artikel

Geef kleine projecten een eigen contractvorm

bouwbreed

Geef kleine projecten een eigen contractvorm

Sinds een aantal jaren voert de overheid een actief beleid om – naast de grote dbfm projecten – ook kleinere bouwprojecten op deze manier te realiseren. Dat heeft nog niet zo veel vruchten afgeworpen. Trekt de overheid aan een dood paard of is er wat anders aan de hand?

Design, build, finance & maintain (dbfm) is de meest vergaande vorm van een geïntegreerd contract. Waar een ‘gewoon’ d&c-contract het ontwerp en uitvoering in één hand legt, voegt DBFM daaraan nog twee belangrijke elementen toe. Ten eerste het beheer en onderhoud (soms zelfs ook de exploitatie), voor een lange periode, tot aan dertig jaar toe. Dat heeft grote gevolgen voor het contract en de aanbesteding. Ten tweede wordt de aanbieder geacht ook de financiering te verzorgen.

Engeland wordt (bij ons) gezien als de bakermat van dit soort contracten. Onder Margaret Thatcher, in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, werden de eerste dbfm-projecten gerealiseerd. Engeland zat toen in een zware recessie, de regering zat op zwart zaad, bouwbedrijven hadden geen werk. Dbfm-projecten boden grote voordelen: het project kon over een lange periode worden terugbetaald, bedrijven hadden weer werk, er was geen directe aanslag op het overheidsbudget. Dit alles onder het adagium ‘de markt kan het beter en goedkoper’.

Maar toen in 2011 voor het eerst een grote evaluatie werd uitgevoerd, bleek het succes vooral het gevolg van een indirecte motivering; lokale overheden konden op deze manier projecten realiseren die niet waren opgenomen in investeringsprogramma’s. Voordelen voor kwaliteit of lagere kosten over de hele looptijd bleken niet aantoonbaar.

Kleinere projecten

In Nederland kennen we de grote dbfm-projecten, zoals de tweede Coentunnel of de tunnel in de A2 bij Maastricht. Er wordt ook geprobeerd om kleinere projecten op deze manier te realiseren, zoals het Montaigne College. Het aantal kleine projecten neemt echter niet snel toe en daarvoor zijn een paar oorzaken aan te wijzen. Een langdurige projectfinanciering is voor financiële instellingen maatwerk en dus kostbaar.

Voor projecten kleiner dan ongeveer 25 miljoen euro is geen aanbieder te vinden. De kostbare financiering is, mede met de dure contractering en de lange aanbestedingsprocedure, een groot struikelblok omdat de tenderkosten (aan beide zijden) al snel niet meer in verhouding staan tot een klein project. Daarnaast is het bij een klein project nog lastiger om de meerkosten van de private financiering (met een rente die al snel tweemaal zo hoog is als bij publieke financiering) terug te verdienen.

Aanbieders

Het aantal aanbieders groeit ook niet, integendeel. Het is voor aanbieders (lees: bouwbedrijven) een grote opgave om dit soort projecten te kunnen uitvoeren. Feitelijk wordt er van hen gevraagd om hun bedrijfsmodel omver te gooien en een integrale aanbieder te worden. Dan moet er wel een potentiële markt zijn en dat wil er maar niet van komen. Het gevolg is dat er slechts een handvol (grote) aanbieders is. De middelgrote bedrijven (inclusief het mkb) doen of kunnen hierin niet volop mee gaan.

Waarom willen we zo graag dbfm voor kleinere projecten? Voordelen zoals een hogere kwaliteit of lagere kosten lijken moeilijk aantoonbaar. De nadelen zijn zichtbaar, zoals de (financiële) afhankelijkheid van één partij voor een periode van bijvoorbeeld 25 jaar en de ingewikkelde en kostbare contractering. Misschien moeten we constateren dat deze aanpak voor dit soort projecten niet optimaal is. Ieder project verdient zijn eigen contractvorm en het zou goed kunnen dat kleine bouwprojecten dus een andere contractvorm verdienen dan DBFM.

Jaap de Koning MA BSc 
Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels