blog

Infra-innovatie-frustatie

bouwbreed

Bouwen is traditioneel en conservatief. Een noviteit is al snel risicovol.

Opdrachtgevers, aannemers en financiers zien het liefst robuuste systemen en betonnen en stalen constructies die hun nut en zekerheid hebben bewezen.

Toen ik net was afgestudeerd als trotse Civieler geloofde ik in technische vernieuwing en Hollands Glorie. Dat je met verontreinigingen in de grond iets nuttigs kon doen, dat je containers door buizen kon transporteren in plaats van over asfalt. Ik geloofde in eilanden in de Noordzee die onze ruimteproblemen voor wonen en natuur konden verlichten, in de beelden van de gebroeders Das.

In de loop van mijn eerste baan zag ik dat de mogelijke ontwikkeling van al deze technische vernieuwingen afhing van de bereidwilligheid van de ambtenaren van de publieke werken, en van maatschappelijke nut en noodzaak. Ik zag dat ambtenaren gevoelig waren voor grote aannemers die hun problemen wel zouden klaren. Toen de eerste integrale DBFM contracten op de markt kwamen werd ik enthousiast. Eindelijk kon de markt iets verzinnen dat economisch iets opleverde voor de lange termijn. De markt werd een serieuze partner van de publieke zaak, zoals bij de HSL-Zuid en de A59. Echter, mijn enthousiasme werd ook weer de grond ingeboord.

Schiphol strandde in zee, de zweeftrein naar Groningen ontspoorde, plannen voor doorstroom-wegen zonder afslagen bij ieder dorp worden niet serieus genomen. Eurlings’ inzet voor filebestrijding is weer conservatief: auto ’s, meer asfalt, verbreden. De aannemers vinden het prachtig, ze hebben allemaal zelf een dikke wagen onder de kont. Geen innovatie: andere modaliteiten, integratie van infrastructuur, meer ruimte creëren, energiearme oplossingen, betere leefomgeving. Ik hoorde op de radio een commercial ‘als we de huidige welvaart doorzetten hebben we 4 aardbollen nodig…., die hebben we niet’. De Glorie is ver te zoeken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels