artikel

Echte kwaliteit of papieren ‘zekerheid’?

bouwbreed 16

Echte kwaliteit of papieren ‘zekerheid’?

Wie een nieuwbouwwoning koopt, moet vanzelfsprekend erop kunnen vertrouwen dat het goed zit met de kwaliteit van dat huis. Ook als er wetten veranderd worden, zoals nu. Daarom juist wordt zo’n grote verandering eerst beproefd. De deelnemers aan zo’n pilot staan er samen positief in, anders doe je niet mee. Als het nu nog niet goed loopt, dan los je dat samen op – en je schrijft op wat je daarvan geleerd hebt.

Zo eenvoudig is het helaas niet. Onlangs moesten we in de media lezen dat de eerste ervaringen bij een enkele gemeente wel erg kritisch genoteerd zijn; een constructieve toon valt niet te ontdekken in het – naar de media gelekte – rapport. Blijkbaar is men er, nota bene anderhalf jaar voor de start, al klaar mee: dit gaat niet lukken. De media maakten gretig gebruik van die tussenevaluatie om nu al te ‘bewijzen’ dat ‘de hele Nederlandse bouwsector’ na 1 januari 2018 geen kwaliteit levert. Vooral het woord ‘instortingsgevaar’ trok de aandacht. Wat heeft de consument te vrezen? Moet hij zijn nieuwe deuren maar niet al te hard dichtslaan? Woont hij in een tijdbom?

Toetsing en toezicht niet adequaat

Waarom heeft de minister eigenlijk bedacht dat het allemaal anders moest? Wordt de veiligheid van duizenden Nederlanders misschien opgeofferd aan een bezuiniging?

Nee, zo eenvoudig is het gelukkig niet. Deze wet komt voort uit de aanbevelingen van de commissie Dekker. Daarin wordt de onduidelijke rolverdeling bekritiseerd, tussen de bouwkolom en de gemeente. Die leidt tot een soort van schijnzekerheid voor bouwconsument. Ook concludeerde Dekker dat lang niet alle diensten Bouw- en Woning Toezicht (BWT) in staat zijn om toetsing en toezicht adequaat in te vullen. De nodige competenties, capaciteit en financiële middelen ontbreken.

Wie levert is verantwoordelijk

BWT bekijkt nu de bouwplannen vooraf en vaak blijft het daarbij. Dat is de bescherming die de burger nu krijgt. Toetsing op het meest basale veiligheidsniveau is goed, maar het is iets anders dan kwaliteitsverbetering.

De verantwoordelijkheid daarvoor – met inbegrip van de toetsing – komt straks te liggen bij de bouwsector zelf. Vanuit het idee ‘wie levert, moet verantwoordelijkheid daarvoor nemen’.

Daarom wordt de bouwer meer aansprakelijkheid voor gebreken, vanuit het idee dat zij dan meer gaan investeren in het voorkomen van fouten. Ook komt er een private kwaliteitsborger, die de rol van de gemeente zal overnemen qua toetsing en toezicht op de eisen uit het Bouwbesluit.

Meer waar voor je geld

Nu kun je je afvragen wat er dan zo anders wordt. Immers, gemeenten hebben deskundige technische mensen in dienst. En dat die deskundigheid werkt, blijkt niet alleen uit de resultaten van het experiment in Den Haag, maar bijvoorbeeld ook uit de proef met het meldpunt constructieve incidenten van een aantal jaren geleden. Daar zit het dus ook niet, zeker als je bedenkt dat die technische deskundigheid ook nodig is bij de private kwaliteitsborgers van straks.

Nee, het grote verschil zit hem nu juist in het toekennen van die rol aan de – streng gecontroleerde – private sector. Als zij er een potje van maken, dan zijn ze ‘out of business’. Zij kunnen zich niet beperken tot een minimale papieren check vooraf, maar leveren veel meer. Zij denken actief en maximaal mee over kwaliteit. Bij hen weet je bovendien precies waar je voor betaalt. Goedkoper zal het helaas niet worden, maar je krijgt meer waar voor je geld. En dat in plaats van volkomen willekeurige, vaak torenhoge bouwleges, die ‘kostendekkend’ zijn als we de gemeentes moeten geloven.

Daarnaast wordt de bouwsector ook alleen maar beter van al die aandacht voor kwaliteit. Maar het allerbelangrijkste is dat de nieuwe bewoner simpelweg meer echte zekerheden en meer gegarandeerde kwaliteit krijgt, met dit nieuwe stelsel.

Maxime Verhagen,

Voorzitter Bouwend Nederland

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels