blog

Pleidooi voor simplexiteit

bouwbreed Premium 111

Pleidooi voor simplexiteit

Met deze column sluit ik mijn trilogie over het nieuwe Bouwbesluit af. In een grijs verleden heb ik al eens geschreven dat het Bouwbesluit op hooguit drie A4-tjes moet passen. Een beetje gechargeerd, maar voor het meest simpele bouwwerk dat we kennen, de woning, moeten we een eind kunnen komen.

Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving is opgebouwd rondom prestatievelden. Op een ingewikkelde manier maakt het onderscheid in normen voor verschillende functietypes van gebouwen. Daar is de 80-20-regel op van toepassing. Dat wil zeggen dat 80 procent van de regels gaat over gebouwen die maar voor 20 procent voorkomen binnen de bouwproductie. Die 80 procent maakt het besluit, met al zijn verwijzingen naar andere regelingen en normen, voor leken vrijwel onleesbaar.

Even voor de duidelijkheid; het Bouwbesluit moet ervoor zorgen dat gebruikers erop kunnen rekenen dat gebouwen op een zevental prestatievelden voldoen aan minimale normen. Dat zijn: stabiliteit van de constructie, brandveiligheid, hygiëne + gezondheid + milieu, gebruiksveiligheid, geluidsbelasting, energiegebruik en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Voor woningen zijn de meeste van deze prestatievelden uit te drukken in simpel meetbare Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s).

De technologie om die KPI’s te meten hadden we nog niet in de tijd dat de basis is gelegd voor de structuur die het Bouwbesluit kent. Nu wel. Ik pleit dus voor het simplexiteitsbeginsel. Een makkelijk te lezen Bouwbesluit voor gebouwen die het meest worden gebouwd, maakt het voor zowel de overheid als bouwers veel makkelijker om de nieuwe Wet kwaliteitsborging te implementeren. Het maakt het ook makkelijker om de regeling te interpreteren en ermee te variëren. Een makkelijk te lezen Bouwbesluit biedt bouwers bovendien de kans om aan klanten te laten zien hoeveel beter zij het doen dan de minimale normen die het Bouwbesluit vraagt. Het zorgt dus voor meer markttransparantie en verruimt de innovatieperspectieven.

Reageer op dit artikel