artikel

‘Bouw heeft politie-agent nodig’

bouwbreed 43

‘Bouw heeft politie-agent nodig’

De kwaliteit van de bouw in Nederland is al lange tijd punt van aandacht, ook in de politiek. Getuige de hoge faalkosten en de vele ongelukken, lijkt er helaas weinig te verbeteren. In dat opzicht faalt de bouw dus. Want, hoewel de overheid als taak heeft de publieke veiligheid te garanderen, is het primair de sector zelf die zijn kwaliteit moet borgen. De overheid moet daar wel op blijven toezien.

Een van problemen in de bouw is de selectie op prijs, en daardoor onvoldoende aandacht voor kwaliteit. Door een negatieve prijsspiraal krijgen bouwbedrijven en adviseurs steeds minder ruimte om hun werk naar behoren uit te voeren. Als gevolg van deze prijsdruk worden bovendien veel verantwoordelijkheden onder subleveranciers verdeeld. Daarbij ontbreekt vaak een partij die de samenhang in de constructie en de consistentie in de uitgangspunten bewaakt.

Voorschriften zijn geen garantie

Een ander probleem is de te strikte focus op het voldoen aan eisen in normen, wat ten koste gaat van de aandacht voor een degelijk ontwerp. En hoe uitvoerig de voorschriften ook zijn, ze leveren geen garantie dat er geen schade optreedt. Er is bovendien geen wet of norm die stelt dat een bouwbedrijf of ingenieursbureau aantoonbaar aan een bepaald kwaliteitsniveau moet voldoen.

Toezicht betaalt zich terug

Zoals in iedere sector, is de bouw zelf verantwoordelijkheid voor de borging van kwaliteit. Daarbij kunnen externe marktpartijen uitstekend een rol spelen. Gelukkig tonen steeds meer opdrachtgevers en bouwbedrijven aan dat dat prima kan werken. Zo zijn er partijen die veel aandacht aan borging schenken, bijvoorbeeld door een TIS-organisatie in te schakelen of een site engineer aan te stellen. Dat doen ze omdat ze inzien dat deze investeringen zich terugbetalen, zeker op de lange termijn.

Onbewust van belang kwaliteit

Maar dit inzicht bestaat slechts bij een aantal grote aannemers en professionele opdrachtgevers. Veel anderen zijn zich niet bewust van het belang van kwaliteit en van de risico’s die zij lopen. Dat geldt zeker voor niet-professionele opdrachtgevers. Maar er zijn ook opdrachtgevers die zich bewust niet met de kwaliteit bemoeien om daarmee mogelijke aansprakelijkheid te ontlopen.

Daarom is het nodig dat er meer prikkels komen om de sector zijn eigen kwaliteitsborging écht goed te laten regelen. Het zou helpen als er meer wettelijk zou worden vastgelegd, bijvoorbeeld door een certificatiesysteem voor aannemers of het verplicht aanstellen van een coördinerend constructeur of toezicht.

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen

Zolang de bouw zelf onvoldoende in staat is goede kwaliteit te leveren, is toetsing noodzakelijk. Het is belangrijk dat die toets door een onafhankelijke instantie wordt uitgevoerd en dat die de verantwoordelijkheid bij de bouw niet wegneemt. Dat de politiek de toetsing bij de bouw zelf wil neerleggen – de strekking van de nieuwe Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen, die donderdag 29 september in een rondetafelgesprek van de Tweede Kamer wordt besproken – is op zichzelf niet vreemd; de toetsing is lastig, kost geld en moet beter. Maar de nieuwe wet vormt geen oplossing voor het werkelijke probleem: de matige kwaliteit in de bouw.

Durft toetser in te grijpen?

Een belangrijk nadeel van de wet is dat de risico’s die bij de bouw liggen onverantwoord groot worden. Bovendien zal prijsconcurrentie ook bij toetsing zijn intrede doen. Bij overcapaciteit leidt dat tot een lagere prijs, wat de kwaliteit van de toets niet ten goede zal komen; toetsers zullen geneigd zijn voor minder geld ook minder te gaan doen.
Wat je je ook kunt afvragen is hoe onafhankelijk een toets in het nieuwe systeem daadwerkelijk is. Zal een toetser het bijvoorbeeld aandurven daadwerkelijk sancties op te leggen, zoals het stilleggen van een project van zijn opdrachtgever? Nu gebeurt dat dagelijks door de Bouw- en Woningtoezichten.

Overheid als politie

Totdat de bouw heeft bewezen zelf de kwaliteit voldoende te kunnen borgen, moet de overheid als vangnet blijven fungeren. Zij moet er als een soort politie op toezien dat de regels worden nageleefd. Net als in het verkeer: iemand die te hard rijdt, schaadt de publieke veiligheid en wordt bestraft. Maar zolang de bouw niet heeft aangetoond dat de sector de kwaliteit, met of zonder hulp van derden, daadwerkelijk kan borgen, is het risico voor de publieke veiligheid te groot als een toets door de overheid zou worden geschrapt.



Dit is een samenvatting van een artikel dat is verschenen op Cementonline.nl en is geschreven door Wico Ankersmit (directeur Vereniging BWT Nederland), Dimphy Bruin-Reynhout, Ron Kerp, Joop van Leeuwen, Reint Sagel, Bert Winkel (allen COBc), Jacques Linssen (Aeneas Media / Cement), Erik Middelkoop (Royal HaskoningDHV), René Sterken (BAM Advies & Engineering), Jan Vambersky (Emeritus hoogleraar TU Delft, fac. CiTG), Simon Wijte (Adviesbureau Hageman, hoogleraar TU Eindhoven, fac. Bouwkunde).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels