blog

De blindheid voor de spontane stad

bouwbreed 10

De blindheid voor de spontane stad

Op bezoek bij een tijdelijke stad, de ‘Fabcity’, in Amsterdam, op de kop van Java-eiland, was veel aandacht voor tiny houses. Fabcity is gebouwd in het kader van het Europees voorzitterschap van Nederland en een uitstalkast van duurzame technologie en bijbehorend sociaal ondernemerschap.

Wat me trof in de tiny houses was de kracht van de knutselende zelfbouwers, die daar ook tijdelijk woonden. Genietend van de vrijheid en aandacht, maar wel een beetje ontheemd zo leek het.

Nieuwe nomaden

Jelte Glas, die ik nog uit Utrecht ken van het tijdelijke woonproject annex lokale gemeenschap Buurland, was een van hen. Dé issue voor hem en zijn lotgenoten is hoe lastig het is om een plek voor de mobiele en compacte zelfbouwwoning te vinden. Hij had een rondgang langs wethouders in meerdere steden gemaakt en kon melden dat het er beroerd voor staat met de ruimte die steden aan dit type wonen willen bieden.
[intermezzos:1] En hij had ook een goed oog voor dat andere treurige fenomeen: grootschalige sloop van nog goed te gebruiken panden. De kluswoningen zijn daarin een te klein segment, inzet is toch vooral ‘betere voorraad’. Onze bouwcultuur is gefixeerd op grondexploitatie, programmeren, plannen en bouwen en dan blijft er heel weinig ruimte over voor deze nieuwe nomaden die ‘off the grid’ kunnen leven.

Samen ontwikkelen

Dat is niet alleen jammer voor Jelte, maar ook voor de vitaliteit van steden. Je hebt veel vrije ruimte nodig om nieuwe vormen van stedelijkheid, wonen en gemeenschapsvorming te ontdekken. Wat we daarnaast nodig hebben, is een bouwcultuur waarin de gemeente veel directer met gebruikers de stad ontwikkelt.

Realiseer een infrastructuur waarin collectieven van starters, studenten, zelfbouwers en woon- en buurtgroepen samen met overheid en corporaties aan hun eigen stad bouwen. Dan doorbreek je het monopolie van de grote marktpartijen, krijg je veel gevarieerdere en interessantere buurten en bouw je ook nog aan gemeenschapszin en sociaal kapitaal. 

Lichte gemeenschap

Vorig jaar deed ik een onderzoekje op festival Lowlands, naar wat je van zo’n tijdelijke stad kunt leren over stadsontwikkeling en gemeenschapsvorming. Dit essay schreef ik daar over. Wat me vooral opviel, is dat je zelfs in zo’n tijdelijke stad (waar dezelfde groep mensen ieder jaar naar terugkeert) interessante vormen van gemeenschapsvorming kunt zien.

Ik noem ze lichte gemeenschappen, waar mensen saamhorigheid en gedeelde ervaringen creëren op een wijze die je niet kunt programmeren of plannen. Daar valt nog veel van de leren voor onze stedenbouwers. Het besef dat je gebruik kunt maken van het mechanisme dat mensen zelf betekenis geven aan de stad en daarin lichte en hechtere  gemeenschappen creëren, is echter in de stadsontwikkeling nog ver te zoeken.

Programmeren van de stad

Als ik door deze bril van de spontane stad kijk, krijg ik een hekel aan die zielloze bouw van gestapelde starters- en studentenwoningen, de puur commerciële grondpolitiek, de door ‘voorraadbeheer’ gestuurde sloopplannen, de blindheid voor de bijzondere effecten van tijdelijke initiatieven, en het verheffen van zelfbouw tot een wedstrijdje om de beste kavels.

[intermezzos:2] Beetje scherp geformuleerd misschien, maar we missen wezenlijke aandacht voor de kracht van de spontane, niet van bovenaf gemaakte stad. De troost is dat als de overheid, de corporaties en de ontwikkelaars de steven niet wenden, we afstevenen op een een nieuwe kraakgolf. Want ergens is er een grens aan het programmeren van de stad en het negeren van deze beweging.

Frans Soeterbroek, socioloog, bestuurlijk adviseur en Ruimtemaker in letterlijke en figuurlijke zin

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels