blog

Aanbestedingswet: met terugwerkende kracht van toepassing?

bouwbreed 8

Aanbestedingswet: met terugwerkende kracht van toepassing?

De Hoge Raad wees recentelijk een interessant arrest in een kwestie, waarbij onder andere de vraag was in hoeverre de Aanbestedingswet zijn schaduw vooruit heeft geworpen. Of anders gezegd qua normstelling al van toepassing moet worden geacht, vóór de inwerkingtreding op 1 april 2013.

Die vraag kwam aan de orde in een zaak waarover veelvuldig gepubliceerd is; het geschil tussen het Kadaster en een leverancier van geografische automatiseringssystemen, die al eerder zaken met het Kadaster had gedaan. Voor een nieuw project (het grafisch presenteren, plotten en printen van klicdata) werden 27 bedrijven benaderd met een uitvraag voor een meervoudig onderhandse aanbesteding.

De bewuste leverancier zat daar niet bij, terwijl het Kadaster wist dat dit bedrijf over de expertise beschikte en geïnteresseerd was. De rechtbank verklaarde voor recht dat het Kadaster onrechtmatig had gehandeld door deze leverancier niet op de hoogte te stellen van de aanbesteding voor de KLIC-viewer en veroordeelde het Kadaster tot een schadevergoeding begroot op € 10.000.000,-. Het hof bekrachtigde het vonnis voor wat betreft de verklaring voor recht dat het Kadaster onrechtmatig had gehandeld.

De schadevordering werd echter niet gehonoreerd omdat niet vast was komen te staan dat de leverancier door het onrechtmatig handelen van het Kadaster schade had geleden. Tegen het arrest van het hof werd door de leverancier beroep in cassatie ingesteld, dat verworpen werd. Het Kadaster stelde incidenteel cassatieberoep in.

De Hoge Raad wees op 25 maart 2016 een arrest in deze kwestie. Het Kadaster was van mening dat, nu de relevante feiten zich voordeden ruim voor de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012, deze wet niet op de aanbesteding van toepassing kan zijn geweest. De Hoge Raad ontkent dat niet, maar voegt daar wel aan toe, dat niettemin de in de Aanbestedingswet opgenomen uitgangspunten, in het bijzonder de beginselen van gelijke behandeling en transparantie, ook voor de inwerkingtreding van de wet reeds als geldend recht moeten worden aangemerkt. Een wet die formeel geen terugwerkende kracht heeft, kan dat in de ogen van de rechter dus toch hebben. 

Jurriën Deckers
Advocaat Accolade

Bron: ECLI:NL:HR:2016:503 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels