artikel

Bouwteam en Alliantie: de belangstelling neemt toe

bouwbreed Premium 585

Bouwteam en Alliantie: de belangstelling neemt toe

De goede samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij bouwprojecten krijgt steeds meer aandacht. Bouwteam en alliantie-contracten gooien daarbij hoge ogen bij private én publieke opdracht-gevers. Advocaat Andrea Chao zet hierbij de belangrijkste juridische kenmerken van deze contracten op een rij.

In mijn praktijk merk ik dat de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij bouwprojecten (terecht) een steeds belangrijkere rol krijgt bij het opstellen en aanbesteden van bouwcontracten. Drie overwegingen komen daarbij telkens weer terug: (1) eerdere negatieve ervaringen (met faalkosten en vertraging om combinatie met zogenaamde ‘vechtcontracten’, waar men van af wil), (2) projectspecifieke uitdagingen die intensieve samenwerking noodzakelijk maken (zoals ten aanzien van planning, kosten/budget, stakeholders/overlast en techniek) en (3) een opdrachtgever die enerzijds niet (exact) weet wat hij wil, maar wel controle & inspraak tijdens de ontwerpfase en soms ook de uitvoeringsfase wil houden.

In de behoefte van meer samenwerking voorzien bij uitstek de bouwteam- overeenkomst en de alliantie-overeenkomst. Beide type samenwerkingen kenmerken zich door een goede sfeer, waarin constructief overleg een wezenlijk kenmerk van de samenwerking is.

Bouwteam in de praktijk

Een bouwteam-overeenkomst wordt gekenmerkt door samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij de voorbereiding van het bouwproces. De betrokkenen zijn daarbij gelijkwaardig aan elkaar, in ieder geval voor zover het de vakkundige/technische inbreng betreft. Deze samenwerking is van tijdelijke aard en eindigt na afronding van het ontwerpproces. Dat laatste neemt overigens niet weg dat de aspecten die het bouwteam een succes maken niet ook bij de uitvoeringsfase toegepast kunnen worden.

Het VGBouw Model Bouwteam-Overeenkomst 1992 regelt dit model. Dit model heeft zijn bestaansrecht meer dan bewezen. Zoals met elk model, doet men er goed aan om na te gaan of de model-overeenkomst aanpassing behoeft in de concrete situatie. Bij bouwteam-overeenkomsten bespreek ik vaak onder andere de volgende punten: (1) de vraag of dit model een tweepartijen- overeenkomst betreft (opdrachtgever en aannemer) of een meerpartijen-overeenkomst (inclusief adviseurs); (2) exacte vormgeving van de samenwerking (hoe wordt de sfeer goed en het overleg constructief, ook bij wisseling van personen); (3) nadere vormgeving van de governance van het bouwteam (besluitvorming en gelijkwaardigheid van partijen); (4) de koppeling tussen de besluiten van het bouwteam en de uitvoeringsovereenkomst (denk niet alleen aan prijs, maar ook aan risico-allocatie, planning etc.); en (5) de nadere uitwerking van de periode tussen de ontwerpfase en uitvoeringsfase.

Denk bij dat laatste aan de wijze waarop partijen met elkaar exclusief en gedurende een bepaalde tijd zullen onderhandelen, binnen welke (juridische) kaders dat zal gebeuren, en eventuele ontbindende voorwaarden die niet alleen zien op prijs maar ook op samenwerking. De noodzaak voor dit laatste punt blijkt overigens ook uit het feit dat de (beperkt) beschikbare bouwteam-rechtspraak juist betrekking heeft op situaties waarbij de aannemer niet de uitvoering wordt opgedragen.

Alliantie in de praktijk

Bij de alliantie-overeenkomst richten de opdrachtgever en de opdrachtnemer een gemeenschappelijke projectorganisatie op. Deze organisatie (de alliantie zelf) is doorgaans slechts contractueel en heeft dus geen rechtspersoonlijkheid. Die alliantie wordt de opdrachtnemer van de opdrachtgever, en voert het project uit. De alliantie krijgt van de opdrachtgever een vast budget. De alliantiepartners delen het financiële resultaat na afloop van de alliantie volgens een vooraf bepaalde verdeelsleutel. Het risico voor de opdrachtnemende alliantiepartner wordt daarbij beperkt. De partners werken op  gelijke voet samen. Zo nemen zij besluiten op basis van unanimiteit en met het oog op een aantal van te voren geformuleerde projectdoelen. De gedachte achter deze elementen is dat hiermee de (financiële) belangen van de partners gelijk geschakeld zijn, en dus niet tegenstrijdig.

Voor alliantie-contracten is geen openbaar beschikbaar model beschikbaar zoals bij het bouwteam het geval is. Het is waarschijnlijk dat als er zo’n modelcontract zou zijn, meer (publieke) opdrachtgevers de alliantie zouden overwegen.

In een vervolgartikel weerleg ik een aantal veelgehoorde bezwaren tegen deze twee type overeenkomsten.


Andrea Chao, Managing Associate Simmons & Sommons LLP

Reageer op dit artikel