artikel

Is Smart altijd wel zo slim?

bouwbreed Premium 553

Is Smart altijd wel zo slim?

Het kabinet wil dit jaar via inkoop een extra impuls geven aan de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie. Veel overheden werken echter al langer aan maatschappelijk verantwoord inkopen (duurzaam inkopen). Maatschappelijk verantwoord inkopen is een onderdeel van maatschappelijk ondernemen en houdt in dat producten, diensten of werken worden ingekocht met een maximale duurzame waarde.

Hoe bepaal je echter de maximale duurzame waarde? Duurzaamheid is immers een containerbegrip waar van alles onder wordt verstaan. Het omschrijven van het streven dat partijen naast winst (“profit”) ook rekening houden met het effect van hun activiteiten op het milieu (“planet”) en dat zij oog hebben voor menselijke aspecten binnen en buiten het bedrijf (“people”), volstaat niet om tot een objectieve beoordeling te komen van de duurzame waarde die marktpartijen kunnen aanbieden.

Open duurzaamheidscriteria

Wel kan er gewerkt worden met open duurzaamheidscriteria en beoordelingsmaatstaven, waarbij inschrijvers in een plan van aanpak beschrijven hoe zij deze criteria voor de betreffende opdracht kunnen invullen. Daarbij rijst dan wel weer de vraag hoe een dergelijk plan van aanpak objectief beoordeeld kan worden.

In de praktijk zie ik steeds vaker dat inschrijvers gevraagd worden in een plan van aanpak hun visie te geven op een bepaald aspect, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, en dit aspect volgens de Smart methodiek (Specifiek, meetbaar, realistisch en tijdgebonden) uit te werken. Het idee van de aanbestedende dienst hierbij is dat, door aspecten ‘Smart’ te laten formuleren, deze aspecten concreet, haalbaar én controleerbaar worden gemaakt. Hierdoor wordt het in principe eenvoudiger voor de aanbestedende dienst om, als het bijvoorbeeld om duurzaamheid gaat, de door de inschrijvers aangeboden duurzame waarde te beoordelen.

Uit een zaak voor de Rechtbank Midden-Nederland van 30 mei jl. volgt echter dat de Smart-methodiek niet alleen wat van inschrijvers vraagt, maar ook van aanbestedende diensten. In deze zaak dienden de inschrijvers in een plan van aanpak de betreffende aspecten voor duurzame en circulaire bedrijfskleding volgens de SMART methodiek uit te werken. Daarbij werd eveneens aangegeven dat hoe meer SMART de maatregelen van de inschrijvers waren, hoe beter zij zouden scoren.

Centraal stond de vraag of de toestemming die de gemeente de winnende inschrijver had gegeven om in haar plan van aanpak genoemde partijen (voor gunning) te vervangen door een tweetal anderen, strookte met de aanbestedingsbeginselen (het gelijkheids- en het transparantiebeginsel). Volgens de gemeente was deze vervanging in aanbestedingsrechtelijke zin zonder betekenis omdat de in het plan van aanpak genoemde partijen en producten als zodanig niet door haar zouden worden beoordeeld. Het zou de gemeente puur om de beschrijving van het ontwerpproces gaan.

De rechtbank gaat hier echter niet in mee en overweegt dat gelet op het Smart vereiste, het aannemelijk is dat de winnende inschrijver in haar plan van aanpak detailinformatie over de samenwerking met deze partijen en ook de producten heeft  gegeven. Daarmee had het volgens de rechtbank op de weg van de gemeente gelegen om hier gemotiveerd op in te gaan. De rechtbank komt vervolgens tot het oordeel dat de in het plan van aanpak genoemde partijen, partijen met bepaalde kwaliteiten zijn, die niet zonder meer vervangen konden worden.

Uitspraak

Uit deze uitspraak volgt dat, indien inschrijvers duurzaamheidscriteria volgens de Smart-methodiek uitwerken, de aanbestedende diensten daar dan ook op dienen te toetsen. Vanzelfsprekend beperkt dit de ‘beoordelingsruimte’ van de aanbestedende dienst. Het is de vraag of dit past wanneer naar duurzame oplossingen wordt gezocht.


Sander Engels, Advocaat Bouw & Vastgoed bij AKD

Reageer op dit artikel