nieuws

Leiden klaar voor forse aanpak stationslocatie

bouwbreed Premium

Tj. van Rij, de Leidse wethouder van ruimtelijke ordening, zegt een tevreden man te zijn. Hoewel de exacte rijksbijdrage voor het Leiden Centraal Project nog niet helemaal vaststaat, is inmiddels wel duidelijk dat de uitvoering van het ambitieuze plan nog slechts een kwestie van tijd is. Leiden krijgt, zo weet de wethouder zeker, zijn autotunnel en, waar het uiteindelijk allemaal om was begonnen, een heringericht Stationsplein. En dat allemaal voor de somma van f.142883000.

Sinds 1975 wordt er in het Leidse al gestudeerd op het vinden van een oplossing voor de toenemende verkeersdruk op het Stationsplein. Het plein vormt een belangrijke schakel in het hoofdwegennet van het stedelijk gebied gelegen tussen de A4 en A44. Tel daarbij op dat het Station Leiden het centrum van een regionaal openbaar vervoersknooppunt vormt met in 1990 40500 in- en uitstappende treinreizeigers per dag en dat er op diezelfde dag ook nog eens 41500 busreizigers in het gebied te vinden zijn, dan kan worden geconcludeerd dat het er druk is.

“En die druk neemt” , zo vertelt Van Rij, “alleen nog maar toe.” De Nederlandse Spoorwegen zagen dit al eerder en besloten het Leidse station ingrijpend te verbouwen en uit te breiden. Deze werkzaamheden zijn inmiddels in volle gang en moeten, zo is de verwachting, rond het jaar 1996 zijn afgerond.

Oplossing

De diverse studies die er naar een oplossing voor de toenemende verkeersdruk zijn gedaan resulteerde uiteindelijk in een ondertunneling van het Stationsplein. Op het plein, gedeeltelijk dus op het dak van de tunnel, wordt naast een compact busstation ook ruimte voor taxistandplaatsen en de afwikkeling van voor- en natransport van bus- en treinreizigers gecreeerd. Daarnaast betekent realisering van het po een geintegreerd openbaar vervoersknooppunt rond het vernieuwde NS-station, de inrichting van een hoogwaardige openbare ruimte en een verdichting van de stationsomgeving met gemengde functies.

In dit kader wordt gedacht aan de bouw van 305 woningen en 74000 m2 kantoren. “Er ontstaat met dit plan een kwalitatief hoogwaardige A-locatie’, zegt Van Rij, en er klinkt het nodige enthousiasme door in zijn stem. “Ik ben” , zo geeft hij desgevraagd dan ook toe, “altijd een groot voorstander van dit plan geweest. En dat kan niet van iedereen worden gezegd.”

Scepsis

Hiermee doelt de wethouder vooral op de Leidse gemeenteraadsleden die aanvankelijk de nodige scepsis hadden over het po. Dat kwam niet in de te plaats door de hoge kosten die met de uitvoering gemoeid zijn. “Aanvankelijk werd uitgegaan van f.45 miljoen. Uit latere berekeningen werd duidelijk dat de kosten bijna drie keer zo hoog uit zouden vallen. Hetgeen de nodige aarzeling in de gemeenteraad teweeg bracht.”

Die aarzeling werd volgens de wethouder mede gevoed door wat hij noemt “het karakter”

van een Leidenaar. “Een Leidenaar” , zo verduidelijkt hij, “is bescheiden. Al snel wordt gedacht dat we iets niet aanke. Dat komt misschien ook door de houding van de buitenwacht. Zo gaat in Nederland nog steeds het fabeltje dat de Leidenaar het laagste IQ van het land heeft. Onzin natuurlijk, maar het versterkt wel het vaak negatieve beeld wat een Leidenaar van zichzelf heeft. Neem nu ook alleen maar het feit dat we al heel lang een artikel 12-stad zijn.

Nu eindelijk begint het er naar uit te zien dat we binnen niet al te lange tijd financieel weer op eigen benen ke staan.”

Overwinning

In die zin noemt Van Rij het dan ook een overwinning van Leiden dat het heeft doorgezet.

Zo draagt de gemeente zelf f.30 miljoen bij aan de realisering van het project. “Er zijn heel wat hobbels geweest.

Maar” , zegt hij op vastberaden toon, “binnen het college is er nooit aan de haalbaarheid van het Leiden-Centraal-Po getwijfeld.”

Volgens Van Rij ook in het begin van dit jaar niet toen minister Maij-Weggen van Verkeer en Waterstaat liet weten het plan “slecht” te vinden, en voorlopig van financiering af te zien. “Natuurlijk hebben we toen even moeten slikken, maar zijn vervolgens direct begonnen met het opstellen van een rapportage over de voor- en nadelen van de aanleg van de autotunnel en de gevolgen voor het openbaar vervoer wanneer de tunnnel er niet zou komen.”

Deze inzet resulteerde in de nadere studie Leiden Centraal Projekt waarin glasheldere conclusies duidelijk maakten dat uitvoering van de plannen de status van Leiden als openbaar vervoerknooppunt alleen maar zou versterken. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat ging overstag en toen ook nog eens in de Tweede Kamer tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie door middel van een motie aandacht voor de kwestie werd gevraagd, is de kogel door de kerk. “Ik vind” , zo wil Van Rij kwijt, “het een verdienste van het ministerie dat het eerlijk heeft aangegeven zich vergist te hebben.”

Stroomversnelling

De planvorming van het grootschalige po lijkt nu in een stroomversnelling te komen.

Lijkt, want Van Rij benadrukt dat ondanks het feit dat er onzekerheid over de rijksbijdrage bestond de planvorming geen moment is gestopt. Bedoeling is dat binnenkort het bestek voor het po wordt opgesteld. Hiervoor wordt de poontwikkelaar Mabon benaderd. “Mabon heeft tevens deze variant die nu moet worden uitgevoerd opgesteld. We hebben gewoon een morele verplichting om eerst met de Mabon te gaan praten.”

Vervolgens hoopt Van Rij dat nog in 1993 met de eerste handeling wordt begonnen. Dat betekent dat naast het station met de graafwerkzaamheden voor de tunnel wordt begonnen. Door middel van een omleiding moet het verkeer uit de buurt worden gehouden. Een periode van twee jaar van files en boze automobilisten breekt voor dit gebied dan aan. Leiden probeert deze tijd zo kort mogelijk te houden.

Bouwmethode

Daarom is ook gekozen voor de zogenoemde dichte bouwmethode. Dat wil in de praktijk zeggen dat zodra de tunnelwanden zijn geplaatst er een dekplaat overheen wordt gelegd zodat het verkeer zijn gewone, met hier en daar wat aanpassingen, weg kan gaan.

Van Rij gaat er vooralsnog van uit dat de tunnel in de loop van 1996 wordt opgeleverd. Vervolgens kan aan de bouw van de kantorenruimte en de woningen worden begonnen. Zo alles bijelkaar moet het Leiden Centraal Po in 1998 zijn afgerond. “Eigenlijk” , zegt Van Rij na een korte stilte, “gaat het heel mooi. Alles in een reuze goed tempo…”

Reageer op dit artikel