blog

Waarom het tot nu toe niet lukt met de energietransitie

bouwbreed 702

Waarom het tot nu toe niet lukt met de energietransitie

Ik start deze column graag met een statement; “De energietransitie, en in het bijzonder de productie van groene stroom ligt niet op schema omdat er vanuit een verkeerde planningsfilosofie wordt gehandeld”. En dat zit zo…  

Veel jonge planologen en sociaal geografen hebben (vaak nog steeds) een interessant boek op de leeslijst staan: ‘Methodologie van planning’, geschreven door professoren Gert de Roo en Henk Voogd. In dit boek staat dat er verschillende filosofische benaderingen zijn van waaruit ruimtelijke planning kan worden bedreven. In het licht van de energietransitie zijn er twee bijzonder interessant: de object oriëntatie- benadering en de sociocratische benadering.

Object-oriëntatie benadering

In de object-oriëntatie benadering wordt er onderscheid gemaakt tussen het subject (de planner) en het object (de ruimte). Door grondige analyse van de ruimte worden oplossingen bedacht door planners, die zo effectief en efficiënt mogelijk zijn (waar moeten windmolens komen in Nederland, wat is de beste plek voor zonnepanelenparken). Doel-middel relaties worden voorgeschreven door experts: de oplossing wordt dan uitgedacht en berekend, vaak in de vorm van een specifieke techniek, zoals wind, zon, aardwarmte of anderszins. Wat de object-oriëntatie voornamelijk kenmerkt is dat op basis van analyses een specifieke oplossingsrichting voorgeschreven wordt: de doel-middel relaties.

Sociocratische benadering

De sociocratische benadering stelt echter dat de betekenis die de planner aan de ruimte wil geven met zijn interventies, helemaal niet hetzelfde hoeft te zijn als hoe belanghebbenden dezelfde ruimte percipiëren. Dus: de betekenis die wordt gegeven aan de ruimte is in dit perspectief belangrijker dan de ruimte zelf. Ruimtelijke planning is volgens dit perspectief een trade-off tussen verschillende betekenissen die worden gegeven aan de werkelijkheid: die van experts, energiebedrijven, burgers en andere stakeholders. Het is de taak van planners om deze werelden dichter bij elkaar te brengen om plan-implementatie te bewerkstelligen. 

Waarom het niet lukt? 

Natuurlijk spelen meerdere factoren een rol, maar de energietransitie wordt op dit moment vormgegeven door een sterke object-oriëntatie benadering, waarin een instrumentele, technocratische vertaling wordt gemaakt van nationale doelen. Denk bijvoorbeeld aan een bepaalde hoeveelheid energieproductie aan windmolens per provincie, die door provincies op regionaal niveau mogen worden uitgestrooid over het landelijk gebied. Dit kan gekwalificeerd worden als een top-down strategie waarin de planners (subjecten) de ruimte (object) laten inrichten volgens hún expertise.

Echter, het planningssysteem van Nederland is gebaseerd op een sociocratisch perspectief, waarin rechten van burgers beschermd zijn en de afweging tussen verschillende belangen moet plaatsvinden. De object-oriëntatie van planners houdt slechts zeer beperkt rekening met de wensen van burgers, waardoor weerstand en frustratie groeit, vertraging optreedt, en projecten worden stilgelegd.

Mijn suggestie is om de energietransitie te benaderen vanuit een sociocratische benadering, zodat deze beter aansluit bij de huidige planningsstructuur en -cultuur van Nederland. Dit betekent niet dat nationale normen moeten worden losgelaten maar wel dat we af moeten van de doel-middelrelaties zoals deze nu worden gesteld. De acceptatie van duurzaamheidsmaatregelen wordt vergroot wanneer wordt gestart met een participatietraject, en niet met het opdringen van oplossingen die op basis van analyse technisch of economisch het beste zijn.



Koen Raats is projectconsultant bij Balance – Advies, Projecten, Interim.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels