blog

Gedrag en ingebrekestelling

bouwbreed Premium

Gedrag en ingebrekestelling
Shutterstock

In geval van wanprestatie staan de schuldeiser verschillende juridische middelen ter beschikking. Ter bescherming van de schuldenaar is in beginsel een ingebrekestelling vereist. Maar niet altijd.

Een ingebrekestelling is een schrijven van een schuldeiser waarin hij kenbaar maakt wat tussen partijen is afgesproken, wat er mis is in of aan de geleverde prestatie, hoeveel tijd nog gegund wordt om de prestatie in orde te maken en dat de schuldenaar aansprakelijk wordt gehouden voor het geval hij binnen de gegunde termijn alsnog niet nakomt. Zonder een ingebrekestelling treedt er geen verzuim in en is de schuldenaar niet aansprakelijk. De ingebrekestelling is dus heel belangrijk. Het leerstuk van de ingebrekestelling is notoir lastig, want hij kan soms achterwege blijven.

In een bouwrechtelijke zaak waarvoor de rechtbank Den Haag op 8 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:

8462, oordeelde was een ingebrekestelling inderdaad niet nodig.

De schuldenaar verzette zich tegen aansprakelijkheid, onder andere met de stelling dat de gebreken binnen de tolerantiemarges vielen. Dat wordt van de hand gewezen, want niet onderbouwd. Hoe zat het met de ingebrekestelling? Die was niet nodig in dit geval, want de schuldeiser (eiser) heeft direct of indirect meteen (niet schriftelijk maar) mondeling geklaagd bij de directeur van het bouwbedrijf, waarna de directeur boos van het werk is vertrokken en niet meer op het werk wenste terug te keren tot na de ontmoeting tussen schuldeiser en schuldenaar twee jaar later. Door dat gedrag, oordeelt de rechter, treedt het verzuim zonder ingebrekestelling in.

Zoals ik aangaf: het leerstuk is notoir lastig en fouten zijn snel gemaakt. Kom daarom naar de bijeenkomst van het IBR op 15 maart 2016 waar onder andere mr. Leonie Mundt deskundige uitleg geeft over het onderwerp remedies op grond van niet-nakoming van een verbintenis.

Prof. mr. dr. M.A.B. Chao-Duivis, directeur Instituut voor Bouwrecht en hoogleraar bouwrecht TU Delft

Reageer op dit artikel