blog

Komt de PAS nog van pas bij bouwprojecten?

bouwbreed 328

Komt de PAS nog van pas bij bouwprojecten?

Met de op 1 juli 2015 in werking getreden Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) werd gehoopt een betere balans tussen nieuwe (bouw)ontwikkelmogelijkheden en het beschermen van Natura 2000-gebieden gevonden te hebben. Op 17 mei jl. heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State twee uitspraken gedaan waarin voor het eerst inhoudelijk over de PAS geoordeeld is. In dezelfde uitspraken heeft de Afdeling ook prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gesteld.

Het programma heeft tot doel economische ontwikkelingen te verbinden met het op termijn realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen van de voor stikstof gevoelige habitattypen en (leefgebieden van) soorten in de 118 Natura 2000-gebieden die in het programma zijn opgenomen. Het middel daartoe is een samenhangende aanpak die dwingend doorwerkt in het beleid van verschillende overheden. Naast de PAS blijft overigens voor stikstofemissies boven de grenswaarde een vergunningplicht bestaan. De ontwikkelingsruimte die door de afnamen van stikstofemissie ontstaat, kan worden toegedeeld bij toestemmingsbesluiten voor projecten en andere handelingen.

Om dit doel te bereiken voorziet de PAS in een passende beoordeling. De passende beoordeling vind deels algemeen, en deels specifiek per project plaats, en moet duidelijk maken dat nooit en te nimmer sprake zal zijn van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied. In de passende beoordeling worden de in de PAS opgenomen maatregelen betrokken. Met de maatregelen wordt beoogd om te mitigeren, dat wil zeggen dat de effecten van een bepaalde activiteit verzacht worden.

Oordeel van de Afdeling?

De maatregelen die in de PAS zijn opgenomen zijn vooral bron- en herstelmaatregelen. Met alle maatregelen en autonome ontwikkelingen mag rekening gehouden worden bij het beoordelen van het benutten van de depositieruimte. De Afdeling oordeelt dat de bronmaatregelen en autonome herstelmaatregelen als instandhoudings- en passende maatregelen moeten worden aangemerkt, en dat de positieve effecten daarvan betrokken konden worden in de passende beoordeling.

De gebreken zitten volgens de Afdeling vooral in de wijze waarop de depositieruimte onderbouwd en inzichtelijk gemaakt is. Zo is de omvang van de depositieruimte onvoldoende inzichtelijk gemaakt. Ook zijn er contra-indicaties die erop wijzen dat niet zonder meer kan worden uitgegaan van het doorzetten van een bestaande dalende trend van de stikstofdepositie. Daarnaast is geen rekening gehouden met emissieruimte in bestaande vergunningen op grond van de Wnb.

Omdat het op basis van de huidige Europese regelgeving en jurisprudentie onduidelijk is of de PAS verenigbaar is met de Habitatrichtlijn stelt de Afdeling uiteindelijk prejudiciële vragen. Die hebben – kortweg – betrekking op de vraag of een project zonder individuele toestemming kan worden gerealiseerd, of de passende beoordeling mag worden betrokken bij een project dat wel vergunningplichtig is omdat het een grotere uitstoot realiseert, of de maatregelen uit het PAS en de gevolgen ervan in de PAS mogen worden betrokken, en of herstelmaatregelen als beschermingsmaatregel kunnen worden aangemerkt.

Hoe nu verder?

De Afdeling heeft met deze twee uitspraken de vergunningen niet vernietigd en geen voorlopige voorziening getroffen. Dat betekent dat er vooralsnog gewoon door gepast kan worden, maar dat de besluiten nog niet onherroepelijk zijn en dat in beroep tegen een nieuw besluit dat ziet op de PAS het beroep waarschijnlijk aangehouden wordt totdat het Hof in Luxemburg antwoord heeft gegeven op de prejudiciële vragen. Aangezien dat nog, ondanks het verzoek om voorrang, minstens een jaar kan duren, blijft vooralsnog onduidelijk of de PAS verenigbaar is met de eisen die artikel 6 Habitatrichtlijn stelt. Vanaf 1 juli 2018 zal het tweede deel van de PAS in werking treden, in die zin dat de overige 40% aan depositieruimte dan verdeeld zal worden. Voor bouwprojecten die een toename van stikstofemissie met zich meebrengen blijft dus nog onduidelijk of deze met behulp van de PAS kunnen worden gerealiseerd.



mr. J.J. Karens is Juridisch stafmedewerker/Redacteur TBR.

Het IBR organiseert op 28 september een studiedag over de PAS en de gevolgen van de uitspraak van de Afdeling en de prejudiciële vragen aan het Hof. Klik hier voor meer informatie. 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels