blog

Duurzaam hergebruik vraagt om financiële restwaardemethode

bouwbreed Premium 355

De gebouwde omgeving is volgens een studie van het ministerie van I&M verantwoordelijk voor de helft van het totale materiaalgebruik. Om de ecologische voetafdruk te verminderen moeten we meer nadenken over de hoeveelheid, herkomst en schaarste van grondstoffen. Bovendien dient er een methode te komen die de financiële restwaarde van bestaande bouwproducten berekent en zo het hergebruik stimuleert.

Duurzaam hergebruik vraagt om financiële restwaardemethode

Over de gehele levensduur van woningen en kantoren vinden we het normaal om af te schrijven naar nul. Bouwdelen zoals bijvoorbeeld binnenwanden vertegenwoordigen echter veelal aan het einde van hun functionele levensduur een restwaarde die hoger is dan de opbrengst van alleen de materialen. Naast bijvoorbeeld een hoeveelheid hout of beton bevat het product ook vakmanschap, technologie en machinegebruik die met elkaar een zekere waarde vertegenwoordigen. Vernietigen van het product leidt tot verlies van die toegevoegde waarde.

Neem een binnenwand. Die gaat lang mee, maar verandert regelmatig van functie door uitbreiding van personeel en/of het creëren van kantoortuinen. Besluit de eigenaar tot sloop en verwerking tot houtsnippers voor de spaanplaatindustrie, dan blijven alleen de grondstoffen over en raakt de toegevoegde waarde veelal verloren. Maar stel dat hij de binnenwanden als elementen demonteert, een nieuwe laag verf geeft en op een andere plek de wandelementen weer samenstelt tot één binnenwand. Dan kan het product opnieuw tien jaar worden ingezet en draagt de eigenaar niet alleen bij aan circulair materiaalgebruik, maar is hij zo mogelijk ook financieel gunstiger uit.

Value calculator

Op dit moment ontbreekt echter dit inzicht om te berekenen of hergebruik van bouwproducten financieel gunstig kan zijn. Daarom bestaat behoefte aan een ‘residual value calculator’, een rekenmethodologie die uitgaat van factoren zoals grondstofprijs, kwaliteit, losmaakbaarheid, transport en onderhoud- en reparatiekosten. Als de financiële en materiële restwaarde bij leveranciers van bouwproducten, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en financiers van bouwprojecten eenmaal inzichtelijk zijn, ontstaat een incentive om bij het einde van de economische levensduur niet te slopen, maar te demonteren.

De transitie naar duurzaam hergebruik heeft alleen kans van slagen als de hele sector, inclusief financiële instellingen het nut en de rentabiliteit gaan inzien. Door een restwaarde toe te kennen komen andere businessmodellen in zicht, zoals een leasebusinessmodel of een terugkoopbusinessmodel. Net zo belangrijk als het ontwikkelen van een restwaardemethodiek, is daarom het in gang zetten van een beweging die zorgt dat de betrokken partijen al bij de planvorming afspraken vastleggen over de restwaarde van bouwproducten.

In plaats van een lineair afschrijfmodel dat uitkomt op nul euro, moet het risicoprofiel voor vastgoed worden geïncorporeerd in het financiële systeem van de gebouwde omgeving. Deels gaat dat vanzelf: de fabrikant die inzicht heeft in de restwaarde van zijn product, ziet aan welke knoppen hij kan draaien om de restwaarde te vergroten. Blijkt bijvoorbeeld dat hij veel kosten moet steken in het loshalen van een schroef- en nagelvaste binnenwand, dan loont het aantoonbaar de moeite om deze wand makkelijker demontabel te maken. Dit zorgt tegelijk voor een essentiële nieuwe beweging: die naar circulair design van producten in de ontwerpfase, ofwel design for dissassembly.

Beweging in gang zetten

De circulaire bouweconomie vraagt om hergebruik van producten. Je zou het gedoe kunnen noemen omdat je gebruikte producten moet oplappen, een nieuwe koper moet vinden en de prijs dient te bepalen. Maar eerder zou je het een uitdaging kunnen noemen, welke inherent is aan een transitie. Om hergebruik te stimuleren moeten alle betrokken partijen met elkaar een beweging in gang zetten die de financiële restwaarde van bouwproducten incorporeert in het systeem van de gebouwde omgeving. Liefst vandaag nog. De overheid kan die beweging een extra impuls geven door, bijvoorbeeld via het Bouwbesluit, bij nieuwbouw en verbouw een minimumpercentage hoogwaardig hergebruikte bouwmaterialen voor te schrijven.


Willemijn van der Werf en Mohammed Chahim zijn vanuit TNO betrokken bij de ontwikkeling van een Residual Value Calculator.

Reageer op dit artikel