blog

Knoeiers, puinpadjes en muurvarkens 

bouwbreed 155

Knoeiers, puinpadjes en muurvarkens 

Ik kom uit een familie van metselaars: opa, vader, broer, ooms, iedereen metselde en we vormden samen een echte bouwvakkersfamilie. Andere kinderen kregen vroeger een brandweerauto of een emmer met een schepje. Wij kregen al heel jong een troffel en een voegspijker.

Opa maakte de familie al vroeg bewust van het belangrijkste aspect in de bouwvakkerswereld, en mijn vader herhaalde dat: “Iedereen kan een steen wegleggen, dat is niet zo moeilijk. Maar een steen met liefde wegleggen kunnen er niet veel. Als je dit begrijpt kun je trots zijn op je werk én je onderscheidt je van de rest.” Dit is mij altijd bij gebleven en zo heb ik altijd gewerkt.

Knoeiers, puinpadjes en muurvarkens 

In de beginperiode van mijn bedrijf had ik alleen metselaars en voegers in dienst. Als ik dan bij de voegers in de keet zat, hadden ze constant commentaar op elkaar: de één veegde de muur niet goed af, de ander was net een stukadoor. Ik kon er niet één vinden die zei: “Dat is een goede voeger!” Maar dat vonden ze wel van zichzelf.
Ik kreeg dezelfde klaagliederen te horen bij de metselaars: de één was een muurvarken, de ander een puinpadje en dan riepen ze: “Je trapt je stenen erin en gaat als het tijd is naar huis.” Met de gedachte van opa in mijn hoofd wilde ik zo niet werken. Ik ging met onze mannen zitten en stelde ze de volgende vraag: “Als we naar de bouw kijken, hoeveel mensen zijn er trots op hun werk en op het vak dat ze beoefenen?” Ik kreeg geen antwoord.

Naar mijn mening werkt 80 procent van de bouwvakkers alleen voor het geld en het interesseert ze niet hoe hun werk eruit ziet. Dan hou je 20 procent over, waarvan 10 procent zijn stinkende best doet om het goed te doen, maar zij kunnen niet beter. De laatste 10 procent heeft liefde voor het vak en is trots op zijn werk.

Ik kan jullie vertellen dat ik uiteindelijk onwijs goede metselaars en voegers had.

Liefde voor het vak, het beste resultaat

Na een paar jaar kreeg ik timmerlieden in dienst. Ik zat bij ze in de keet en het was weer net of ik bij de metselaars en voegers zat: “Die timmerman is een knoeier!”, “Dat is een houthakker”, “Die kan helemaal niets”, en uiteindelijk vonden ze zichzelf de beste.

Ik kon dus weer van voor af aan beginnen: koppen bij elkaar, liefde voor het vak bijbrengen, samen werken naar een goed resultaat, allemaal verantwoordelijk en trots zijn op je vak, ongeacht wat voor werkzaamheden je doet. Wat overbleef, was de afstand tussen het kantoorpersoneel en de werkvloer, maar dit ging wonderbaarlijk goed en leverde geen problemen op.

Dezelfde gesprekken heb ik gevoerd met onze gespecialiseerde aannemers, leveranciers en toeleveranciers. Het heeft enorm veel tijd gekost, maar uiteindelijk is de boodschap goed overgekomen. Ons bedrijf groeide samen met onze partners en we hebben er echt een hecht team van gemaakt.

Ik was vroeger lid van de metselaarspatroonbond, later de AVM, en het was net of ik weer in een bouwkeet zat; “Dat is een knoeier”, “Die kan niet metselen”, “Hij maakt er een zootje van”, enzovoorts. Wat we wel samen deelden was ons gevoel voor het ambacht en trots zijn op je vak.

Daarna ging ik van de onderaannemers- naar de aannemerswereld en je snapt ‘em wel… precies! Het was net of ik weer tussen de voegers zat.

Ik ga vaak kijken bij de bedrijven van mijn collega’s, zowel in de renovatie als in de nieuwbouw, en ik kan je vertellen dat wij gerust trots op elkaar mogen zijn, zowel in de onderaannemers- als in de aannemerswereld. Mijn opa was zo gek nog niet…



René Kesselaar is directeur/eigenaar van Kesselaar & Zn.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels