artikel

Bouwpartijen nemen regie in BIM-afspraken

bouwbreed 91

Bouwpartijen nemen regie in BIM-afspraken

Ruim 150 bouwbedrijven, architecten, adviseurs, leveranciers en softwarebedrijven wisten in korte tijd afspraken te maken over één specificatie voor informatielevering in BIM. Deze BIM basis-ILS moet het makkelijker maken om informatie te delen en dubbel werk te voorkomen. “De partijen hebben een gezamenlijk belang.”

Het feit dat zoveel partijen uit de bouwkolom zich in zo’n korte tijd committeerden aan deze afspraken, zegt iets over de volwassenheid van BIM. In de aanloopjaren van de digitalisering van het bouwproces is er lang gediscussieerd over welke standaard moest worden gebruikt en of er wel of geen open standaarden gebruikt moesten worden. Maar die discussie is gevoerd, en de open standaard IFC heeft gewonnen. Dat is niet zo vreemd: als verschillende softwaresystemen hadden vastgehouden aan eigen bestandsformaten, zou het niet zo gemakkelijk zijn geweest om informatie uit te wisselen tussen de verschillende systemen.

Afspraken over communiceren

Voor een goed gebruik van BIM, is een goede samenwerking nodig

“BIM wordt vooral gedaan door bouwpartijen samen,” stelt Jeffrey Truijens, procescoördinator bij Dura Vermeer en een van initiatiefnemers van de basis-ILS. “Partijen in de bouwketen beseffen dat voor een goed gebruik van BIM, een goede samenwerking nodig is. En dat betekent dat je afspraken maakt over de manier van communiceren. IFC is de standaard waarin bestanden worden uitgewisseld, maar de basis-ILS is een set afspraken over hoe we de informatie eenduidig en gestructureerd uitwisselen.”

Uniforme namen gebruiken

De specificatie komt vooral voort uit de wens van bouwers om dezelfde omschrijvingen te gebruiken bij de verschillende elementen in een informatiemodel. Dus uniforme namen voor bestanden en voor de verschillende onderdelen in het model. “Er zit binnen de gebruikte standaard voor het ontwerpen in BIM nog veel ruimte in het benoemen van objecten, een vloer, een verdieping of een kolom. Dat zorgde aan de achterkant van de bouwketen, dus bij de onderaannemers en toeleveranciers, voor problemen. Zij moesten voor ieder bedrijf weer andere termen vertalen naar hun eigen naamgeving, en dat gaf veel meer werk en maakte het veel moeilijker om de eigen processen goed te automatiseren. Het was voor die sector vaak een drempel om tot een bredere acceptatie van BIM te komen.”

Verschillen vallen mee

We doen heel veel dingen al op dezelfde manier

Maar na onderzoek van de initiatiefnemers bleek het met die verschillen eigenlijk wel mee te vallen. “We doen heel veel dingen al op dezelfde manier, maar juist op relatief kleine punten moesten we wel wat aanpassingen doen. Dat hebben we met deze specificatie gedaan: het is eigenlijk een verzameling afspraken over hoe we omgaan met het benoemen van onderdelen in het model. Op deze manier is het helder waarover wordt gepraat en hoeven de verschillende partijen geen extra werk te doen om de data aan te passen aan het systeem dat zij toevallig gebruiken. Het is helemaal niet wereldschokkend waar we mee bezig zijn, maar simpelweg het vastleggen van een aantal afspraken waar we ons allemaal aan houden.”

Vragen uit de bouwketen

Maar toch is het een bijzondere stap, want deze afspraken zijn eigenlijk geboren uit de ervaringen in de bouwpraktijk, en een antwoord op vragen uit het achterste deel van de bouwketen. Voorheen was dat het deel waar de acceptatie van BIM het laagst was, maar inmiddels werken ook veel toeleveranciers met de BIM-modellen die aan de voorkant van de keten, bij de architecten en ingenieurs, worden ontworpen. Truijens: “Het laat eigenlijk zien dat de acceptatie van BIM over de hele bouwketen loopt. Sterker nog, waar leveranciers en onderaannemers voorheen wat achteraan liepen, komt het nu voor dat leveranciers de bouwers vragen om meer haast te maken met de implementatie van bepaalde BIM-onderdelen.”

De grootste gemene deler

Juist omdat de verschillen in het toepassen van BIM groot zijn, hebben de partijen alleen afspraken gemaakt over de onderdelen die iedereen al gebruikt. “Het is de grootste gemene deler. Het is voor sommige partijen nog een brug te ver om al afspraken over onderdelen van BIM die ze nog niet gebruiken. Maar dat is zeker iets waar we in een later stadium verder mee gaan.”

Informatie delen met concurrenten

Volgens Truijens waren de verschillende partijen niet bang om informatie over hun werkprocessen met concurrenten te delen. “Al heel snel hebben partijen aangegeven dat dit niet iets is waarop we willen concurreren. Iedereen ziet dat je over bepaalde zaken transparant moet zijn om faalkosten te voorkomen. Het is een verspilling van geld en tijd als een partij vele uren heeft gestoken in een model, en je moet zeggen: dit is voor ons waardeloos. Het is ook niet goed voor de relatie trouwens.”

Onafhankelijk BIM-loket

Daarom is het beheer van de BIM basis-ILS ondergebracht bij het onafhankelijke BIM-loket en BuildingSMART, dat ook de internationale standaard IFC beheert. De ILS is weliswaar een Nederlands initiatief, maar vanuit het buitenland is er belangstelling. “Daarom zijn de afspraken ook al in het Duits en het Engels vertaald. In het buitenland wordt als het om BIM gaat toch veel naar Nederland gekeken. In andere landen moet het gebruik van BIM door de overheid worden opgelegd, maar in Nederland ontwikkelt de BIM-acceptatie zich juist heel sterk vanuit de markt zelf.”

Dit artikel verscheen in de Cobouw Special Bouw & ICT.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels