blog

‘Vegetarisch’ bouwen

bouwbreed 10

‘Vegetarisch’ bouwen

Vegetarisch eten is tegenwoordig volstrekt normaal. Steeds meer mensen eten minder vlees, restaurants hebben standaard een vegetarisch menu en zelfs de nieuwe schrijf van vijf kent een groter aandeel groenten en adviseert slechts twee keer per week vlees. En iedereen begrijpt waarom: een Westers dagelijks vleesdieet is desastreus voor het milieu, voor de voedselvoorziening en het draagt enorm bij aan klimaatverandering.

De vegetarische trend staat niet op zichzelf. Ook op het gebied van energie is er een omslag gaande: van hoog belastende brandstoffen naar hernieuwbare energie, deels al plantaardig of zelfs volstrekt natuurlijk zoals zon en wind.

Maar hoe zit dat dan met materialen? Want daar is ook een onderscheid te maken. Aan de ene kant kennen we de de plantaardige materialen als stro, vlas en hennep en natuurlijk hout en bamboe. Een treetje hoger staan de mineralen die de nodige bewerking vereisen voordat ze geschikt zijn om toe te passen. En daar weer boven de meest bewerkelijke en energieverslindende materialen: metalen, zeg maar het vlees in de bouw. Gebruik van metalen en mineralen vraagt immers om een hoge milieubelasting en draagt sterk bij aan de klimaatverandering.

Dat vraagt om eenzelfde omwenteling in gebruik. Er zijn simpelweg niet genoeg grondstoffen om de verdubbeling van alle steden in de wereld, de omslag naar hernieuwbare energie via mega wind- en zonneparken en de enorme te verwachten groei van het wereldwijde autobezit aan te kunnen.

Ook in de bouw moeten we dus de omslag naar plantaardig of vegetarisch maken. Dat is niet zomaar een aardig ideetje, maar een absolute must! Niet alleen worden mineralen en metalen steeds schaarser, het kost ook steeds meer energie om ze te delven. Metalen hebben een zeer hoge ‘embodied energy’, de energie die nodig is voor winning en bewerking.

Metalen gebruiken wanneer er vegetarische (of biobased) alternatieven zijn met een veel lagere embodied energy, is als je het mij vraagt misdadig. Zeker wanneer je weet dat we de komende decennia onze CO2 emissies drastisch moeten inperken.

Hiermee wil ik geenszins betogen dat metalen an sich slecht zijn. Maar ze hebben een veel te hoge belasting voor de functies waarvoor ze worden toegepast. We zouden ze daarom alleen nog moeten gebruiken als er geen alternatief voorhanden is.

Zoals een of twee keer per week vlees eten prima kan, beter is voor ons lichaam zelfs, zouden we in de woningbouw het gebruik van metalen ook best kunnen beperken tot hier en daar een scharniertje of een hoekijzertje. Geen gevelbeplating van aluminium dus! Zoals bij de renovatie van het ASR gebouw in Utrecht wel gebeurd is.

Hoe haal je het in je hoofd? Een aluminium gevel? Dat is letterlijk ‘Na ons de zondvloed’- gedrag.

Het kan prima anders. We kunnen prima dat materiaal gebruiken dat het meest effectief en met de laagste milieubelasting aan zijn functie voldoet. Duurzame materialen bestaan niet, maar we kunnen ze wel duurzaam toepassen. Stoppen dus met plofgebouwen zoals tweelaagse woningbouw opgetrokken uit beton en staal. Hout en andere plantaardige materialen zijn allang een prima alternatief. Er bestaan al appartementencomplexen van 14 verdiepingen die volledig met hout gebouwd zijn. In Zweden staat een houten parkeergarage van drie verdiepingen. Dynamische belasting? Geen enkel probleem. Beton en staal zijn daarvoor niet nodig. Zelfs een 2 MW windturbine kan in hout, inclusief fundering.

De klimaatdoelen, afgesproken in Parijs, kunnen niet onderschat worden. Het is geen zaak van kleine aanpassingen, maar een complete revolutie. We moeten binnen 35 jaar naar nul-CO2 uitstoot. Dat laat geen ruimte voor halve maatregelen.

Er is al een Partij van de Dieren, een Partij voor de Metalen is geen overbodige luxe. Om de metalen met rust te laten dus. En om plofgebouwen te voorkomen.

Ronald Rovers, Lector Hogeschool Zuyd, Sustainable Building Support & Consultancy

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels