nieuws

Betonverenigingen onderzoeken Europese regels

bouwbreed Premium

De Betonverenigingen van Duitsland, Engeland en Nederland onderzoeken of het mogelijk is gezamenlijke hulpmiddelen te ontwikkelen voor het toepassen van de Europese regels voor betonconstructies.

Volgens de Betonvereniging heeft de Europese Commissie het groene licht gegeven voor een po van drie jaar in het kader van het ‘Sprint transnational technology transfer network’. De deelnemende verenigingen zijn de Deutsche Beton-Verein E.V. te Wiesbaden, Duitsland, de Concrete Society te Wexham, Engeland, en de Betonvereniging te Gouda.

Het onderzoek naar de ontwikkeling van gezamenlijke hulpmiddelen is de eerste fase van het Sprint-po RA358 betreffende de overdracht van nieuwe technieken.

De drie verenigingen inventariseren eerst in eigen land de behoefte aan hulpmiddelen. De Betonvereniging legt daartoe een vragenlijst voor aan een brede groep organisaties die in het constructieve ontwerpproces een rol spelen, zoals grote en kleine ingenieursbureaus, aannemers, ontwikkelaars en gebruikers van software, technische universiteiten en onderzoeksinstituten. De resultaten van dit onderzoek worden bekendgemaakt tijdens de werkdag ‘Informatietechnologie en de nationale betonvoorschriften’ op 16 december te Nieuwegein.

Mechanica

Uitgangspunt van het po is dat “mechanica en wiskunde overal hetzelfde zijn. De in de verschillende landen bij het constructief ontwerpen gebruikte hulpmiddelen vertonen dan ook overeenkomsten” , aldus een toelichting. “Het doel van deze fase van het Sprintpo is te onderzoeken of het mogelijk is om gezamenlijke hulpmiddelen te ontwikkelen.”

Ir. D. Stoelhorst, directeur van de Betonvereniging, wijst op de in Nederland veel toegepaste GTB-tabellen en -grafieken.

Zij zijn gebaseerd op de VBC (TGB1990, Voorschriften Be ton, constructieve eisen en rekenmethoden). “Wij geven de GTB in gedrukte vorm uit” , aldus Stoelhorst. “De vraag ernaar is groot, blijkbaar voldoen ze aan een behoefte. Volgens veel constructeurs draagt dit hulpmiddel bij aan het gevoel voor het constructief ontwerpen. Anderen geven de voorkeur aan software, omdat zij daarmee tijdens het ontwerpen verschillende varianten snel door ke rekenen. Het is de vraag of zulke handboeken over tien jaar ook nog voldoen.”

Het is zeker, dat de Eurocode met haar partiele veiligheidsfactoren in !

uiterste grenstoestand “een breuk betekent met de traditionele ontwerpcultuur” , aldus de toelichting bij het Sprint-po. Bovendien biedt de informatietechnologie nieuwe mogelijkheden om het ontwerpproces in de toekomst effectiever en beheerster te laten verlopen.

“Het gaat om de kwaliteit van het ontwerpproces” , aldus Stoelhorst. “Het is aan de constructeurs om daar hun mening over te geven.”

Reageer op dit artikel