artikel

“Op de bouwplaats zie je pas echt hoe mooi het vak is.”

bouwbreed 457

“Op de bouwplaats zie je pas echt hoe mooi het vak is.”

De bouw trekt weer aan en bedrijven staan te springen om goed gekwalificeerd en gemotiveerd personeel. Wat merken de bouwopleidingen daarvan? En hoe denken de studenten bouw en infra er zelf over? Wat zijn hun dromen en ambities? We liepen een dag mee op het ROC van Amsterdam, afdeling Bouw, Infra en Onderhoud.

Ze merken het zelf iedere dag. De meeste leerlingen aan het ROC van Amsterdam volgen de BBL-leerweg. Het betekent dat ze maar één dag per week op school zijn en de andere vier aan het werk zijn op een bouwplaats. “En dat is aanpoten, hoor”, zegt de 17-jarige Mitchell de Vries. “Het bedrijf waar ik werk, heeft het heel druk, vooral in de zomer.” Mitchell leert hier metselen, maar werkt ook al een jaar als stratenmaker. “Ik doe vooral tuinaanleg en parkeerplaatsen.”

Drukker

Ook docent Piet de Bruijne merkt het. “De bouw trekt aan, en dat is erg fijn na alle negatieve jaren. Maar ik zie dat mijn studenten drukker zijn dan een paar jaar geleden. Dit heeft gevolgen voor de vraag naar mensen die zijn opgeleid in de bouw. Er staan nu al bedrijven op de stoep die vragen om leerling-timmerlieden en -tegelzetters. En die zijn er niet genoeg.”

Tekort

Volgens De Bruijne zijn er meerdere oorzaken voor het tekort. “Scholen moeten veel investeren voor zo’n opleiding en hebben de middelen niet. Dus kiezen ze ervoor om vakken aan te bieden, zoals handel, waar ze meer leerlingen in een lokaal kunnen zetten.” Ook heeft het te maken met de reputatie van de bouw, mede door al die slechte jaren en de perceptie dat het vies en zwaar werk is. Mitchell: “Iedereen zegt tegen zijn kinderen dat ze niet met hun handen moeten werken, maar iets in de ICT moeten doen. Daardoor is er nu een tekort aan mensen die wel iets met hun handen kunnen.”

Arbeidsmarkt bouw opleidingen

Pepijn van Wonderen volgt de studie Middenkaderfunctionaris Bouw en Infra.

Motivatie

Pepijn van Wonderen (18) volgt de studie ‘Middenkaderfunctionaris Bouw en Infra’. Grootste motivatie om die opleiding te gaan volgen, was de opa van Pepijn. “Die liet me regelmatig gebouwen en bruggen in Amsterdam zien. En dan vertelde hij dat hij die had gebouwd. Dat is toch gaaf? Dat je op een hele gave brug staat en zegt: ‘die heb ik gebouwd’.” Pepijn besloot daarom na de theoretische leergang van het VMBO dat hij over een paar jaar achter de tekentafel wil zitten. “Na deze studie wil ik dus ook nog HBO Bouwkunde gaan studeren.”

Goed betalen

De 19-jarige Morris Staal doet de studie ‘Middenkader engineering, composieten en watersporttechniek’. Morris leert er onder andere over werktuigbouwkunde, 3D-ontwerpen, moderne technieken en ultralichte materialen. “Ik weet niet of ik straks in de bouw terechtkom. Ik ben deze opleiding eigenlijk gaan volgen om zeilboten te gaan ontwerpen. Maar ik ben erachter gekomen dat ontwerpen in 3D ook in de bouw steeds populairder wordt. Dus misschien teken ik straks wel bruggen of gebouwen. Wie weet, als ze goed betalen.” En volgens Mitchell doen veel bouwbedrijven dat. “Ik heb niets te klagen. En stratenmaker verdient prima. Ja, ik weet dat ik dit niet mijn hele leven kan blijven doen. Daarvoor is het fysiek te zwaar. Maar je moet zorgen dat je nieuwe dingen blijft leren.”

Arbeidmarkt opleidingen

Morris Staal doet de studie Middenkader engineering composieten en watersporttechniek.

Minder leuk

Zijn er ook dingen minder leuk aan de bouw? “Nou, in de winter koud en nat en in de zomer te warm”, lacht Mitchell. Maar alles beter dan op zo’n saai kantoor waar je nooit naar buiten mag.” En het vroege opstaan natuurlijk. Pepijn: “Ik werk nu als timmerman. Dat betekent vroeg uit de veren, ja.” Maar het werk bij bouwbedrijf B.J. Van der Steeg uit Dronten maakt Pepijn nog standvastiger in zijn droom om over een paar jaar achter de tekentafel te zitten en zelf wegen of gebouwen te ontwerpen. “Op de bouwplaats zie je pas echt wat een mooi vak het is.”

Groei

Docent De Bruijne hoopt dat meer jongeren kiezen voor een bouwopleiding. “Er komen de komende jaren tienduizenden banen bij. Op alle niveaus. De bouw van nu lijkt in niets meer op de bouw van twintig jaar geleden. De klassen mogen dus wel wat voller.” Voor Mitchell was de keuze makkelijk. “Ik hou niet van boeken en theorie. En ik ben goed in techniek.” Pepijn: “Ik kan veel met mijn handen. Mijn hoofd, daar ben ik minder mee. Ik moet echt dingen maken.” Morris noemt nog een goede reden om voor een technische opleiding te kiezen. “Je kunt heel goed voor jezelf beginnen. Lijkt me fijn, eigen baas zijn. Hoef je tenminste niet meer naar anderen te luisteren.”

Dit is de eerste aflevering uit de zevendelige reeks ‘De vakman van morgen’.

Dit artikel verscheen in de Cobouw Special Bouwbeurs preview >>

Uw verhaal in de Cobouw Special Arbeidsmarkt? Bekijk de mogelijkheden >>

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels