blog

Gemeenten reageren te snel

bouwbreed Premium

Gemeenten reageren te snel
Suzanne van de Kerk

De woningmarkt is zich zienderogen aan het herstellen. Veel gemeenten zien in deze veranderende marktomstandigheden direct aanleiding om de grondprijzen te verhogen en in marktconsultaties weer oneigenlijke eisen op te nemen. Hoe anders was dit enkele jaren geleden toen de woningmarkt in elkaar klapte en de bouwsector flinke stappen terug moest zetten.

Gemeenten reageerden destijds uiterst traag op die nieuwe werkelijkheid. Voor een deel begrijpelijk want bestemmingsplannen waren immers in beton gegoten en grondnota’s schreven de (te hoge) grondprijzen voor. Ook speelden de woningbouwprogramma’s niet echt flexibel in op de snel veranderende woonwensen van huurders en kopers.

Natuurlijk, de economische malaise die we achter de rug hebben heeft menig gemeente tot bezinning gebracht. We zien dat in praktijk aan mooie voorbeelden van samenwerking, flexibele bestemmingsplannen, mogelijkheden om plannen meer gefaseerd te ontwikkelen en de stimulering van duurzame initiatieven.

Onwenselijke zaken

Maar toch sluipen er hier en daar al weer onwenselijke zaken in de processen. Neem bijvoorbeeld de veel te hoge garanties die in selectieprocedures worden gevraagd en die een oneigenlijk beslag leggen op de financiële middelen van alle aanbieders. Er zijn andere manieren om het kaf van het koren te scheiden. Waarom niet een gepaste garantie om vervolgens die ene gelukkige partij wèl de zekerheden te vragen die noodzakelijk zijn en in verhouding tot de uitvraag staan?

Recentelijk vernam ik ook een voorbeeld van een gemeentelijke marktselectie waarin het hertaxatierecht is opgenomen. Als de taxatiewaarde van de grond voor de overdracht hoger is dan het minimumbod van de marktpartij, geldt het hogere bedrag. Valt de taxatiewaarde lager uit dan blijft het minimumbod gehandhaafd!

Juist nu moeten gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen door het huidige fragiele herstel niet te belemmeren. Haastige spoed is immers zelden goed.

Bart Hendriks
Algemeen directeur Hendriks Coppelmans

Reageer op dit artikel