artikel

Een nieuwe term erbij: Collaborative contracting

bouwbreed 586

De bouwwereld heeft er weer een mooie term bij, collaborative contracting. Een Engelse benaming, die aangeeft dat partijen samenwerken in een project. Maar kennen we dat al niet in Nederland? En noemen wij het dan wellicht een bouwteam?

Een nieuwe term erbij: Collaborative contracting

De Angelsaksische, buitenlandse bouwprojecten zijn de verhoudingen tussen de partners over het algemeen nogal zwart-wit. Contractregimes zoals FIDIC regelen aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid op een strikte wijze. Er is nauwelijks sprake van gedeelde risico’s, of gemeenschappelijke doelstellingen. Dat heeft tot gevolg dat partijen vooral bezig zijn om hun eigen risico’s te beperken en te sturen op hun eigen belangen.

Maar het kan ook anders. Het aantal toepassingen van contractvormen waarin alle partijen (opdrachtgever, aannemer, adviseurs) samen één contract tekenen, neemt toe. Dit soort contracten (in het Engels Alliance contracting of integrated project delivery (IPD)) kennen verschillende verschijningsvormen.

De mate waarin dit soort contracten kan worden toegepast is mede afhankelijk van de beperkingen waar bijvoorbeeld overheden mee te maken hebben, zoals de verplichting om een Europese aanbesteding te houden. Maar de basisprincipes zouden iedere verstandige opdrachtgever moeten aanspreken.

Doel

De eerste voorwaarde is dat alle partijen – ook partijen in de keten, zoals onderaannemers – een gemeenschappelijk doel nastreven. Dat betekent overeenstemming over het gezamenlijke doel en ook het individuele doel van iedere partij die betrokken is.

Om ook uitvoeringskennis optimaal te benutten, moeten uitvoerende partijen vroeg worden betrokken bij de planvorming. Alleen dan kan het ontwerp en de wijze van uitvoering zo snel en effectief mogelijk worden gerealiseerd. De vroege inzet van de aannemer in deze opzet betekent niet dat hij het roer overneemt, zoals bij ons in de UAV-GC. Hij werkt mee aan het ontwerp, net zoals de opdrachtgever en de adviseurs dat doen.

Een derde principe klinkt zeer redelijk, maar blijkt in de praktijk toch vaak een taboe. In collaborative contracting wordt het de aannemers gegund om een redelijke marge te maken op hun inzet. Daarnaast worden risico en eventuele opbrengsten samen gedeeld.

Het laatste principe betreft de wijze van kwaliteitsbeheering. Dat wordt ingericht op basis van gezamenlijke overeenstemming en inzet.

Juiste aannemer

In een artikel van McKinsey&Company uit 2018 worden bovenstaande principes uitgewerkt en wordt ook aangegeven hoe het stappenplan eruit ziet voor een opdrachtgever die een project wil inrichten volgens de principes van collaborative contracting. Eén van de stappen is het zoeken naar de juiste aannemer. Ook als er moet worden geselecteerd binnen aanbestedingsregels is er nog voldoende ruimte om te selecteren op kwalitatieve aspecten, zoals de samenstelling van het team en de voorgestelde aanpak.

Een ander element in het stappenplan is het nadenken over de juiste incentives. Dat kan overigens uitstekend in samenspraak met uitvoerende partijen, waarbij samen wordt gezocht naar te bereiken voordelen, de waarde daarvan en de verdeling van het voordeel tussen de partijen.

In Nederland kennen we contractvormen zoals het bouwteam, waarin – zoals bovenstaand aangegeven – samenwerking mogelijk wordt gemaakt. In een bouwteam – zeker het traditionele model – wordt de aannemer in een vroeg stadium geselecteerd en werken partijen samen aan één doel. Ook de prijsvorming gaat uit van overeenstemming over een redelijke prijs, op basis van inhoudelijke onderhandelingen. Maar in een bouwteam zitten meestal geen echte incentives, zoals één gemeenschappelijke risicopot. Dat element zit wel in een alliantie en daarin zit ook de gezamenlijke contractering, zoals hierboven aangegeven.

Hoe we het contract ook noemen, één aspect is op alle contractvormen van toepassing, namelijk de rol van de opdrachtgever. Dat is degene waar het spel begint, die besluit of hij het project op basis van gezonde principes wil inrichten. Welke opdrachtgevers nemen die handschoen op?


Jaap de Koning, Witteveen + Bos

Reageer op dit artikel