artikel

Flexibeler relatie: bal ligt bij cao-partijen

bouwbreed 3

Flexibeler relatie: bal ligt bij cao-partijen

Bedrijven in de bouwsector hebben bij voorkeur werknemers in dienst op basis van flexibele contracten. Veel bedrijven sluiten liever meerdere malen een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Daarmee kan het bouwbedrijf goed inspelen op de hoeveelheid werk en de seizoenen, zoals minder of geen werk in de winter.

Met de invoering van de Wet werk en zekerheid op 1 juli 2015 is het sluiten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd ‘aan banden gelegd’, waardoor een werknemer relatief snel in vaste dienst treedt of partijen de arbeidsrelatie niet voortzetten.

Onbepaalde tijd

Zo was het tot 1 juli 2015 nog mogelijk om drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te sluiten, mits deze keten de duur van 36 maanden niet overschreed. Duurde de reeks van arbeidsovereenkomsten langer dan 36 maanden en/of sloten partijen vier arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, dan werd de laatste arbeidsovereenkomst aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

De keten kon worden doorbroken door een tussenperiode van drie maanden en een dag in te lassen. Sinds 1 juli 2015 geldt dat partijen nog steeds drie arbeidsovereenkomsten kunnen sluiten, maar mag deze reeks de duur van 24 maanden niet overschrijden. De tussenperiode is verlengd van drie naar zes maanden. Het blijft verder mogelijk om een tijdelijke arbeidsovereenkomst aan te gaan voor bijvoorbeeld vier jaar als een project die omvang heeft. Veel werkgevers denken ten onrechte dat dit niet meer kan.

Tussenperiode

De nieuwe ketenregeling heeft tot veel weerstand geleid: zeker bij bedrijven die van het weer afhankelijk zijn. Deze bedrijven hadden vaak als regeling dat de werknemer een arbeidsovereenkomst voor de duur van negen maanden had, waarna de werknemer drie maanden en een dag (meestal in de wintermaanden) uit dienst ging om na die periode weer aan het werk te gaan.

Voor deze bedrijven leidt voornoemde verlengde tussenperiode van zes maanden tot problemen. Een bedrijf wil immers niet graag een tussen-periode inlassen van zes maanden en een dag, terwijl het (winter)seizoen waarin geen werk verricht kan worden, slechts drie maanden duurt.

Het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ook geen optie; het bedrijf ziet zich dan immers geconfronteerd met een werknemer die geen werkzaamheden verricht, maar wel loon ontvangt.

Aanpassing

Ook minister Asscher heeft inmiddels ingezien dat de huidige ketenregeling niet geschikt is voor veel seizoens-/weersafhankelijke bedrijven. Om die reden heeft hij aangekondigd een flexibelere arbeidsrelatie (weer) mogelijk te willen maken.

Bij cao kan de tussenperiode van zes maanden (weer) worden verkort naar een periode van minimaal drie maanden. Dit zal alleen mogelijk worden gemaakt voor de functies binnen de sectoren waarbij:

1. De bedrijfsvoering wordt gekenmerkt door de afhankelijkheid van klimatologische en natuurlijke omstandigheden;

2. Waardoor de werkzaamheden gedurende ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht.

Deze afwijkingsmogelijkheid zal dus slechts voor bepaalde sectoren en functies mogelijk zijn.

Hoe bouwbedrijven hun voordeel hiermee kunnen behalen, moet worden afgewacht en is afhankelijk van hetgeen cao-partijen hierover afspreken.

Minister Asscher streeft er in elk geval naar de afwijkingsmogelijkheid per 1 juli 2016 in te voeren. Daarna ligt de bal bij de cao-partijen. Hopelijk nemen zij dit mee in hun aanstaande onderhandelingen, zodat de flexibiliteit om in te spelen op (weers)omstandigheden en andere (seizoens)invloeden weer wat wordt vergroot.

Lonneke Nouwen
Advocaat arbeidsrecht Poelmann van den Broek Advocaten

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels