nieuws

Pionierende Nederlander is uitstekende baggeraar

bouwbreed Premium

Bagger… het klinkt naar lieslaarzen, piepende baggermolens, Sliedrechtse slib en de reclame van zware shag. Romantiek, avontuur en nostalgie omgeven de Nederlandse baggerindustrie. De realiteit is anders. Achter de ‘breed geschouderde shag rokende baggeraars gaat een miljarden-industrie schuil, die zorgt voor de veiligheid van vele miljarden mensen. Een gesprek over het wel en wee van deze bouwsector met de scheidende bestuursvoorzitter van Koninklijke Boskalis Westminster, Leen Verstoep. “Nederlanders houden van pionieren en doen het daarom goed in de baggerindustrie.”

De baggerindustrie staat weer in de belangstelling. Door de aanleg van het vliegveld Chek Lap Kok in Hong Kong, kosten rond de f.6,6 miljard, staan de media vol over de activiteiten van Ballast Nedam, Hollandsche Aanneming Maatschapij (Ham) en Koninklijke Boskalis Westminster. Zinnen als ‘baggerorder van de eeuw’ duiken op. Van de vrije markt nemen de Nederlanders inmiddels de helft voor hun rekening. Het niet voor hen toegankelijke deel van de wereldbaggermarkt is in handen van ‘lokale

monopolies, zoals staatsbedrijven in Frankrijk, in India en andere moeilijk te penetreren markten als de VS. Maar die moeten vaak vanwege het tekort aan vakkennis de Nederlanders weer inschakelen.

Kortom, er breken goede tijden aan en de export stijgt gestaag?

“Maar, het is wel eens anders geweest in onze industrie’, relativeert Verstoep, die sinds 1955 in deze sector actief is.

“We hebben moeilijke jaren doorgemaakt na het aflopen van poen in het MiddenOosten.”

Na de gouden tijden in het Midden-Oosten stortte de baggermarkt halverwege de jaren tachtig totaal in. Het gevolg was het ontstaan van overcapaciteit en de prijsdumping die daaruit voortvloeide, waardoor duizenden baggeraars over de gehele wereld hun baan verloren en veel schepen werden opgelegd, of naar de sloop gingen. “In de goede jaren is er veel geld gestoken in het laten bouwen van baggermaterieel.

Nadat de markt inzakte, was er veel te veel materieel, dat ook nog eens heel modern was.

Er is toen behoorlijk wat kapitaal vernietigd.”

Ook zijn eigen bedrijf, het grootste baggerbedrijf ter wereld, raakte zwaar in de problemen. Net als zoveel andere bouwers bestond Koninklijke Boskalis Westminster (KBW) in die dagen uit een veelheid van bedrijven en bedrijfjes.

Een koude sanering in 1985 bracht de onderneming weer terug tot de kernactiviteit:baggeren. Sinds 1988 is het beursfonds weer winstgevend.

Met de aankoop van baggerbedrijven als Zanen Verstoep en het Duitse Heinrich Hirdes is KBW versterkt.

De grootste zorg voor Verstoep is dat zijn opvolger Rob van Gelder, maar ook de concurrentie beheerst met de groei zullen omgaan. Tijdens de presentatie van de cijfers over 1991 verklaarde Verstoep dat de groei makkelijk kan worden opgevangen zonder capaciteitsuitbreiding. “Nu het beter gaat door grote opdrachten uit het Verre-Oosten, moet dus niet onmiddellijk worden begonnen met het laten bouwen van capaciteit. Want dan hebben we niets van het verleden geleerd.” Een bijkomend voordeel voor de baggersector is dat de prijzen bij een tekort aan materieel weer omhoog ke. Vooral de activiteiten in Hong Kong nemen veel capaciteit uit de markt. Volgens Verstoep wordt er nu nog ‘goedkoop’ gebaggerd. “Als uitvloeisel van de achterliggende periode van sanering is het prijsniveau uiterst bescheiden. Onze klanten hebben van de overcapaciteit mooi gebruik gemaakt. De inkomsten zijn nog steeds niet voldoende om nieuwe schepen als vervanging van de bestaande te ke betalen. Maar de prijzen worden hier en daar beter.” Het beleid van zijn bedrijf is erop gericht bij hoge bezettingsgraden en een scherpe maar eco nomisch reele prijsvorming, het rendement te verbeteren.

“De rentabiliteit ligt tussen de 15 en 20 procent, maar wordt verkregen op een half afgeschreven vloot. Het is dus nog te weinig. Maar ik blijf waarschuwen voor overhaaste nieuwbouw. Voorlopig hebben we dan ook geen plannen in die richting.”

Automatisering

De automatisering heeft de sector veranderd. “Het romantisch piepen van de baggermolens is over” , grapt Verstoep.

“Daar komt bij dat baggeroperaties, in tegenstelling tot het verleden, meer vanuit het kantoor worden geleid. Van enig centralisatie is nu wel sprake.

Door de computerisatie kan dat plaatsvinden.”

Een nieuw werkgebied voor deze sector is de zorg voor het milieu. Door de immense vervuiling ligt er veel verontreinigd slib in rivieren als de Rijn en de Maas. Door het maken van gigantische depots voor de Nederlandse kust kon deze verontreinigde grond enigzins acceptabel worden afgevoerd.

In het dit jaar verschenen SMO-boekje De economische kracht van de bouw, maar ook door de Vereniging Centraal Baggerbedrijf wordt het milieu als een belangrijke groeimarkt aangegeven. Alle grote bouwers, zo stelt het boek, zijn zich aan het orienteren of hebben al activiteiten. Zo doet baggeraar Boskalis veel onderzoek naar de mogelijkheden van het selectief baggeren van verontreinigd slib. “Onze opdrachten worden tegenwoordig beinvloed door milieu-aspecten. We moeten het in de Slufter onder Hoek van Holland spuiten in plaats van op zee. In het buitenland gelden overigens ook zware eisen.

Een gevolg van de zware milieu-eisen is dat Nederlandse rivier- en kanaalbodems niet worden gebaggerd. Men weet soms niet waar we met het slib heen moeten en de fondsen zijn ontoereikend. Het gevolg is dat er een stagnatie is opgetreden. Op termijn zal milieu fors aan de omzet van de baggersector gaan bijdrage. Op dit moment verkeert het allemaal nog in het stadium van het schrijven van rapporten.”

De Nederlandse ziekte, veel praten en notas schrijven maar weinig daden, is van toepassing op de schoonmaak en verdieping van rivieren. De mening van Verstoep is dat met praten de bodems niet schoner worden. “Door het als maar uit te stellen wordt de schoonmaak veel duurder. Ik ben voorstander van het gecontroleerd opslaan en afdekken. Maak er desnoods recreatieterreinen van. Want het verwijderen van zware metalen uit het slib is nu nog steeds een technisch onmogelijke zaak.

Maar ik realiseer me wel dat de politiek aarzelt, omdat het gaat om enorme investeringen.”

Hong Kong

Als geen andere industrie heeft men geleerd om samen te werken. Veel van de opvallende poen hebben een dermate grote omvang dat de hoofdaannemer het niet alleen aan kan. Op dit moment tracht Ballast Nedam, hoofdaannemer van de opspuit- en baggeractiviteiten van het nieuwe vliegveld van Hong Kong, met de andere Nederlandse baggerconcerns een samenwerkingsverband te vormen. “Op deze manier komen ze aan capaciteit en dat is een goede manier” , verklaart Verstoep, voor het eerst heel voorzichtig formulerend. “Grote pieken zoals dit po moet je collectief te lijf. De discussie spitst zich nu toe op het verdelen van de financiele risicos die aan de order kleven. Je moet de mensen die het hebben aangenomen een kans geven om er redelijk uit te springen.”

Maar was het niet zinvoller om als de ‘Baggercombinatie Nederland’ (fictieve naam) gezamenlijk in te tekenen. In plaats van nu achteraf een samenwerkingsverband te gaan opzetten?

“Je tekent altijd als bedrijf afzonderlijk in. De reden is dat we geen samenwerkingsverband vormen met civiele partners die een eigen concurrende baggerafdeling hebben. Ik heb geen zin om de bagger-dochter van een concurrent het vak te leren. Dus als we sterke civiele partners zoeken, slaan we HBG over. Overigens pikt de markt het niet als alle grote Nederlandse baggeraars bij elkaar komen. Er is dan toch sprake van monopolie. Vooral Rijkswaterstaat zal hier grote bezwaren tegen maken.”

Reageer op dit artikel