blog

Verkeerd vulmateriaal onder vloer verborgen gebrek

bouwbreed Premium

Verkeerd vulmateriaal onder vloer verborgen gebrek
NLD-20040216-ROTTERDAM: Vrouwe Justitia op het voormalige Gerechtgebouw in Rotterdam aan de Noordsingel. Hier is nu de Raad voor de Kinderbescherming in gevestigd.ANPFOTO KOEN SUYK

Verkeerd vulmateriaal onder de vloer van een distributiecentrum veroorzaakt verzakkingen. Het herstel en de schuldvraag worden een gebed zonder eind. Arbitrage moet daaraan een eind maken.

In een nieuw distributiecentrum van een supermarktketen, opgeleverd in 2004, worden al in 2005 ongelijkheden in de vloer geconstateerd. De supermarkt meldt dat bij de opdrachtgever. De opdrachtgever geeft het weer door aan de aannemer. Die verricht tussen mei 2006 en maart 2012 een serie reparaties, maar een definitieve oplossing blijft uit.

Onderzoek van diverse expertisebureaus in 2012 en 2013 toont aan dat de vloer omhoog komt door het zwelgedrag van het funderingsmateriaal. Daarvoor heeft de aannemer Ontijzerd Industrieel Puin (OIP) gebruikt. Het bestek schreef verdicht puin en zand voor. In juli 2012 eist de opdrachtgever dat de aannemer schriftelijk erkent dat hij aansprakelijk is en dat hij voor een deugdelijk herstel zal zorgen. De aannemer wijst elke aansprakelijkheid van de hand.

Stofwolken

De opdrachtgever stapt in mei 2014 uiteindelijk naar de Raad van Arbitrage. De arbiters staan voor twee vragen: mocht de aannemer OIP gebruiken en is hij juridisch aansprakelijk voor de gevolgen? Puinruimen in deze langdurige kwestie wordt bemoeilijkt door nogal wat opwaaiend stof. Zo is er sprake van verwevenheid tussen opdrachtgever enerzijds en het ontwikkelingsbedrijf en de aannemer anderzijds. De laatste twee zijn oorspronkelijk zusterbedrijven. Er speelt ook een pettenprobleem. Eenzelfde persoon was bestuurder van zowel de opdrachtgever als het ontwikkelingsbedrijf en – tot 2009 – van de aannemer. Ook een gefaseerde overname van de aannemer – tussen 2004 en 2009 – en het faillissement van het ontwikkelingsbedrijf – in 2012 – spelen een rol.

Eigenmachtig

We beginnen hier met de toepassing van OIP. De arbiters stellen vast dat daarover wel discussie is geweest, maar dat nergens blijkt dat opdrachtgever of directie ermee heeft ingestemd. De aannemer heeft op dit punt dus eigenmachtig gehandeld. Maar is hij daarom ook aansprakelijk? De eerste vraag daarbij is of de vervaltermijn is verlopen.

Vervaltermijn

De arbiters beoordelen de problemen met de vloer als een verborgen gebrek. Daarvoor geldt een vervaltermijn van vijf jaar na oplevering. De tekortkoming is niet zo ernstig dat de langere aansprakelijkheidsduur van tien jaar van toepassing is. Ook van een eventuele nieuwe vervaltermijn op basis van het verrichte herstel is geen sprake. Uit alles blijkt dat er geen sprake was van definitief herstel, maar van tijdelijke maatregelen. Kortom: in 2012 was de opdrachtgever te laat met het aansprakelijk stellen van de aannemer.

Erkenning

Als laatste komt hier de vraag aan de orde of, zoals de opdrachtgever stelt, de aannemer zijn aansprakelijkheid dan niet de facto heeft erkend. Dan zou het niet redelijk zijn dat hij een beroep doet op de vervaltermijn. Hij heeft immers over de problemen gecommuniceerd en allerlei herstelwerkzaamheden ondernomen. Daarin gaan de arbiters niet mee. Integendeel: ze stellen vast dat de aannemer aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn herstelwerk in opdracht van het ontwikkelingsbedrijf heeft verricht. De bestuurder van opdrachtgever en ontwikkelingsbedrijf (en tot 2009 van de aannemer) was zoals gezegd een en dezelfde persoon. Hij wist dus dat het ontwikkelingsbedrijf de aannemer betaalde en richtte zijn pijlen pas op de aannemer toen het ontwikkelingsbedrijf failliet ging. De opdrachtgever krijgt het lid op de neus en moet de kosten van de procedure betalen.

Meer over dit vonnis: raadvanarbitrage.info, nr 35.023

Ton Hesp

Reageer op dit artikel