mogelijkheid tot behoud van een aantal historische gebouwen waarin een deel van de stedelijke functies wordt ondergebracht. Zo wordt het oude kantoor van de Holland Amerika Lijn momenteel tot hotel omgebouwd. De werkplaatsen van Van den Broek en Bakema zullen volgens het voorgestelde plan worden gerenoveerd om vervolgens een woonfunctie met winkels op de begane grond te krijgen. Hetzelfde geldt voor bestaande pakhuis aan de voet van de Pier dat eveneens een woonbestemming krijgt.

Driezoneplan

De partijen hebben, door gebruik te maken van het bestaande wegenpatroon van de Pier, een driezoneplan ontwikkeld. Aan de noordkant, aan de zijde van de Nieuwe Maas, is in het voorstel een ruimte met voornamelijk commerciele hoogbouw gepland. Deze zone wordt aan beide kanten van de bestaande terminal van de HAL door middel van zichtlijnen verdeeld in afzonderlijke bouwterreinen. Door deze zichtlijnen, zo is de achterliggende gedachte, zal de hoogbouw in groepen worden opgesplitst en krijgt de stad een nieuw en herkenbaar silhouet. Momenteel wordt de terminal van de HAL uitgebreid en ten dele gerenoveerd als onderkomen voor een nieuw ‘marine simulator centrum’, een centrum voor onderwijs, training en onderzoek en zal er in de toekomst een grote tentoonstellingsruimte worden ondergebracht.

Middenzone

In de middenzone bevinden zich de al eerder genoemde historische gebouwen van onder andere de HAL. Ook zullen er in deze zone nieuwe gebouwen komen, die niet hoger zullen zijn dan de bestaande bebouwing. De nieuwe gebouwen zullen bestaan uit een internationaal congrescentrum, met 1000 zitplaatsen en twee kleinere kantoorgebouwen. Tegenover de Rijnhaven, in de zuidelijke zone, zijn door de private partijen woontorens gepland met lagere gebouwen aan de straatkant en particuliere tuinen ertussen. Als toe gang tot de Pier zal bij de aanlanding van de Erasmusbrug een po met een gevarieerde invulling worden gerealiseerd. Op deze plaatsen moeten woningen, kantoren en een hotel worden gebouwd. De ontwikkelaars benadrukken in het masterplan dat er op dit moment nog geen markt is die overeenkomt met de omvang en kwaliteit van de voorstellen. Wel zeggen de betrokkenen ervan overtuigd te zijn dat “wanneer de economische omstandigheden verbeteren” de ruimte kan worden verkocht.

Zeker

Wethouder Linthorst is er zeker van dat in 1995 met de realisering van het po kan worden begonnen. De oplevering zal ergens in het jaar 2010 zijn. Het masterplan wordt in februari bestuurlijk behandeld. Na goedkeuring zal overleg volgen tussen de partners van het consortium om de startovereenkomst verder uit te werken. Dan zullen er tevens afspraken voor fase twee worden gemaakt. Het gaat hierbij onder meer om de verdere uitwerking van het masterplan, de participatie van de private partijen in het consortium, het logistiek thema, de fasering en de uitgifte. Een ontwikkelingsovereenkomst sluit deze fase af. Linthorst verwacht die overeenkomst na de zomer van 1993.

Reageer op dit artikel