blog

De stad als schaakbord

bouwbreed 22

De stad als schaakbord

Naar de verschijning van ‘Rotterdam Woont, Atlas van de Rotterdamse woningbouw 1840-2015’ op 16 december kijk ik ontzettend uit. Deze publicatie biedt een subliem overzicht van de wording van Rotterdam. De Atlas zal veel Rotterdammers met trots vervullen.

Ook mij inspireerde het woonbeleid van deze stad. Na een klinkende overwinning trad in 1974 in Rotterdam een progressief stadsbestuur aan. De breuk in het woonbeleid kon niet radicaler. Bouwen voor de buurt werd het adagium.

Revolutionaire visie en daadkracht

Vanaf dat moment stond het stadsbestuur een vernieuwing van de stad voor, waarin de oude wijken werden gerespecteerd en samen met de zittende bewoners zouden worden opgeknapt. De drijvende kracht hierachter was de legendarische PvdA-wethouder Jan van der Ploeg. Deze ogenschijnlijk traditionele magistraat, een rijzige man die rust en vertrouwen uitstraalde, bleek een revolutionaire visie en daadkracht te bezitten.


Onder zijn leiding werden de huisjesmelkers en speculanten met harde hand aangepakt en uitgekocht en de verpaupering in recordtempo een halt toegeroepen. Krotten werden gesloopt, woningen gerenoveerd en er kwam betaalbare nieuwbouw.

Het Rotterdamse stadsbestuur bewees dat een bondgenootschap met de eigen bewoners effectief was voor het herstel van de stad. Die voer er wel bij. Veel van deze oude wijken zijn tegenwoordig gerespecteerde stadsdelen en, niet onbelangrijk, in trek bij veel Rotterdammers.

Persoonlijke maakbaarheidsgedachte in huidige Woonvisie

Hoe anders is het beleid in de thans voorliggende Woonvisie. Daarin lijkt de maakbaarheidsgedachte van de zestiger jaren onder leiding van Leefbaar Rotterdam teruggekeerd. Maar nu in een heel persoonlijke toonzetting van wethouder Ronald Schneider: ‘In deze visie combineer ik ambitie met realisme. Geen loze targets, maar een verhaal dat we kunnen waarmaken. Ik heb daartoe duidelijke keuzes gemaakt en focus aangebracht. Zo maken we Rotterdam als woonstad echt aantrekkelijker’.

En de keuzes die de wethouder maakt liegen er niet om. Hij wil ruimte gaan bieden aan ‘de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials’. En omdat ruimte schaars is, wil hij dat vooral bereiken door een verandering van de woningvoorraad.
[intermezzos:1] Er zijn, zo constateert hij, te veel goedkope huurwoningen in de stad. En ‘deze overmaat aan goedkope woningen heeft een aanzuigende werking op huishoudens in de primaire doelgroep van elders. Aanbod creëert vraag.’ En dus moeten er maar liefst 15.000 worden gesloopt, 10.000 zullen via liberalisatie (huurverhoging), verkoop of samenvoegen aan de betaalbare woonvoorraad worden onttrokken. Nog slechts 5.000 ‘goedkope’ (huur)woningen zullen worden teruggebouwd.

Feitelijk hebben wij het hier niet zozeer over een woonbeleid, maar over een gerichte bevolkingspolitiek. De ik-vorm in het beleid van dit college laat zien dat het de stad opnieuw beschouwt als een schaakbord, waar bewust wordt ingezet op een ‘minder, minder’ huisvesting voor lagere inkomens.

Zij zijn als de pionnen die in het schaakspel worden opgeofferd ten gunste van de instroom van de gewenste doelgroepen. De valse toon is dat het lijkt te gaan om het tegenhouden van ‘de primaire doelgroep van elders’ want ‘aanbod creëert vraag’.

Er wordt weer van bovenaf geregeerd

Materieel echter zal het creëren van schaarste vooral de Rotterdammers treffen. De lagere inkomens komen met dit beleid achter in de rij te staan. In plaats van te kiezen voor een woonbeleid waarin samen met de bewoners, vooral ook vertrouwend en appellerend op hun eigen kracht, te werken aan een gezamenlijk gewenste vernieuwing van de stad, wordt er weer opnieuw van bovenaf geregeerd.

De breuk met de aanpak van wethouder Van der Ploeg kon niet groter zijn. Het is dan ook terecht dat, via een door een burgerinitiatief afgedwongen referendum, de inwoners van de stad op 30 november hun opvatting over dit beleid kenbaar kunnen maken. Voor de stad is het te hopen dat er, in het stemhokje, nog iets overblijft van de vroegere solidariteit. Ik ben er niet gerust op. 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels