nieuws

Palestijnen willen van Gaza havenstad maken

bouwbreed Premium

De aanleg van een grootschalige haven in Gaza kan een belangrijke bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling in de eerste jaren van het verwachte Palestijnse zelfbestuur. De benodigde werken aan de Middellandse Zee vergen een investering van om en nabij f.380 miljoen. De bouw hoeft bij de inzet van zon 22000 werknemers niet langer dan 26 maanden te duren. Tot het project behoren verder de inrichting van een industriele zone en de aanleg van een eiland.

Na de oplevering en ingebruikname van het po kan Gaza volgens vele ter zake kundigen uitgroeien tot het ‘Hong Kong van het Midden-Oosten’. Uitvoering van de voorgestelde werken luidt het tweede leven van Gazas haven in. De aanleg van een spoorlijn tussen Jaffa en Jeruzalem bracht een aanzienlijke vermindering in de activiteiten teweeg. De ontwikkelingen die na 1948 plaatshadden brachten het restant tot stilstand. Van de haven bleef alleen een enkele meters lange aanlegsteiger over.

Sinds de Israelische regering de Palestijnen in de bezette gebieden een nog uitermate beperkte vorm van zelfbestuur toestaat, trekt de steiger internationale aandacht. Op grond van die aandacht moet op termijn een haalbaarheidsstudie uitsluitsel geven over de havenwerken. De Palestijnen willen dat de haven er hoe dan ook komt omdat deze infrastructuur de nationale identiteit onderstreept. Temeer omdat voor de aanleg en exploitatie van de haven nationale organisaties in het leven moeten worden geroepen. Daarbij vermindert een haven in Gaza de afhankelijkheid van Israelische en Jordaanse voorzieningen.

Overslag

Jordanie kan in niet onbelangrijke mate profiteren van Gazas haven omdat die onder meer Jordaanse bedrijven de mogelijkheid tot overslag biedt. De havens van Gaza aan de Middellandse Zee en de haven van Akaba aan de Golf van Akaba die in de Rode Zee uitkomt ke daarbij samenwerken. Verder zou Egypte aanzienlijk profijt ke trekken van de laatste optie wanneer het een begin maakt met de voorgenomen agrarische ontwikkeling van de Sinai.

Wil het zover komen dan dienen er eerst sluitende afspraken te komen over de status van de Westbank en Gaza. Bij velen in deze regio bestaat de vrees dat de haven van Gaza onder Israelisch toezicht komt te staan en de Palestijnse inbreng beperkt blijft tot arbeid.

Discussie bestaat er verder over de vraag wie het po moet financieren. Sommigen zien de beste oplossing in financiering uit Palestijnse bronnen waaraan geexpatrieerde Palestijnen een niet onbelangrijke bijdrage ke leveren. Wil het havenpo doorgang ke vinden dan zullen ook buitenlandse instellingen en organisaties leningen en schenkingen beschikbaar moeten stellen.

Japan

De Kamer van Koophandel van Gaza liet eerder weten dat Japan een bedrag van zon f.800 miljoen zou verstrekken. Japanse bronnen in Jordanie en Israel bestrijden evenwel dit bericht. Ook het ontwikkelingsbureau van de Verenigde Naties zegt niets te weten van deze toezegging. Naar verwacht zullen internationale investeerders niet alleen naar het nationale Palestijnse belang kijken maar de economische ontwikkeling in het omliggende gebied eveneens bij hun beslissing betrekken. In dat geval zou men ke besluiten dat aanpassing van de bestaande Israelische havens ook volstaat.

Exploitatie van de haven en de industriele zone houdt tevens verbetering van het wegennet in. Alle, behalve de gemeentelijke, wegen in de Westbank vallen onder Israelische controle. De wegen die er sinds 1967 bijkwamen dienen vrijwel alleen militaire doelen. Het bestaande net van Jordaanse wegen werd verwaarloosd om te voorkomen dat mensen er gebruik van zouden maken.

Ongeveer de helft van het wegenbestand in Gaza is onverhard. Mede door de voorgenomen werken zullen zon 600000 vluchtelingen zich op de Westbank en Gaza vestigen.

In een periode van drie tot vijf jaar dienen er dan ruim 100000 woningen bij te komen. De kosten daarvan belopen pakweg f.16 miljard. In het verlengde van de woningbouw ligt verbetering van het elektriciteitsnet en aanleg van waterleiding en riolering.

Franse hulp

Frankrijk liet intussen weten Israel en Jordanie hulp te willen bieden bij de aanpak van de infrastructuur. Parijs stelt voor het spoorwegnet te herstellen dat voor 1948 de verbindingen in het oostelijke Mediterrane gebied verzorgde.

Twee spoorlijnen legden toendertijd een verbinding tussen Cairo via de Palestijnse en Libanese kust met Syrie. De andere lijn verbond Damascus met Jordanie. Het grootste deel van dit net is sinds veertig jaar buiten gebruik. Parijs wil als eerste activiteit de lijn tussen Tel Aviv en Haifa elektrificeren en tussen Tel Aviv en en havenstad Eilat aan de Rode Zee een lijn aanleggen.

Reageer op dit artikel