nieuws

Arbo-zelfwerkzaamheid bij bedrijven stimuleren

bouwbreed Premium

Het stimuleren van de zelfwerkzaamheid van bedrijven bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden biedt het beste perspectief op duurzame verbetering van de kwaliteit van de arbeid en op de preventie van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Die conclusie trekt minister De Vries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het door hem aan de Tweede kamer gestuurde ‘Integraal Beleidsplan Arbeidsomstandigheden’ (IBA).

Arbeidsomstandigheden Peter Stuvel In dat beleidsplan schetst de minister zijn beleid op het gebied van arbeidsomstandigheden voor de komende jaren.

Een beleid dat, als gevolg van gedeeltelijke verlegging van de verantwoordelijkheid van de overheid naar EG-niveau, in toenemende mate door de Europese Gemeenschap wordt beinvloed.

De Arboraad, het adviesorgaan van de minister, onderschrijft het IBA in grote lijnen.

Wel vindt de raad het opvallend dat in het IBA in het geheel geen aandacht wordt besteed aan de rol die de Neder landse overheid in Europees verband speelt en zou ke spelen en aan de mogelijkheden en de inzet van de Nederlandse overheid om op Europees niveau het beleid te beinvloeden.

De raad is het voorts eens met het uitgangspunt om de zelfwerkzaamheid van werkgevers en werknemers te versterken, maar wijst er op dat dit sterk afhankelijk is van de mogelijkheden die met name op het niveau van de bedrijfstak hebben.

Frans systeem

In de opvattingen van De Vries ke juist bedrijfstakorganisaties een rol spelen bij een efficiente aanpak van problemen op gebied van de arbeidsomstandigheden. Hij denkt in dat verband onder meer aan het zorgdragen voor de nodige deskundigheid om kleine en middelgrote bedrijven te ondersteunen.

Wat het mkb betreft voelt de minister wel wat voor het in Frankrijk bestaande systeem van stimulering. Daarin kan de sociale zekerheidsdoelstelling in het kader van een met branche- of bedrijfstakorganisaties afgesloten doelstellingenovereenkomst op basis van een met een bedrijf gesloten preventiecontract een financieel voorschot verstrekken voor investeringen op arbo-gebied. Dat voorschot wordt eigendom van het bedrijf als het contract wordt nageleefd.

Overigens zal de minister de Arboraad hierover nog afzonderlijk om advies vragen.

De Vries wijst er verder op dat in caos in toenemende mate afspraken over arbeidsomstandigheden worden gemaakt. Hij vindt dat een positieve ontwikkeling. Dat vindt hij trouwens ook van de be drijfstakstrategie van de Arbeidsinspectie, waarbij in overleg met sociale partners een plan van aanpak voor verbetering van de arbeidsomstandigheden wordt opgesteld. Die strategie wordt onder meer toegepast in de bouw.

Terughoudend

In het IBA stelt de minister zich op het standpunt dat meer verantwoordelijkheid voor werkgevers en werknemers ook een terughoudende opstelling van de overheid betekent.

De overheid moet zich volgens hem in de eerste plaats richten op het vaststellen en bewaken van basisgrenzen voor de kwaliteit van de arbeid. De Vries heeft toegezegd in een nadere studie aan te geven wat daartoe gerekend moet worden: “In ieder geval behoren daartoe de regels op het gebied van Europese richtlijnen en de bestaande normen voor risicos op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn (VGW).

Het gaat dus niet om een strikte afbakening tot minimumgrenzen voor gezondheidsrisicos.”

Een ander uitgangspunt is ook de bronaanpak:het zoveel mogelijk in de oorzaak corrigeren van riskante en gezondheidsbedreigende arbeidssituaties. Uitvoering daarvan ligt volgens De Vries vooral in het traject van normalisatie en certificatie. Niet alleen van technische aspecten van produkten, maar ook en vooral van systemen en diensten op terreinen als milieuzorg, produktveiligheid en deskundigheid.

Kanttekening

De Arboraad kan in het algemeen met die opvatting instemmen, maar plaatst wel een kritische kanttekening: “De ervaringen met certificering op andere tereinen blijken niet altijd even gunstig te zijn. gewaakt dient te worden voor doublures, bureaucratisering en kostenverhoging.”

Voorts bepleit de raad ook grotere betrokkenheid van werknemers bij het normalisatieproces. “In de praktijk worden belanghebbende fabrikanten, leveranciers, importeurs en technische deskundigen betrokken bij normalisatie-activiteiten. Inbreng vanuit organisatie van werknemers is er niet of nauwelijks. Met name aan de zijde van die organisaties bestaat derhalve behoefte aan grotere betrokkenheid.”

Reageer op dit artikel