artikel

Het recht op kwaliteitsborging

bouwbreed 119

Het recht op kwaliteitsborging

In Cobouw, maar ook in landelijke dagbladen zoals Trouw, Volkskrant en NRC hebben diverse journalisten en briefschrijvers vastgesteld dat de controle op de bouw niet aan de markt kan worden overgelaten. Een mening die vragen oproept.

De journalisten en de briefschrijvers (zoals Richard Neerhof in NRC) baseren hun mening op een interne ambtelijke notitie van de gemeente Den Haag die gaat over het oefenen met zogenaamde instrumenten (toets-methoden). Het experiment is succesvol, want er komen de nodige te verbeteren zaken aan het licht. Verbeteringen die inmiddels zijn en worden doorgevoerd door de betrokken bouwers en kwaliteitsborgers. Dat is precies wat met ermee wordt beoogd. Een experiment dat bovendien wordt uitgevoerd onder toezicht van het bevoegd gezag: de betrokken gemeente.

Ik adviseer minister Blok om nu door te pakken en de markt zo snel mogelijk haar verantwoordelijkheid te laten nemen voor de technische bouwkwaliteit. In het belang van zowel particuliere als zakelijke consumenten. Hierbij is tegelijkertijd een sterke overheid noodzakelijk.

De huidige situatie

In de huidige situatie controleert het gemeentelijke bouw- en woningtoezicht (BWT) de bouwaanvraag op ruimtelijke ordening, de omgevingsveiligheid, welstand en bouwtechnische aspecten. Als BWT namens het bevoegd gezag vindt dat het plan op papier klopt dan wordt de vergunning verleend. Deze vergunning heeft rechtskracht. Als er later fouten worden ontdekt kan de gemeente de vergunning niet terugdraaien. Veel gemeenten beschikken echter niet (meer) over voldoende kennis, ervaring en capaciteit om tot een juist oordeel te komen. De controle op de bouwplaats is vaak summier of blijft zelfs geheel achterwege. Toezicht door de overheid is dan ook niet zaligmakend. Iets dat onderzoeken van de voormalige VROM-Inspectie en de calamiteiten met het Bos en Lommerplein (parkeerdek) en Maastricht (balkons) ook laten zien.

Consumenten vertrouwen er op dat met het verlenen van de vergunning door de gemeente het project in orde is, maar het is de vraag of dit terecht is. Daarbij staan de leges in sommige gemeenten (€900,- voor een dakkapel, bijna €7.500,- voor een eengezinswoning) niet altijd in verhouding tot de geleverde dienst.

Ondanks dat de gemeente een vergunning verleent, is zij in de huidige situatie niet verantwoordelijk voor het voldoen aan de bouwregelgeving. Dat is volgens de Woningwet de bouwer en de vergunninghouder. Deze situatie is voor de betrokken partijen niet helder. Als er iets misgaat wordt er naar elkaar gewezen en het is voor consumenten, zowel particulier als zakelijk, lastig om hun recht te halen. We hebben nu een stelsel waar overheid en markt samenwerken en dat moet zo blijven. Wel dienen rollen en taken te worden verhelderd en de kwaliteit te worden verbeterd.

De nieuwe wet

De wet kwaliteitsborging voor het bouwen zorgt ervoor dat bouwers zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor de bouwkwaliteit. Het toezicht op de kwaliteit van bouwwerken wordt door onafhankelijke kwaliteitsborgers uitgevoerd. Deze zal zijn handtekening niet zetten als hij er niet van overtuigd is dat het project in orde is, omdat hij hiermee zijn werk zal kunnen verliezen.

Zonder verklaring van de kwaliteitsborger mag het project niet in gebruik worden genomen. Het beoogde stelsel staat daarbij onder Rijkstoezicht. Hiervoor wordt op de bouwplaats gekeken of de instrumenten werken. De landelijke toezichthouder krijgt bevoegdheden om kwaliteitsborgers tijdelijk of definitief te schorsen. Belangrijkste voordeel van deze gang van zaken is dat verantwoordelijkheden van bouwbedrijven en overheid in het nieuwe stelsel niet langer door elkaar zullen lopen.

De wet regelt tevens een betere consumentenbescherming, onder andere via aanscherping van de aansprakelijkheid van aannemers.
Een van de briefschrijvers wijst op slechte ervaringen in het buitenland. Hij gaat er aan voorbij dat in bijna alle westerse landen sprake is van een gemengd publiek/privaat stelsel van bouwtoezicht. In Nederland ligt momenteel het accent nadrukkelijk aan de publieke zijde.

Eindcontrole

Ook wordt gepleit voor een gemeentelijke eindcontrole en toepassing van standaardoplossingen. Nadeel van een gemeentelijke eindcontrole is dat onduidelijkheid blijft bestaan over rolverdeling tussen gemeente en bouwer.

In Den Haag gaf dit bij een eerdere pilot problemen toen de private toezichthouder een plan afkeurde en de gemeente vervolgens onder voorwaarden alsnog akkoord ging. De consument kan hiervan de dupe zijn.

Standaardisering is een goed middel om tot kwaliteitsverbetering te komen. Onderzoek van Ligthart wijst echter uit dat controle nodig is op de juiste uitvoering van standaardoplossingen. Anders ontstaat – net als nu – een situatie, waarbij de kwaliteit volgens de tekening klopt, maar niet in de praktijk.

Tenslotte

Ik ben er van overtuigd dat deze nieuwe wet tot kwaliteitsverbetering gaat leiden. Dit vraagt inspanningen van alle partijen. De bouw is zich al breed aan het voorbereiden. Er is voor partijen voldoende tijd om per 1 januari 2018 klaar te zijn.

Mijn oproep aan de Tweede Kamer is: ga snel in discussie met minister Blok, neem de onzekerheid weg en zet de bouwers aan het werk. Ik wil hierbij de volgende punten meegeven:



Harry Nieman is werkzaam bij het Instituut voor Bouwkwaliteit en parttime docent Bouwfysica en Bouwmanagement aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels