blog

‘Wat heeft de nieuwe betaaltermijn voor gevolgen?’

bouwbreed 590

Op 1 juli 2017 trad de “Wet uiterste betaaltermijnen van zestig dagen voor grote ondernemingen” in werking. Als gevolg daarvan komt er een verbod op contractuele betalingstermijnen van langer dan 60 dagen in handelsrelaties tussen een grootbedrijf (als debiteur) en een MKB-bedrijf of zelfstandige ondernemers (als crediteur).

‘Wat heeft de nieuwe betaaltermijn voor gevolgen?’

Het huidige uitgangspunt onder artikel 6:119a BW is dat als partijen géén betalingstermijn overeen zijn gekomen, een betalingstermijn van 30 dagen geldt.

Partijen kunnen onder het huidige stelsel afwijkende afspraken ten aanzien van de betalingstermijn maken. De maximale betalingstermijn die partijen kunnen overeenkomen is ten hoogste 60 dagen (of langer, als dat niet “kennelijk onbillijk” is jegens de schuldeiser).

Aanleiding voor de nieuwe wet

Aanleiding voor de “Wet uiterste betaaltermijnen van zestig dagen voor grote ondernemingen” is dat grootbedrijven geregeld betaaltermijnen van meer dan 60 dagen overeenkomen met MKB-bedrijven en zelfstandige ondernemers. Ook de bouwsector is hierop géén uitzondering: een onderzoek uit 2015 uitgevoerd door EIM-Panteia in opdracht van de Aannemersfederatie Nederland toont dat 53% van alle MKB-aannemers en gespecialiseerde aannemers te maken hebben met betalingstermijnen van langer dan 60 dagen.

Volgens de wetgever leidt deze situatie tot een verslechterde liquiditeitspositie van MKB-bedrijven en zelfstandige ondernemers, een sneeuwbaleffect binnen de handelsketen en schade aan de economie als geheel.

Inhoud van de nieuwe wet

Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet verdwijnt ten aanzien van handelsovereenkomsten tussen grootbedrijven (als debiteur) en MKB-bedrijven en zelfstandige ondernemers (als crediteur) de open norm van “kennelijk onbillijk” en komt er een expliciet verbod op betalingstermijnen van langer dan 60 dagen.

Komen zulke partijen toch een langere betalingstermijn overeen, dan leidt dit tot nietigheid van die betalingstermijn. Hierna geldt automatisch een betalingstermijn van 30 dagen. Dit, in combinatie met een verjaringstermijn van 5 jaar en het wettelijke uitgangspunt van rente op rente, kan de verschuldigde vergoeding substantieel doen oplopen.

Voor wie geldt de nieuwe wet precies?

De nieuwe wet geldt voor grootbedrijven (als debiteur) die handelsovereenkomsten sluiten met MKB-bedrijven of zelfstandige ondernemers (als crediteur).

Er is sprake van een grootbedrijf indien gedurende twee opvolgende boekjaren niet voldaan is aan twee van de drie ondergenoemde criteria, en in de omgekeerde situatie van een MKB-bedrijf. Tel hierbij de waarde van de activa, de netto-omzet en het aantal werknemers van groepsmaatschappijen mee, als die gezamenlijk een geconsolideerde jaarrekening moeten opmaken.


Criteria

Waarde volgens activa op balans maximaal: EUR 20.000.000
Netto omzet over boekjaar maximaal EUR:  40.000.000
Gemiddeld aantal werknemers in een boekjaar: minder dan 250

Een zelfstandige ondernemer als hiervoor bedoeld is een natuurlijk persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

De wet geldt dus niet als grootbedrijven de crediteur zijn en MKB-bedrijven of zelfstandige ondernemers de debiteur, bij handelsverhoudingen tussen grootbedrijven onderling of MKB-bedrijven onderling, of voor overheidsinstanties (voor wie al een maximale betalingstermijn van 60 dagen geldt).

Vanaf wanneer gaat de nieuwe wet gelden?

De nieuwe wet gaat per 1 juli 2017 gelden voor alle nieuwe overeenkomsten. Voor bestaande overeenkomsten gaat de wet gelden vanaf 1 juli 2018.

Praktische gevolgen van de nieuwe wet

Grootbedrijven moeten zich (nog meer) bewust zijn van de kenmerken/eigenschappen van hun contractspartij, en niet alleen bij aanvang van de overeenkomst, maar ook gedurende de looptijd daarvan.

We verwachten dat dit ook een impact zal hebben op de (standaard)contracten van grootbedrijven, door natuurlijk aanpassingen aan betalingstermijnen, maar ook het toevoegen van beschermingsmechanismen ter indekking van de mogelijke impact van nietigheid. We zijn daarnaast benieuwd naar hoe de praktijk om zal gaan met situaties zoals (i) overdracht van vorderingen (zoals via factoring), (ii) handelsovereenkomsten onder buitenlands recht met een Nederlandse component, en (iii) het contracteren met special purpose vehicles met een diversiteit aan aandeelhouders.



mr. A. (Andrea) M.B. Chao, advocaat bij Simmons & Simmons en redactielid bij Tijdschrift voor Bouwrecht, en A. (Andrada) G. Tiru, advocaat bij Simmons & Simmons en publiceert regelmatig in Actualiteiten Bouwrecht.

Op 28 juni jl. is over dit onderwerp een redactioneel artikel verschenen in de online juridische nieuwsdienst Actualiteiten Bouwrecht van het Instituut voor Bouwrecht.

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels