blog

Drie redenen om te stoppen met het woord faciliteren

bouwbreed 342

Drie redenen om te stoppen met het woord faciliteren

De afgelopen jaren hoor ik het woord gemiddeld twee of drie keer per dag: faciliteren. Op provinciehuizen, adviesbureaus, stadskantoren en ministeries wordt het F-woord te pas en te onpas in de mond genomen. Met ‘faciliteren’ lijkt vrijwel alles mogelijk en oplosbaar: of er nu een energietransitie gemaakt moet worden, een circulaire keten gerealiseerd moet worden of een groep burgers verder op weg moeten worden geholpen met hun buurtinitiatief. In deze column geef ik graag aandacht voor wat dit begrip nu eigenlijk betekent en een kort pleidooi waarom dit begrip nauwkeuriger gebruikt moet worden.

Faciliteren komt van het Latijnse woord Facilior, wat ‘gemakkelijker maken’ betekent. Dit sluit goed aan bij het hedendaagse Nederlandse taalgebruik. Vandaag de dag wordt het begrip vooral gebruikt wanneer men de juiste kaders wil stellen voor een samenwerkingsproces. Het gaat hierbij om activiteiten die erop gericht zijn om de meest optimale condities te creëren zodat andere stakeholders, door samen te werken, een vooraf bepaald doel bereiken. De stakeholders behalen het beoogde doel sneller wanneer de omstandigheden “gemakkelijk zijn gemaakt” door een facilitator.

Juiste condities scheppen

De essentie van het faciliteren heeft een positieve lading: de juiste condities scheppen om vervolgens partijen de vrijheid te geven om met creatieve oplossingen te komen. Dus, loslaten in vertrouwen en je verheugen op de uitkomsten. Er kunnen hele mooie en verrassende resultaten uit komen: faciliteren als een gecontroleerd experiment waarin stakeholders op de juiste manier worden geprikkeld.

Toch blijft het vaak onduidelijk wat een facilitator precies zou moeten doen in een dergelijk proces (en wat vooral niet). Dat heeft te maken met de uiteenlopende betekenissen die aan het begrip worden gegeven. Uit een artikelanalyse van de populaire Nederlandse media vallen ruim zeventig (!) verschillende betekenissen te destilleren die in essentie kunnen worden teruggebracht tot twintig opvattingen ten aanzien van ‘faciliteren’ (Langelaan 2016). Mensen interpreteren het begrip vaak verschillend, waardoor het proces niet gemakkelijker gaat maar juist leidt tot moeizamere en tragere processen.

Reden 1: het woord faciliteren schept onduidelijke verwachtingen

Als het gaat om het scheppen van de juiste condities, zijn er zes randvoorwaarden die de ‘facilitator’ kan verbeteren: juridisch, organisatorisch, cultureel, institutioneel, economisch en kennis/informatie. Bijna altijd wordt met ‘faciliteren’ het organisatorische bedoeld, het organiseren van bijeenkomsten; het opstellen van agenda’s, het voorzitten van bijeenkomsten of het beschikbaar stellen van zalen.

Werkelijk van alles kan uit de kast worden gehaald: als ik aan mijn allerergste facilitator-ervaring terugdenk lopen de rillingen nu nog over mijn rug: het had te maken met het verplicht schoenen uitdoen tijdens een vergadering om beter te ‘aarden’. Kennelijk dacht de facilitator dat het uitdoen van schoeisel zaken “gemakkelijker” zou maken, maar het tegengestelde was waar. Het werd ongemakkelijker. Deze onaangename herinnering is overigens een prima voorbeeld van een eenzijdige focus op de organisatorische kant van het faciliteren. Vaak zijn juist andere randvoorwaarden veel bepalender voor de uitkomsten van het samenwerkingsproces: denk aan juridische randvoorwaarden bijvoorbeeld. Het invoeren van een ‘regelvrije zone’ of het instellen van een flexibel bestemmingsplan zet vaak meer zoden aan de dijk dan het organiseren van (schoen-loze) bijeenkomsten.

Doordat het gebruik van het woord faciliteren kan zorgen voor veel onduidelijkheid, kunnen verkeerde verwachtingen ontstaan over het werk van de facilitator. Het zou erg helpen als de facilitator in het begin precies aangeeft welke condities hij of zij precies optimaliseert.

Reden 2: de agenda van de facilitator sluit niet altijd aan bij belangen deelnemers

Het is niet zelden de facilitator die het initiatief neemt om partijen uit te nodigen, om vervolgens te kunnen faciliteren. Er wordt dan ‘gefaciliteerd’ omdat de facilitator een specifiek doel wil bereiken. Echter, dit doel wijkt vaak af van de belangen die de deelnemende partijen hebben. Op zich is dat niet erg, maar vaak monden dit soort processen uit in een facilitator die helemaal niet meer faciliteert, maar overduidelijk stuurt op specifieke uitkomsten die hij of zij wenselijk vindt. Dit kan tot frustratie leiden bij de betrokkenen: hun belangen liggen elders en zij voelen zich voor het karretje gespannen.

Reden 3: het is een manier om weg te duiken voor verantwoordelijkheden

De facilitator stelt de condities en de betrokken stakeholders moeten het uiteindelijk doen: zij moeten tot arrangementen komen waardoor resultaten worden gehaald. Het is lastig om een facilitator aan te spreken op de resultaten van een project, omdat de ‘juiste condities’ lastig te meten zijn en deze lastig direct te relateren zijn aan de uitkomsten. Bij de beoordeling van (mislukte) projecten is het voor facilitators vaak relatief gemakkelijk om te duiden waar het in het proces is misgegaan: “Partijen A en B kwamen er samen niet uit, niet mijn schuld, ik faciliteerde slechts”. Het zou veel sterker zijn als faciliterende activiteiten van tevoren concreet worden gemaakt en direct worden verbonden aan een concrete resultaatverwachting. Zo kan er van tevoren worden afgesproken dat de facilitator verantwoordelijk is voor het veranderen van specifieke condities die er volgens de stakeholders voor zorgen dat zij hun gedeelde doel niet kunnen behalen. Het verbeteren van de relatie tussen condities en het beoogde resultaat wordt zo een voelbare verantwoordelijkheid van de facilitator die daar op afgerekend kan worden. Op deze manier komt ook een scherper antwoord op de vraag waarom een facilitator überhaupt nodig is, en met welke interventies de facilitator het samenwerkingsproces precies verbetert.

Laten wij het woord faciliteren nauwkeuriger gebruiken. Dan kunnen wij ook onze schoenen aanhouden. Lijkt mij wel zo gemakkelijk!



Koen Raats is projectconsultant bij Balance – Advies, Projecten, Interim.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels