nieuws

Bouwondernemers en eigen bouwers in vrije sector

bouwbreed

Over de eerste zeven maanden van dit jaar werd er voor bijna 50000 woningen bouwvergunning verleend, waaronder 49% voor de geheel vrije sector. Het aandeel van de bouwers voor de markt hierin liep per provincie sterk uiteen. In sommige provincies nemen de eigen bouwers de meerderheid van dit marktsegment voor hun rekening.

De bijna 24000 geheel ongesubsidieerde woningen (dus exclusief de vseb) vormden 49% van alle woningen. Het marktaandeel van de bouwondernemers daarvan beliep met 13300 woningen gemiddeld 56%. Het was vooral hoog in Flevoland en de randstadprovincies. In Utrecht kwam hun marktaandeel zelfs uit op 74%. In Gelderland was het nog 57%, net meer dan het landelijk gemiddelde, maar in alle andere provincies was het minder dan de helft van het totale aantal ongesubsidieerde woningen. Het cijfer voor Friesland was met 31% het laagste. In al deze provincies waren het de ‘andere particuliere opdrachtgevers’ die de meerderheid van de vrije sector voor hun rekening namen (totaal 9415). Hieronder zullen zich vooral eigen bouwers hebben bevonden. Hun marktaandeel bedroeg voor heel Nederland 39% van het totaal aantal vrije sector woningen. De aantallen vrije sectorwoningen die door de andere categorieen opdrachtgevers werden gebouwd zijn bijzonder klein:rijk en gemeenten (30), corporaties (147) en beleggers (1042) zijn vooral actief in de gesubsidieerde sectoren.

In het licht van de recentelijk begonnen discussies over het optreden van corporaties op de vrije markt, is het aardig om te zien in welke provincies hun activiteiten opvallen. Dat blijkt nog vooral in NoordHolland te zijn geweest. Daar is het aantal vrije sectorwoningen met 73 het hoogste van alle provincies. Dan hebben we nog Limburg met 35 en Gelderland met 22 woningen in deze categorie, zodat er in deze drie provincies 130 van de totaal door corporaties gebouwde 147 vrije sectorwoningen voorkwamen. Gezien bedoelde discussies zullen we de komende jaren vooral deze cijfers goed in de gaten houden.

Eigen bouwers

Het lijkt er op, dat de eigen bouwers vooral de kans krijgen hun droomhuis te realiseren in provincies waar nog voldoende ruimte is en waar het milieu niet te veel onder druk staat. In Groningen en Friesland is hun aandeel respectievelijk 58% en 64%, in Drenthe echter maar 49%.

Overijssel en Zeeland laten nog 54% van de liefhebbers voor een vrije sectorwoning hun gang gaan op een eigen stukje grond.

In Brabant echter (50%) begint de druk op het milieu toe te nemen en trekt de provincie de teugels van de ruimtelijke orde ning strakker aan, in Limburg (49%) wordt de ruimte wat krap. Vooral ook in Gelderland (39%) wordt de vrijheid minder.

In de Randstadprovincies is de ruimte voor de burger beperkt. Noord-Holland haalt nog 26% op deze score, maar de beide overige provincies komen maar net op 20%. Het aandeel van de vrije sectorbouw is in Flevoland met 32% het laagste van allemaal, maar ook de Randstadprovincies scoren hier laag. Hun gezamenlijke aandeel in de totale woningbouw was bijna 46%, dat in de vrije sectorbouw echter krap 35%. Daarvan mochten de bouwondernemers wel ruim twee derde realiseren. Het is voor een gemeente makkelijker een enkel plan met twintig of dertig woningen te beheersen, dan een reeks plannetjes van een woning.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels