blog

Hoezo kanteling?

bouwbreed

Hoezo kanteling?

Geweldig, een nieuwe column, tijd voor een nieuw geluid! Voor mij een buitenkans om, los van mijn bestuurlijke en politieke praktijk als wethouder en parlementariër, mooie onderwerpen van onze bouw te gaan beschouwen. 

Natuurlijk, bij mij zal het altijd gaan over een gewenste ‘kanteling’ in onze bouwpraktijk. Maar daarbinnen zijn er genoeg nieuwe onderwerpen om over uit te wijden. Wat te denken van een woningmarkt die kantelt van ‘hijgerigheid naar ontspannenheid’, van ‘aanbod naar vraag’, van ‘verleden naar heden’, van ‘snel naar langzaam’, van ‘betuttelen naar loslaten’, van ‘plannen naar vrijheid’, van ‘overheid naar burger’, van ‘productdenken naar ambacht’, van ‘economische naar maatschappelijke waarde’, van ‘regels naar kader’, van ‘nieuwbouw naar transformatie’ en van ‘centrale naar decentrale energieproductie’.

[intermezzos:1]Het zijn allemaal kantelingen in onze praktijk die hoogst actueel zijn. En laten wij eerlijk zijn: de bouw, die al vanaf 2008 wordt geteisterd door een crisis, is echt toe aan een kanteling. Immers, de ineenstorting van onze woningmarkt was enorm. Veel vanzelfsprekendheden staan op losse schroeven. Veel projectontwikkelaars uit de oude garde ruimden het veld. Honderden projecten vielen stil. Grondposities zijn ingeleverd. Bouwbedrijven gingen onderuit. Omzetten kelderden en de winstmarges waren lager dan ooit.

Hoe treurig ook, we weten dat een crisis hét moment is om al die ingesleten patronen op te schudden en op zoek te gaan naar innovaties. Of zoals de 55e burgemeester van Chicago, Rahm Israel Emanuel, ooit zei: ‘Never waste a crisis. It can be turned to joyful transformation’. En dat geldt zeker voor onze woningbouw.

[intermezzos:2]Het gemak waarmee jaren achtereen aanbod-gedreven is gewerkt op VINEX-locaties met ‘gevarieerde’ standaardproducten, ligt nu achter ons. Tijd en ruimte voor nieuwe ideeën en gedachten. Er is nieuwe ruimte voor de veelvoud van de kleine schaal. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog wordt de bouwproductie – wederopbouw, stadsvernieuwing en Vinex -niet meer gedomineerd door grote institutionele partijen, maar krijgen burgers zelf de kans om hun ding te gaan doen. Bestuurders zetten in op zelfbouw, kavelwinkels zijn geopend en er zijn heuse zelfbouwmarkten. Er is meer en meer gesproken over organische groei, over adaptieve stedenbouw en initiatieven van onderop. Letterlijk zagen wij dat er, middenin de crisis, ruimte ontstond voor wat in Almere ‘Mensen maken de stad’ is genoemd. Nu was het niet meer de door professionals kunstmatig in scene gezette diversiteit, maar de architectonische verscheidenheid die direct voorkwam uit de creativiteit van zelfbouwers.

En wat is er nu niet mooier, juist nu wij het ergste leed van de crisis achter de rug hebben, om de opgaande economie te gaan gebruiken om nu echt een fundamentele verandering door te voeren in de wijze waarop wij onze steden maken? Geef de burger daarin het eerste recht van initiatief en faciliteer dat met een dienstbare ruimtelijke ordening. Aan een veelvoud van de kleine schaal zijn wij al gewend geraakt. Nu gaat het erom dat we dit innoveren, stroomlijnen en toegankelijk maken voor hen die woonproducent willen zijn.

[intermezzos:3]Maar, ik had het kunnen weten: juich nooit te vroeg. Er is nog niet een heel klein beetje spanning terug in de woningmarkt en de oude posities lijken weer te worden ingenomen. Ik geef drie voorbeelden. In de gemeente Den Haag woedt bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling een interne strijd, waarbij het grondbedrijf weer terug wil naar een gronduitgifte met het aanboddenken van de Vinex. De Delftse supervisor van de Spoorzone, architect Wytze Patijn, waarschuwde op een openbare bijeenkomst in Delft over het thema Wooncoöperaties dat, na de succesvolle start van de Coendersbuurt met veel zelfbouwers, het Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone nu voor het Van Leeuwenhoekkwartier neigt naar een uitgifte via een traditionele tender voor ontwikkelaars.

Het meest bont lijkt de gemeente Almere het te maken. Binnen het ambtelijk apparaat zijn er die nog steeds niet hebben verinnerlijkt dat organische groei ook een ander uitgifte-ritme vertegenwoordigt. Dat wijken kavel voor kavel groeien en nooit af zullen zijn, maar per definitie stap voor stap zullen transformeren. En nu gaat deze gemeente op zoek naar ‘marktpartijen voor zelfbouwkavels’. Een grotere contradictie is niet mogelijk. Juist op het moment dat er in de economie wat meer armslag lijkt te ontstaan, en dus ook juist die burger beter dan voorheen haar eigen initiatief inhoud zou kunnen geven, wordt deze weer gereduceerd tot woonconsument.

Nee, het is nog steeds geen vanzelfsprekendheid dat zij die voor ons in het bestuur en de overheid verantwoordelijkheid dragen voor het bouwbeleid, de burger echt in hun kracht zetten. Vaak komt dat omdat het ‘verzorgen’ van bovenaf nog steeds diep is ingesleten in onze bestuurscultuur. Vaker ook omdat het productiedenken, waarbij snelle aantallen en de verkoopcijfers van grond belangrijker zijn, dominant is.

Maar de meest zorgelijke reden is misschien nog wel dat veel bestuurders en ambtenaren gewoonweg geen vertrouwen in burgers hebben. Nee, het maken van de stad, dat kunnen zij veel beter. In ons land hoeft de bouw helemaal niet te innoveren. Die kan wachten tot de crisis voorbij is, om daarna dankzij de overheid weer over te gaan tot de orde van de dag.

Dat kan toch niet waar zijn? Duidelijk is dat er nog geen sprake is van een ‘joyful transformation’. Tja, dan begint onvermijdelijk een nieuwe column toch met een oud pleidooi: Kantel de bouw eens echt en zet die burger centraal. 

 

 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels