blog

Juridisch | Niet-nakoming van verplichtingen: te weinig tijd voor herstel

bouwbreed 1004

Juridisch | Niet-nakoming van verplichtingen: te weinig tijd voor herstel

Hieronder een voorbeeld uit de praktijk (RvA 9 maart 2016, no. 71.991, TBR 2017/32) dat in vele vormen en variaties regelmatig voorkomt: juridische en praktische discussies over de vraag of er gebreken zijn, aan wie die gebreken te wijten zijn, of er voldoende tijd tot herstel is gegeven, of een derde nu mag worden ingeschakeld om de gebreken te herstellen, of er rechtsgeldig in gebreke is gesteld, of er sprake was van verzuim, en of er rechtsgeldig is ontbonden, dan wel of sprake was van beëindiging in onvoltooide staat, en hoe de financiële afwikkeling vorm moet worden gegeven. Kortom, een heleboel vragen die zich voor kunnen doen bij (vermeende) niet-nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit de aannemingsovereenkomst.

Waar ging het in dit geval om? Een aannemer heeft in opdracht van haar opdrachtgever het renoveren van een cellencomplex/statisch archief uitgevoerd. Voor het aanbrengen van zandcementdekvloeren, troffelvloeren en sigma-vloeren heeft aannemer onderaannemer ingeschakeld. Op een zeker moment heeft tussen aannemer en opdrachtgever een opname van het werk plaatsgevonden. Daarvan is een zgn. vooropleveringsrapport opgemaakt en daarna heeft de aannemer de onderaannemer gesommeerd de betreffende ‘opleverpunten’ voor de oplevering binnen drie dagen te verhelpen. Na die drie dagen vindt in aanwezigheid van aannemer en opdrachtgever de oplevering van het werk plaats en worden de troffelvloeren door opdrachtgever afgekeurd.

De aannemer zegt het vertrouwen in onderaannemer op deelt hem mee dat de opdrachtgever een deskundige zal inschakelen die de troffelvloer zal onderzoeken. Op diezelfde dag  stelt de aannemer ook de onderaannemer in gebreke voor de tekortkomingen aan de troffelvloer en sommeert haar  om binnen twee dagen zorg te dragen voor herstel daarvan. Dat herstel vindt vervolgens niet plaats en  de aannemer deelt (schriftelijk) aan de onderaannemer mee dat daarom de overeenkomst per die datum (buitengerechtelijk) wordt ontbonden.  Ook wordt door de aannemer aangegeven dat een derde zal worden ingeschakeld om de troffelvloer te herstellen en dat de daarmee gemoeide kosten (die zij vooralsnog begroot op tenminste € 90.000,00) op haar zullen worden verhaald.

Wat zegt arbiter vervolgens? Samengevat komt het er op neer dat de onderaannemer te weinig tijd is gegund om het gebrek te herstellen (namelijk maar drie dagen). Als gevolg daarvan is de door de aannemer ingeroepen ontbinding ongeldig.  Wel kan de ongeldige ontbindingsverklaring worden aangemerkt als een mededeling van de aannemer dat hij zijn verplichtingen (betaling) niet meer zal nakomen, en dat hij de overeenkomst wenst op te zeggen (in de zin van art. 7:764 BW). Als gevolg daarvan volgt ook de schadeberekening een andere weg.

Niet alleen de bouw is een complexe aangelegenheid, ook het bouwcontractenrecht is ingewikkeld, of kan ingewikkeld zijn. Een geschil als hierboven besproken kan ook op veel manieren worden benaderd en afgewikkeld. Over dit soort geschillen organiseert het Instituut voor Bouwrecht op 8 februari 2018 een studiemiddag met als titel “Remedies bij niet-nakoming van verplichtingen uit een aannemingsovereenkomst” (zie www.ibr.nl/agenda).


Mr. dr. E.M. Bruggeman, Instituut voor Bouwrecht

Reageer op dit artikel