artikel

Tijd voor nieuwe blik

bouwbreed 3

Tijd voor nieuwe blik

Volgens een recent ING-rapport moet het in de bouw structureel anders. De branche zou de enige sector zijn zonder groei in productiviteit. Maar de voorhoede is al jaren zeer actief met innovatie. Wie hun ontwikkelingen volgt, vindt in het rapport niets nieuws. Het is een vals alarm en werkt averechts. Wenselijk is te kijken naar wat met vernieuwing van de sector al bereikt wordt. Het is tijd voor een nieuwe blik op de sector.

De productiviteit van sector vergelijken met de massa-industrie, zoals ING doet, heeft geen zin aangezien de series veel kleiner zijn. Toch kan door conceptueel te werken de sector wel veel winnen. 25 procent productiviteitsverbetering is al mogelijk. En dat kan nog beter. Het Netwerk Conceptueel Bouwen werkt daar aan. Onder meer door de wetmatigheden te onderzoeken die de productiviteit en dus de betaalbaarheid beïnvloeden. Wie die logica kent, kan er bewust mee omgaan.

Betaalbaarheid begint met de keuze van een gebruikersgroep. Met het concept probeert men zo dicht mogelijk duurzaam op diens behoeften aan te sluiten. Een concept legt, voor een stroom van projecten, de lijnen van de oplossing vast. In een dialoog tussen vrager en aanbieder worden per situatie die contouren verder ingevuld.

Bij een concept is ontwikkelen, ontwerpen en uitvoeren van projecten geïntegreerd (en steeds meer ook het onderhouden). De aanbieder kent een standaardsysteem dat zich richt op de ‘80 procent’ die in elk project terugkomt. De inspanning focust op de afwijkingen. De standaardisatie maakt BIM, de inzet van robots, 3D-printing en digitaal meten mogelijk. Hoe groter de stroom projecten, des te meer ruimte er komt voor investeringen om de productiviteit te vergroten.

Die standaards bestaan uit flexibele modules die ervoor zorgen dat per project maatwerk mogelijk is. Omdat modules bij meerdere concepten bruikbaar zijn, kunnen ze industrieel geproduceerd worden. De laatste technologieën kunnen in de modules verwerkt worden zonder dat het hele concept op zijn kop moet. Vaste teams plaatsen de modules. Door terugkoppeling worden ze voortdurend beter.

Autonoom

De leveranciers van de componenten werken samen, onder leiding van een ‘regisseur’. Iedere partner blijft autonoom. Afspraken over garantie en controle en over verdeling en bewaking van risico en resultaat gelden gedurende de hele stroom. Dat maakt de communicatie en de inzet van ERP over de hele keten mogelijk. Het voorkomt dubbel werk of langs elkaar heen werken en maakt de (online) transacties per project snel en eenduidig. Er is één ‘loket’ dat zicht geeft op continuïteit, wat rust en vertrouwen brengt in de samenwerking.

Het werken met concepten verlangt een ander transactieproces. Klanten kiezen uit oplossingen in plaats van zelf met een bestek te werken. Bij veel woonprojecten is niet de consument, maar zijn professionele vragers de klant. Hun rol wordt anders (geen bestek meer, vragen naar prestaties, kiezen op waarde, waaronder de gebruikersvriendelijkheid) en daarom zijn sommige nog wat terughoudend. Waar het al wel lukt, blijkt het proces veel te winnen aan efficiëntie en effectiviteit.

Niet alleen op operationeel, ook op strategisch niveau vraagt conceptueel werken om organisatieaanpassingen, zowel van professionele vragers als aanbieders. Het bedienen van doelgroepen met eigen concepten wordt de basis voor beleidsvorming en sturing. Dat maakt de organisatie eenvoudiger met lagere algemene bedrijfskosten. De bureaucratische last van borgingssystemen kan omlaag vanwege de voorspelbaarheid van de prestaties. Dat kan ook gelden voor gemeenten: die kunnen de toets voor de bouwvergunning meer per concept dan per project gaan doen.

Binnen het Netwerk Conceptueel Bouwen loopt een groot programma voor productiviteitsverbetering, zowel voor nieuwbouw als renovatie. Professionele vragers (die met elkaar ruim 200.000 woningen vertegenwoordigen) werken samen met conceptaanbieders. Per doelgroep zijn de doelen vast gesteld. Duurzaamheid is daarbij een vanzelfsprekendheid. Er is gesegmenteerd naar inkomen (en bijhorende maximale woonlasten). Opdrachtgevers geven gezamenlijk de richting aan. Per segment gelden minimale gebruiks- en beheereisen, zowel voor het product als voor het proces. Aanbieders ontwikkelen daar concepten voor. In de loop van dit jaar komt er een waaier van bijpassende conceptuele oplossingen. Uiteraard speelt elk concept op een eigen manier in op de behoeften.

Wie met deze bril de sector onderzoekt ziet dat er al veel vooruitgang is en voorkomt dat er appels met peren worden vergeleken.

Tjapko van Delen
Pieter Huijbregts
Voorzitter en secretaris Netwerk Conceptueel Bouwen
Dit voorjaar verschijnt een boek van Pieter Huijbregts waarin hij uitgebreid ingaat op de samenhang tussen productiviteit en transactievormen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels