nieuws

‘Gebrek aan kwaliteit leidt tot verpaupering’

bouwbreed

Het is noodzakelijk dat gemeenten vaart maken met het opstellen van een integraal architectuurbeleid, waarbij de kwaliteit van de woonomgeving voorop staat. Zeker met het oog op de taakstelling van het rijk om binnen een termijn van 25 jaar 700000 woningen in de Randstad te bouwen. Het gebrek aan kwaliteit kan leiden tot verpaupering van wijken en buurten met alle gevolgen van dien.

Dit stellen de Stichting Q en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in de rapportage ‘Meer dan mooi alleen.

Handreikingen voor gemeentelijk architectuurbeleid’. Het boekje is gisteren op een manifestatie over het gemeentelijk architectuurbeleid in Haarlem aan minister Hedy D’Ancona aangeboden.

De stichting Q is eind vorig jaar door twintig middelgrote gemeenten in het leven geroepen. Voornaamste doel van de oprichting was om het werk dat sinds 1988 door de Werkgroep 5×5 is verricht, zoals de stichting zelf schrijft, “handen en voeten te geven” . Zoals bekend bestond de Werkgroep 5×5 uit vertegenwoordigers van een vijftal disciplines namenlijk:wethouders, architecten, kunstenaars, vertegenwoordigers van bewonersgroepen en opdrachtgevers. Diverse onderwerpen zijn in de loop der tijd door de werkgroep aangesneden. De Stichting Q, waarvan de q dan staat voor kwaliteit, richt zich in het verlengde van de werkgroep op de beleidspraktijk en de daarbij benodigde instrumenten.

Uitgangspunt

In de eerste uitgave van de stichting, die in samenwerking met de Vereniging van Neder landse Gemeenten en met subsidie van de ministeries van VROM en WVC tot stand is gebracht, wordt dan ook een praktische weg uitgestippeld naar een integraal architectuurbeleid.

“Uitgangspunt daarbij is” , zo wordt in de rapportage benadrukt, “dat ‘overdaad schaadt’, en dat een integraal architectuurbeleid slechts heel langzaam, met kleine stapjes en veel overtuigingskracht kan worden bereikt.”

In ‘Meer dan mooi alleen’ zijn door de stichting Q en de VNG ‘Gouden regels’ voor een gemeentelijk architectuurbeleid opgesteld. Die regels zijn onderverdeeld in de drie fases:Inspiratie, Instrumenten en Integratie. Voor wat betreft de eerste fase wordt onder andere de regels:’trek enthousiaste deskundigen aan’, ‘maak minstens een opdrachtgever medeplichtig’ en ‘zorg voor een zichtbaar resultaat’genoemd.

Bij de tweede fase zijn in de ogen van de opstellers zaken als ‘probeer een architectuurklimaat te ontwikkelen’, ‘start tijdig een dialoog met alle op drachtgevers’ en ‘doe iets anders dan anders’ van belang. Bij de fase Integratie moet gebruik worden gemaakt van vuistregels zoals ‘zoek de publiciteit’, ‘gebruik de openbare ruimte om ambities duidelijk te maken’ en ‘hou het architectuurdebat levend en levendig’.

Instrumenten

Daarnaast spelen, zo wordt geconcludeerd, de drie “belangrijke’ instrumenten zoals het opdrachtgeversbeleid, grondbeleid en de welstandscommissie een grote rol bij de totstandkoming van een integraal gemeentelijk architectuurbeleid. Voor wat betreft het opdrachtgeversbeleid wordt benadrukt dat gemeenten de opdrachtgever als verantwoordelijke voor de architectonische kwaliteit van een gebouw veelal van deze kwaliteit moeten overtuigen. “Eenzijdig opleggen van dwingende eisen heeft absoluut geen zin. De gemeente moet zoveel mogelijk aansluiten bij de belangen van opdrachtgevers en de verwachtingen die zij hebben van de gemeente. Dat stelt” , zo wordt daar aan toegevoegd, “hoge eisen aan de organisatie van het planproces en het inhoudelijk kader.”

Voor wat betreft het grondbeleid pleit de stichting er voor dat het Grondbedrijf de taak krijgt de planeconomie dienstbaar te maken aan de “kwalitatieve uitgangspunten van de gemeente’. Het welstandsbeleid wordt door de opstellers gezien als de motor achter het architectuurbeleid: “de welstandscommissie kan immers slechts goed opereren binnen een politieke visie op de kwaliteit van de gebouwde omgeving” .

Haast

De Stichting Q pleit er verder voor dat met het opstellen van een integraal architectuurbeleid door de gemeenten haast moet worden gemaakt. Dit zeker met het oog op de Vinextaakstelling, die uitgaat van de bouw van 700000 woningen in de Randstad in een periode van 25 jaar. “Het gebrek aan kwaliteit” , zo wordt er in de rapportage dan ook gewaarschuwd, “kan leiden tot verpaupering van wijken en buurten, waardoor minder gewilde woningtypen steeds moeilijker verhuurbaar worden. De traditionele eensgezinswoning is niet meer alleen zaligmakend.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels