artikel

Cobouw50 nr.30: Schagen Groep

bouwbreed Premium 1194

Cobouw50 nr.30: Schagen Groep

Hoofdkantoor: Zwolle
Omzet: 138 miljoen
Aantal medewerkers: 324
Activiteiten: woningbouw, utiliteitsbouw, projectontwikkeling, grond-, weg- en waterbouw
Bestuursvoorzitter: Jonathan Schagen

Interview met Jonathan Schagen

‘Continuïteit is voor ons het grootste goed’

Agressief op overnamepad? De onderneming verkopen? Personeel wegkapen bij de concurrent? Jonathan Schagen, directeur-eigenaar van de Schagen Groep (ontwikkelende bouwer, infrastructuur), moet er niet aan denken. Aan ambities geen gebrek. Maar alles met beleid. Net als bij zijn voorgangers. Portret van een robuust bedrijf met een al even stabiele, jeune voorman.

Wáárom zou een bouwbedrijf dat al meer dan 65 jaar crescendo draait en binnen de branche een uitstekende naam heeft de publiciteit zoeken? Daar heeft Jonathan Schagen, directeur-eigenaar van de Schagen Groep – derde generatie – een punt. Zijn vader, met wie hij van 2008 tot 2014 de onderneming leidde en die inmiddels in de Raad van Advies zit, zat daar al helemaal niet op te wachten. Opdrachten binnenhalen, goed werk afleveren, opdrachtgevers koesteren: dáár ging het om. Daar had Johan, 72 jaar inmiddels, de krant niet voor nodig. Schagen senior wilde de controle houden. Zoon Jonathan (42) wil dat ook. Maar tijden veranderen, weet de nieuwe algemeen directeur. Dus maakt Jonathan, nadat hij vorig jaar in Cobouw Café debuteerde, voor de Cobouw50 een uitzondering. Dat gaat hem uitstekend af. Waar Schagen nu staat, waar de groep heen wil, waar níet, de strategie, wat het familiebedrijf zo succesvol maakt, ondanks zijn nog  relatief jeugdige leeftijd blijft geen vraag onbeantwoord. Een prettig gesprek met een prettig persoon.

Jonathan Schagen: “We zetten elkaar zo onder druk dat er een nieuwe zeepbel dreigt.”(Foto: Ruud ploeg)

Woning- en utiliteitsbouw, projectontwikkeling, gww, asfaltcentrales, verwerking en productie van betonmortel – in Nederland, maar ook in het Zuid-Amerikaanse Paraguay (!) – zie kader – de Schagen Groep is binnen de bouw een ware octopus. Met acht werkmaatschappijen, waarvan Schagen  Infra, Salverda Bouw en projectontwikkelaar Schavast de meest prominente is, en zo’n twintig deelnemingen is de  onderneming alom aanwezig. Die brede spreiding is geen  toeval.

“Continuïteit van het familiebedrijf is voor ons het grootste goed”, vertelt Jonathan, gezeten in de vergaderzaal op het hoofdkantoor van de groep in het Overijsselse Hasselt. “Dat bereik je door een goed rendement en duurzame groei. Dit vraagt een economisch stabiele basis en flexibiliteit.  Dynamiek gekoppeld aan rust. Omdat wij een stevig vermogen hebben en geen andere stakeholders kunnen wij daarin onze eigen keuzes maken.”

‘Wij hebben altijd zwarte cijfers geschreven’

Aanvankelijk richtte het in 1951 door Jonathans grootvader Cor opgerichte bedrijf zich geheel op de wegenbouw. Tot zijn vader en oom de onderneming in de jaren tachtig overnamen. Infrastructuur alleen was te conjunctuurgevoelig, oordeelden zij. Dus lijfden ze Salverda in, een bouwbedrijf uit het Veluwse ’t Harde. “Een wijze keuze”, vindt Jonathan. “De wegenbouw: dat is het publieke domein. In de bouw zitten wij daarnaast in het private segment. Dat vult elkaar goed aan. Tot diep in de crisis hebben we lang voor de overheid kunnen werken. Nu floreert de bouw weer en blijft infra nog iets achter. Wij hebben al die tijd zwarte cijfers geschreven.”

De spreiding roept soms ook vragen op, weet Jonathan. Jullie hebben geen focus, krijgt hij regelmatig te horen. Kritiek die hij niet deelt. “We hebben wel degelijk specialisaties. Kijk naar Salverda. Bouwen in een kritische, kwetsbare omgeving is zo’n specialisatie.  We doen dat veel bij woningbouwcorporaties en in hotels: het Pulitzer in Amsterdam bijvoorbeeld en het Victoria Hotel. Maar ook in het Anne Frankhuis. Markante projecten waar we trots op zijn. Want het hotel en het museum blijven  gewoon open. Je moet snel en goed werken en tegelijkertijd zo weinig mogelijk overlast bezorgen. Op een gegeven  moment krijg je dat onder de knie.”

De rugwind is verleidelijk

Mede door de spreiding en de specialisaties gaat het de  Schagen Groep voor de wind. Nu de crisis achter de rug is des te meer. Die rugwind is verleidelijk. Maar tegelijkertijd  gevaarlijk, weet de algemeen directeur. “We zetten elkaar zo onder druk dat er een nieuwe zeepbel dreigt. Dat past niet bij ons streven naar duurzame groei. Voor je het weet, is er weer een hick-up. Wij kiezen voor langetermijnrelaties.”

Dat laatste staat de ambities niet in de weg. Die zijn er wel  degelijk, legt Jonathan uit. Geografisch zijn er nog veel mogelijkheden voor groei. Groningen – zowel de stad als de provincie – is zo’n speerpunt. Om hier vaste voet aan de grond te krijgen, kocht de groep twee jaar geleden Drenth Bouw: een aannemer uit de stad Groningen, gespecialiseerd in kleinschalige nieuwbouw en renovatie van woningen. Door de overname hebben zowel Schagen Infra als Salverda Bouw nu voet aan de grond in het Groningse en er zijn inmiddels  ‘verscheidene mooie projecten geacquireerd’. Ook op het gebied van infrastructuur wil de groep haar vleugels uitslaan, richting het westen. Omdat Schagen binnen die regio niet over een eigen asfaltcentrale beschikt, was dat tot voor kort geen optie. Maar het belang van de component  asfalt bij aanbestedingen neemt af. Jonathan: “Wegenbouw wordt steeds meer een mobiliteitsvraagstuk. Advies en ontwerp wegen zwaar. Dat maakt expansie in het westen interessant voor ons.”

Tekst loopt door onder het kader


BETONMORTEL  IN PARAGUAY
De Schagen Groep is behalve in Nederland ook actief in Paraguay, in de hoofdstad Asunción. Met onder meer drie betonmortelcentrales heeft dochter Premix daar een vooraanstaande positie in de bouwketen. Dat was min of meer een toevalstreffer. In de jaren zeventig beschikte Schagen Infra over een enorm arsenaal aan materieel. Dit stond een flink deel van het jaar geparkeerd. Schagen was niet de enige. Meer wegenbouwers kampten met dit probleem. Zij staken de koppen bijeen. Als ze materieel en mankracht poolden konden ze daarmee wellicht in het buitenland aan de slag. Via onder meer de Wereldbank en het IMF vergaarden ze opdrachten in landen als Mali, Tanzania en Paraguay. In dit Latijns-Amerikaanse land legden de Nederlandse wegenbouwers de start- en landingsbanen aan van een militair vliegveld. Daarvoor moesten ze wel een betoncentrale bouwen. De huidige algemeen directeur van de Schagen Groep, een neef van Jonathan Schagen, gebruikte die centrale als springplank voor de start van een nieuwe onderneming. Hij vestigde zich in Paraguay en bouwde het bedrijf uit tot het huidige Premix.


Ook is er een nieuwe, veelbelovende loot: zorgvastgoed. Ingegeven door de vergrijzing en de daarmee gepaard gaande  ‘geheugenproblematiek’ – het toenemende aantal mensen met dementie en alzheimer – ontwikkelt en bouwt de onderneming kleinschalige zorgcomplexen. “Een  jonge markt waarin iedereen nog zoekende is, maar die veel kansen biedt”, denkt de algemeen directeur. In opdracht van een Belgische zorgbelegger realiseerden Schavast en Salverda onlangs in Kampen 26 zorgappartementen met twaalf zorghotelkamers. In Den Dolder start dezelfde combi binnenkort met een grootschalig zorgcomplex inclusief Ahoed (Apotheek en huisarts onder een dak) en zestig wooneenheden.

Een groot arbeidsethos is kenmerkend voor de cultuur

Stabiele, duurzame, organische groei: dat is waar de groep naar streeft. Zeker, ook Schagen heeft last van de krappe  arbeidsmarkt. Personeel weghalen bij concurrenten of  bedrijven overnemen zou een remedie kunnen zijn. Maar dat soort groei, daar zit Jonathan niet op te wachten. Onder  andermans duiven schieten, vindt hij niet kies. En een overname blijft een gok. “Je weet nooit wat je precies koopt. Past zo’n bedrijf wel binnen de groep? Passen de medewerkers? Daarom kiezen wij liever voor autonome groei, door zelf nieuwe mensen op te leiden. Dan weet je zeker dat ze passen binnen onze bedrijfscultuur.” Een groot arbeidsethos is kenmerkend voor die cultuur. “Dat is eigen aan de bewoners van de Veluwe en de kop van Overijssel”, weet de directeur. “Onze  opdrachtgevers waarderen dit zeer.  En wij uiteraard ook. Onze mensen zijn onze belangrijkste assets. Wij zijn blij dat zij zich aan ons willen binden.”

Verguld was Johan Schagen toen zoon Jonathan hem vlak na de millenniumwisseling liet weten te kiezen voor een carrière binnen het familiebedrijf. Jonathan is enig kind; hij koos na de middelbare school voor een studie psychologie, op het eerste oog niet de meest voor de hand liggende aanvliegroute naar de bouw. Zou er na twee  generaties een buitenstaander aan het roer komen bij het familiebedrijf?  Nee. Interesse in de psyche was hét motief voor de studie. Die fascinatie heeft hij nog steeds. Maar een functie als psycholoog was niet wat Jonathan ambieerde. Dus begon hij in 2003 in het familiebedrijf. Met als doel op termijn in de voetsporen van zijn vader te treden. Mits Jonathan zou laten zien dat hij daar de capaciteiten voor had. Hij ‘slaagde’. Sinds 2014 heeft Jonathan het alleen voor het zeggen. Of er na hem opnieuw een Schagen op de stoel van de algemeen directeur plaatsneemt? “Het zou zomaar kunnen”, lacht hij. “Mijn kinderen zijn erg geïnteresseerd in wat hun vader doet. Als dat zo blijft, en ze hebben voldoende capaciteiten, willen we ze graag de mogelijkheid  bieden. Maar ik ga ze geen dogma opleggen. Wordt het iets anders, dan is het ook prima.”

 

Bekijk hier de volledige ranglijst van de Cobouw50.

Reageer op dit artikel