blog

Wat architecten liever niet vertellen

bouwbreed 13

Wat architecten liever niet vertellen

“It is only true that each time an architect starts he doesn’t know what to do. Clients don’t like that so we just don’t tell them”. Dat zei Yvonne Farrel van Grafton Architects in haar overwinningsspeech, toen zij de RIBA International Prize won voor de indrukwekkende Universiteitscampus in Peru.

Haar woorden zetten mij aan het denken. Is dat waar? Doen wij architecten maar alsof we altijd een antwoord hebben op de vraag, terwijl we eigenlijk in het duister tasten?

Beginnen aan een opgave is altijd spannend, dat is waar. De opdracht ligt als een blank canvas voor je. We analyseren de input van alle kanten en destilleren de informatie totdat er ogenschijnlijk nog maar één oplossing, één kristalhelder schema overblijft. Maar dan zijn we er nog niet. Er komt ook eigenheid bij kijken. En oog voor ruimte, detail en materiaal. Het eindresultaat blijft het ongrijpbare product van een heel compleet en precies inzicht in de opgave en omstandigheden, aangevuld met een niet nader te specificeren dosis creativiteit.

Weerbarstige wijze

We zijn architect en geen consultant. Wij dragen geen kant en klare, bewezen oplossingen aan vanuit een jarenlange expertise. We gebruiken onze kennis en ervaring juist om onszelf continu te overtreffen. Het goede idee, de toegevoegde waarde, de emotie, de gelaagdheid; het komt tot stand op weerbarstige wijze.

We boren voor iedere opgave opnieuw een diepe laag creativiteit aan, die niet in een precieze urenopgave te vatten is. Hoe hard wij het creatieve proces ook managen, structureren in stappenplannen en system engineering toepassen, onze precieze werkzaamheden blijven ongrijpbaar. Iets wat voor sommige opdrachtgevers, die werken met nauwgezette kostencalculaties, vierkante-metertarieven en andere harde randvoorwaarden, slechts moeilijk te bevatten is. Dus ja, dat vertellen we ze liever niet.

Verrassingen

Het is onze taak om uit elk project meer te halen dan vooraf mogelijk lijkt, zowel voor de opdrachtgever als voor de gebruiker. Wij zien minimumeisen niet als doel, maar als startpunt. Minimum is het allerlaagst mogelijke. Daar willen we, nee moeten we overheen. Het moet beter, ruimer, groter, lichter, duurzamer, comfortabeler en vooral verrassender. Want terwijl investeerders vaak het meeste aan een gebouw verdienen, verdienen de mensen die het gebouw gebruiken – wij allemaal dus – het beste.

Ik ben er daarom juist trots op dat we het niet precies weten als we beginnen. Het stelt ons in staat een gebouw te ontwerpen dat verrast en ieders verwachtingen overtreft. Dat ongrijpbare is precies wat opdrachtgevers willen: ze willen positief verrast worden met een goed idee. Liefst vooraf zorgvuldig gepland, gecalculeerd en gemanaged. Maar zo werkt het natuurlijk niet met verrassingen.



Do Janne Vermeulen, Architect-directeur bij Team V Architectuur.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels