blog

Juridisch | Motiveringsverplichtingen in de Aanbestedingswet 2012

bouwbreed 361

Juridisch | Motiveringsverplichtingen in de Aanbestedingswet 2012

De Aanbestedingswet 2012 bevat een groot aantal motiveringsverplichtingen voor de aanbestedende dienst. In de adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts (hierna: de Commissie) komen de verschillende motiveringsverplichtingen regelmatig aan de orde. Bijvoorbeeld het hieronder besproken Advies 389 (van 20 februari 2017) waarin de Commissie onder andere adviseert over het al dan niet afdoende motiveren van de gunningsbeslissing.

Wat zegt de Aanbestedingswet 2012?
De Aanbestedingswet 2012 bepaalt in art. 1.15 lid 1 dat een aanbestedende dienst inschrijvers op gelijke wijze behandelt. In lid 2 wordt bepaald dat aan alle inschrijvers de gunningsbeslissing met de relevante redenen voor deze beslissing wordt medegedeeld.

In art. 2.130 lid 1 is bepaald dat de mededeling van de gunningsbeslissing de ‘relevante redenen’ voor die beslissing moet bevatten. Met de ‘relevante redenen’ zijn in ieder geval bedoeld de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving, alsmede de naam van de winnaar (art. 2.130 lid 2).

Casus
Waar ging het om? De aanbestedende dienst is op 20 september 2016 een meervoudig onderhandse procedure is gestart voor een overheidsopdracht voor diensten betreffende het projectmanagement voor de renovatie van een schoolgebouw. Klager is uitgenodigd tot deelname aan de procedure.

Motiveringsverplichting
In één van de klachten komt de vraag aan de orde of de aanbestedende dienst aan de motiveringsverplichting heeft voldaan met de verzending aan klager van het bericht van 13 oktober 2016. Beklaagde heeft daarin weliswaar de scores van klager en de winnende inschrijver bekendgemaakt, maar niet aangegeven waarom klager niet de maximale scores heeft behaald noch wat de kenmerken en relatieve voordelen van de winnende inschrijving zijn. De aanbestedende dienst heeft in dit bericht ook niet in een opschortende termijn voorzien. Naar het oordeel van de Commissie heeft beklaagde met de brief van 13 oktober 2016 dan ook niet aan haar motiveringsverplichting van art. 1.15, lid 2, Aw 2012 voldaan.

Vervolgens heeft de aanbestedende dienst de gunningsbeslissing alsnog afdoende gemotiveerd in een brief, maar op dat moment was de overeenkomst tussen beklaagde en de winnende inschrijver al tot stand gekomen. Pas nadat klager een klacht bij de Commissie heeft ingediend, heeft de aanbestedende dienst de gunningsbeslissing afdoende gemotiveerd. De Commissie concludeert dan ook dat dit klachtonderdeel gegrond is.

Rechtsbescherming
In het volgende klachtonderdeel komt de vraag aan de orde of de aanbestedende dienst de verplichting om klager een effectieve rechtsbeschermingsmogelijkheid tegen de gunningsbeslissing te bieden, heeft nageleefd.

De Commissie oordeelt dat er zodanige motiveringsgebreken aan de mededeling van de gunningsbeslissing kleven dat de gunningsbeslissing een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver volstrekt geen houvast biedt om te kunnen beoordelen of het aanhangig maken van een juridische procedure zinvol is. De consequentie daarvan is dat beklaagde klager op basis van de mededeling van de gunningsbeslissing van 13 oktober 2016 geen effectieve rechtsbeschermingsmogelijkheid tegen deze beslissing heeft geboden.

In de Memorie van Toelichting bij artikel 2.130 lid 1 Aw 2012 is ook opgemerkt dat het nalaten om de relevante redenen mee te zenden betekent dat de gunningsbeslissing niet voldoet aan de eisen van de wet. Het gevolg daarvan is dat in een dergelijk geval de opschortende termijn nog niet begint te lopen.

De Commissie heeft in eerdere adviezen al geoordeeld dat de wetgever dat gevolg heeft willen beperken tot een geval als het onderhavige waarin een aanbestedende dienst in zijn mededeling van de gunningsbeslissing in het geheel geen redenen van die beslissing geeft, dan wel redenen geeft die een redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijver volstrekt geen houvast bieden om te kunnen beoordelen of het aanhangig maken van een juridische procedure zinvol is. Dat het in dit geval gaat om de motivering van een gunningsbeslissing in het kader van een meervoudig onderhandse procedure maakt dit oordeel volgens de Commissie niet anders. Ook dit klachtonderdeel is gegrond.

Op 31 oktober 2017 besteedt het Instituut voor Bouwrecht aandacht aan onder andere dit onderwerp in de studiemiddag ‘Bijzondere onderwerpen aanbestedingsrecht: motiveringsverplichtingen en niet-gereguleerde aanbestedingen’. Voor meer informatie zie www.ibr.nl/agenda



Natasja van Wijk – van Gilst, Instituut voor Bouwrecht

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels