blog

Kwaliteitsmaatregelen

bouwbreed Premium

Kwaliteitsmaatregelen

De rechtbank Den Haag sprak zich onlangs uit over de vraag of het Hoogheemraadschap Rijnland een (onderdrempelige) opdracht voor regulier onderhoudsbaggerwerk mocht gunnen aan een partij die niet beschikt over een vereist kwaliteitscertificaat.

Door gelijkwaardige maatregelen kon hij aantonen daaraan te voldoen (ECLI:NL:RBDHA:2015: 15466).
Inschrijvers moesten met een geldig kwaliteitscertificaat, VCA**-certificaat of gelijkwaardig, aantonen hoe veiligheid, gezondheid en milieu zouden worden uitgevoerd en bewaakt. De inschrijver die op de tweede plaats eindigde maakte bezwaar tegen het gunningsvoornemen, omdat de winnaar alleen over een VCA*-certificaat zou beschikken. Het Hoogheemraadschap meende op grond van art. 2.96 Aanbestedingswet en art. 2.8.2 ARW 2012 gehouden te zijn gelijkwaardige maatregelen te aanvaarden voor kwaliteitsbewaking. Via een audit door de branchevereniging en een verklaring had de winnaar volgens het Hoogheemraadschap aangetoond te voldoen aan het vereiste kwaliteitsniveau van VCA**.

De voorzieningenrechter oordeelde dat art. 2.96 Aanbestedingswet niet van toepassing is op onderdrempelige opdrachten. Ook art. 2.8.2 ARW 2012 bood geen uitkomst, omdat geen sprake was van een openbare procedure. Het Hoogheemraadschap mocht op grond van het gelijkheidsbeginsel geen andere bewijzen accepteren, volgens de voorzieningenrechter, omdat de aanbestedingsstukken daarin niet voorzagen.

De vraag is of een minder formalistische insteek niet meer recht had gedaan aan de bedoeling van de wet en de Gids Proportionaliteit. Niet alleen het gelijkheidsbeginsel, ook het proportionaliteitsbeginsel moet in acht worden genomen. Daarnaast geldt dat ook onder de drempel de Gids Proportionaliteit moet worden toegepast, waardoor een eis niet verder mag gaan dan noodzakelijk. Een kwaliteitscertificaat moet de geschiktheid van de inschrijver toetsen, die met een gelijkwaardige maatregel was komen vast te staan. Het is volgens mij verdedigbaar dat het terzijde leggen van een dergelijke geschikte inschrijving als disproportioneel moet worden aangemerkt.

Tjinta Terlien, Advocaat Croon advocaten NV

Reageer op dit artikel