blog

Visie noodzakelijk voor een land dat steeds verder afzakt

bouwbreed Premium 749

Visie noodzakelijk voor een land dat steeds verder afzakt

Een stijgende zeespiegel en een land dat onvermijdelijk steeds verder wegzakt, samen met extremen in riviergedrag en een grotere kans op stormen met orkaankracht, maken dat het de hoogste tijd wordt om te komen tot een plan met toekomstvisie voor een klimaatbestendig Nederland, betoogt adviesgroep Borm & Huijgens.

Na een droge en hete zomer, die volgens voorspellingen steeds vaker gaat voorkomen, hebben we de gevolgen van zoetwatertekorten, lage rivierstanden, spuitverboden, uitdrogende dijken, schade aan land- en tuinbouw en binnendringende verzilting kunnen ervaren. Dit alles vanwege de nutteloze zoetwaterverspilling via de Nieuwe Waterweg.

Ingrijpen is nu meer dan noodzakelijk, met name een koerswijziging in de Zuidwestelijke Delta. Dat dit in samenhang dient te gebeuren met de prognoses over klimaatverandering en zeespiegelstijging ligt voor de hand. De Adviesgroep Borm & Huijgens benadrukt dat het vijf voor twaalf is voor de samenstelling voor een plan om het Nederland en Vlaanderen van de toekomst vorm te geven.

De nota ’De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland’, maakt duidelijk dat we het met zandsuppleties, dijkverhogingen en een vlotte doorstroming het niet redden van de zeespiegelstijging en de klimaatverandering. Met als basis vele publicaties en tien jaar ervaring met integraal waterbeheer geeft de Adviesgroep Borm & Huijgens een objectieve en onafhankelijke beschouwing van de landelijke waterproblematiek in het verleden en het heden en maakt duidelijk aan de hand van de toekomstprognoses voor welke keuzes we komen te staan.

Dankzij de projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma en van Ruimte voor de Rivier, is de inhaalslag op het gebied van waterbeheer voortvarend verlopen. Vervolgens wordt het tijd om landelijk de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening duurzaam te garanderen.

Hoog risico

De Lage Landen behoren mondiaal tot de gebieden waarvan de bevolking het meeste risico loopt bij een versnelde zeespiegelstijging. Door bodemdaling ligt al meer dan de helft beneden zeeniveau. Het vertrouwen in de overtuiging dat we de beste bouwers zijn van dijken, dammen en stormvloedkeringen, krijgt een flinke deuk bij het besef van de beperkte houdbaarheid van de Deltawerken, de kwetsbaarheid van onze dijken en kust en het ontbreken van een plan voor een klimaatbestendig land.

De opdracht van de tweede Deltacommissie in 2008 was om te komen tot een visie over de wijze waarop we ons duurzaam gaan beschermen tegen en samenwerken met het water.
Het Deltaprogramma ontbeert zo’n visie, met als gevolg dat de overheid nog altijd haar verantwoordelijkheden op het gebied van waterbeheer uitbesteedt, zonder zicht te hebben op het uiteindelijke einddoel. Dit leidt onherroepelijk tot een risicovol ad hoc beleid en tot overbodige investeringen. Een time-out voor veel maatregelen van het Deltaprogramma is gewenst, totdat er duidelijk is over een na te streven toekomstbeeld. Het voorlopige voortbestaan van Nederland vraagt om een integrale aanpak en een langetermijnvisie voor enkele eeuwen. Klimaatverandering duldt geen uitstel.

Opsomming

Een globaal inzicht in de landelijke waterproblematiek is bij planvorming onmisbaar. Met een korte en overzichtelijke nota draagt de adviesgroep bij aan de verspreiding van basiskennis, die onontbeerlijk is voor de grootste uitdaging waar Nederland voor staat. Deze nota is een opsomming van oorzaken, waterproblemen en oplossingsrichtingen.

Het uiteindelijke plan voor een klimaatbestendig Nederland wordt ongetwijfeld een hybride, stapsgewijze en flexibele groeivorm op basis van een langetermijnvisie.

Zo’n plan voor een klimaatbestendig Nederland kan alleen worden ontwikkeld door een vakkundig team, dat samengesteld zou kunnen zijn uit Rijkswaterstaat, de Unie van Waterschappen en meer gespecialiseerde overheidsinstellingen, kennisinstituten zoals universiteiten en het KNMI en deskundigen van diverse ingenieursbureaus.

Hoop

Tot voor kort de gangbare wetenschappelijk opvatting, dat de zeespiegel stijgt tot 2100 met minimaal 35 en maximaal 85 centimeter. Maar een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, studies van het KNMI en de Universiteit Utrecht schetsen in de afgelopen twee jaar hele andere scenario’s: een stijging van 1 m tot 1.80 m tot het einde van de eeuw is niet ondenkbaar. Nu de Tweede Kamer de economische gevolgen van 1.80 m zeespiegelstijging in kaart laat brengen, groeit er hoop dat we nog tijdig met toekomstgerichte maatregelen komen.

Iedereen die zich bezighoudt met water, klimaat, visserij, natuur, recreatie, bestuur en ruimtelijke ordening zou van de inhoud van deze nota op de hoogte moeten zijn. Gezien het algemeen belang mag iedere Nederlander en Belg zich bewust zijn van de ernst van de situatie.

Laag Nederland en Vlaanderen hoeven de eerste eeuwen niet te overstromen. Het zal echter een grote krachtsinspanning vergen en politici en bestuurders met visie en vastberadenheid om dat tijdig voor elkaar te krijgen.


Adviesgroep Borm & Huijgens

Reageer op dit artikel