artikel

Inzetten op vervoer en woningbouw

bouwbreed 5

Inzetten op vervoer en woningbouw

Van het makelaarsfront komen alarmerende berichten. Zo zou er een woningtekort dreigen in de grotere steden. De crisis van onverkoopbare woningen ligt nog maar net achter ons en nu slaan we weer de andere kant op. Populaire steden, zoals Amsterdam en Den Haag, hebben onvoldoende woningen voor de grote instroom. Starters op de woningmarkt worden maar mondjesmaat bediend, ook al omdat de onverwachte toestroom van vluchtelingen en statushouders een claim legt op de woningvoorraad.

De trek naar de stad zet zich door, aldus het CBS. Volgens Jan Latten, hoofddemograaf van het CBS, is de woningprijs in de steden het afgelopen jaar daarom gestegen met 5 procent. Woningen zijn niet meer aan te slepen. Met als gevolg een nieuwe zucht van makelaars: er worden onvoldoende woningen aangeboden. Ondanks pogingen van woningcorporaties om nieuwe contingenten te ontwikkelen en ondanks alle initiatieven om vooral in stedelijke gebieden kantoorgebouwen te transformeren tot appartementen, lukt het onvoldoende om aan de huidige vraag te voldoen. Het is niet alleen een Nederlands probleem. Ook andere EU-landen kennen vergelijkbare ontwikkelingen, zoals blijkt uit de discussies over de EU-Agenda voor de Stad.

De druk op de woningmarkt komt overigens van een toenemende groep ‘hipsters’, zoals het CBS ze noemt. Dat zijn hoogopgeleide alleenstaanden, die massaal naar de grote stad trekken. Daar vinden zij een baan en vaak een partner. Een stel tweeverdieners kan zich vervolgens ook een du(u)r(der)e woning permitteren. Voor hen geldt: liever een wat kleinere dure woning in Amsterdam dan naar Purmerend te verhuizen. Haarlem kan dan nog een tussenoptie zijn. Maar ook daar begint de woningmarkt krap te worden.

Liever metro

Opvallend is het standpunt van Ger Hukker, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Volgens hem kun je beter investeren in een goede metro dan in nieuwbouw van woningen. Volgens hem is de doorlooptijd van woningbouw in steden te lang door allerlei procedures en financieringsconstructies. Volgens hem kunnen mensen zich beter vestigen in randgemeenten van grotere steden, want daar zijn nog wel betaalbare woningen te krijgen. In Lisse kun je voor de helft van de woningprijs in Leiden een vrijstaande woning kopen, die bovendien ruimer is met meer groen. Datzelfde geldt voor Purmerend vergeleken met Amsterdam.

Goede verbindingen, zoals een metro of tram, om snel in de grote stad te kunnen komen, vormen dan een belangrijke randvoorwaarde voor nieuwe inwoners. Het is een interessante gedachte om eerst in de infrastructuur te investeren. Met metrobouw is ook genoeg ervaring. Niet alleen zijn er vaak forse budgettaire overschrijdingen, zoals in Amsterdam, maar ook de doorlooptijd is nogal eens een struikelblok.

Niet wagen aan prognoses

De trek naar de stad, zeker voor studenten, lijkt nog niet gekeerd. Daarbij komt nog de vraag van de bouwer waarop hij moet inzetten: vervoer of woningen. En bij die woningen geldt ook nog op welke locatie? Prognoses leren dat we altijd achter de feiten aanlopen. Het gaat net wat anders dan is voorspeld. Sterker nog, mensen reageren op prognoses. Dus daaraan wagen wij ons niet.

Maar het lijkt wel veilig om zowel op vervoer als op woningen in de grotere steden in te zetten. De druk op beide mogelijkheden neemt systematisch toe. Dat betekent bouwvolume, waarbij het niet alleen gaat om kwantiteit maar ook om kwaliteit, maar ook om integraal beleid waarbij mobiliteit en huisvesting samengaan. Want met de woningcrisis nog in het achterhoofd willen zeker jonge mensen en starters op de woningmarkt alleen een ‘goede woning’. Bij een tekort moeten ze worden gebouwd of verbouwd. En dat geldt ook voor de mobiliteitsoplossingen. Het gaat daarbij om snel en zeker en om betaalbaar en duurzaam.

Het Chinese spreekwoord ‘May you live in interesting times’ geldt normaal als een vloek. Maar misschien is het in Nederland een zegen? We gaan een interessante tijd tegemoet.

Prof. dr. Oedzge Atzema, Rijksuniversiteit Utrecht, drs. Robbert Coops, Winkelman Van Hessen en drs. Mark Frequin, Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dit artikel is een vervolg op eerdere Cobouw-bijdragen over Agenda Stad van 15 oktober en 20 oktober 2014, 23 januari, 20 maart, 30 april, 1 juni, 7 september, 19 oktober en 3 november 2015 en 22 januari 2016

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels