blog

Rechter wijsvinger van blije fietsers

bouwbreed Premium

Rechter wijsvinger van blije fietsers
Suzanne van de Kerk

Eigenlijk heb ik in de auto altijd haast. U kent dat wel. Te laat ergens weg. Een te optimistische inschatting van de reistijd.

Veel automobilisten op de weg die zich aan de snelheid houden of omdat ze aan het sms’en zijn. Alle stoplichten op rood. En uiteindelijk geen parkeerplek. Juist in die situaties geef ik bij elke fietsersovergang voorrang.

Te laat ben ik toch al en ik word altijd vrolijk van de manier waarop fietsers je daarvoor bedanken. Meestal gaat de rechter wijsvinger (en soms de hele rechterhand) omhoog. Heel kort. Sommige fietsers kijken je ook nog even aan. Onduidelijk is of ze dat doen omdat ze je niet vertrouwen of omdat ze zich een profiel vormen van een aardige automobilist. Maar ze kijken blij.

Vrijwel alle fietsers bedanken je zo, zelfs de allerkleinsten die achter een ouder aan fietsen. Ook zij steken achteloos zwabberend de rechter wijsvinger op.

Heel anders is dat met wandelaars die oversteken. Daar krijg je vaak eerder de neiging om ze voor de sokken te rijden. Ze strekken hun grote teen uit om hun recht veilig te stellen. Ze steken pas over als een andere passant bijna aan de overkant is. Haasten doen ze zich nooit. Het doet er niet toe of je de enige auto bent of niet, ze eisen hun recht op. Bedanken of iets wat daarop lijkt, is er niet bij. Maar kijken doen ze wel: meestal een beetje bozig (zo van “waarom ben je al niet gestopt, toen je mij een minuut geleden al richting zebrapad zag sjokken”).

Overstekende wandelaars horen daarom eerder thuis in de rubriek ‘extra oponthoud’. Maar beweer ik nu dat de wereld een beetje vrolijker wordt als je onbekenden iets gunt? En er niet beter op wordt als mensen hun recht opeisen…?

Reageer op dit artikel