artikel

De participatiemaatschappij en aanbesteden

bouwbreed

De participatiemaatschappij en aanbesteden

In een aanbesteding selecteert een aanbestedende dienst via een competitieve procedure de marktpartij, die de beste aanbieding heeft gedaan. Van een individuele positie voor burgers in dit proces is van oudsher geen sprake.

Een twintigtal Nederlandse gemeenten, waaronder Den Haag, Amsterdam en Utrecht, willen dit veranderen. Zij baseren zich op het gedachtengoed van de Localism Act 2011 uit Engeland, die probeert de invloed van burgers op lokaal bestuur te vergroten. In Nederland bestaat er geen soortgelijke wettelijke verankering. Het is daarom aan deze gemeenten zelf om er in hun beleid mee aan de slag te gaan.

Participatiesamenleving

Participatie van burgers past binnen de kern van het huidige regeerakkoord ‘Bruggen slaan’. Er wordt gestreefd naar een overheid ‘die mensen niet in de eerste plaats als consument ziet, maar als burgers die de ene keer zelfstandig, de andere keer samen de toekomst van Nederland vormgeven’. Koning Willem-Alexander doopte dit in zijn Troonrede van 2013 om tot ‘de participatiesamenleving’. Van Nederlandse burgers wordt dus een actieve houding verwacht.

Invloed uitoefenen

De gemeente Utrecht heeft recentelijk de mogelijkheden voor haar inwoners om te participeren expliciet opgenomen in de Nota Inkoop 2015-2019 ‘Waar(-de) voor ons geld’. Het bevat de mogelijkheid voor burgers om betrokken te worden bij het opstellen van het programma van eisen en bij de beoordeling van aanbiedingen. Dit wordt het right to re-define genoemd.

Inwoners krijgen dus een tweede mogelijkheid – naast die via hun vertegenwoordiging in het college van B&W – om invloed uit te oefenen op de vormgeving van een aanbesteding. Hierdoor kan er op directe wijze de nadruk worden gelegd op duurzaamheid of  prijs. Hoe dit precies in de praktijk vormgegeven gaat worden is nog onduidelijk. Het is bijvoorbeeld de vraag wie er precies input mag geven, hoe vaak en of dit raadgevend of bindend zal zijn. 

Taken overnemen

Daarnaast zijn een aantal Nederlandse gemeenten gestart met pilotprojecten over het right to challenge. Op basis van de Utrechtse Nota Inkoop mogen buurtbewoners of burgercollectieven voorstellen dat ze bepaalde taken willen overnemen van de overheid. De gemeente houdt dan geen aanbesteding, maar geeft inwoners meer verantwoordelijkheid in hun eigen buurt. Denk bijvoorbeeld aan een collectief van buurtbewoners, die het aan hun woonwijk grenzende natuurpark zelf wil gaan onderhouden.

De gemeente  wordt dan uitgedaagd om niet meer een private partij te contracteren via een aanbestedingsprocedure. Na beraadslaging van de gemeente kan het collectief de verantwoordelijkheid krijgen voor het onderhoud. Het lijkt erop dat subsidies gebruikt zullen worden om het burgercollectief financieel te compenseren. De praktijk zal echter uitwijzen dat ook hierbij – net als bij een aanbesteding – afspraken gemaakt moeten worden met de gemeente over de uitvoering, frequentie en kwaliteit van het onderhoud.

Daardoor rijst al snel de vraag of er niet toch sprake is van een aanbestedingsplichtige overheidsopdracht. Er is namelijk geen generieke uitzondering voor maatschappelijke initiatieven binnen het aanbestedingsrecht. Ook binnen de grenzen van het aanbestedingsrecht is echter veel mogelijk, zoals blijkt uit het vorig jaar uitgebrachte leaflet ‘Maatschappelijk Aanbesteden’ dat door PPRC onderzoekers is geschreven voor het ministerie van BZK. Zo biedt de Aanbestedingswet 2012 in artikel 2.18 en 2.19 bijvoorbeeld de mogelijkheid om – onder bepaalde voorwaarden – één of meer percelen buiten een aanbesteding te houden. Dergelijke percelen zouden dan door een burgercollectief uitgevoerd kunnen worden.

Geen obstakel

De participatiemaatschappij begint dus ook in de gemeentelijke inkoop gestalte te krijgen. Het recht kan dergelijke maatschappelijke ontwikkelingen soms niet bijbenen. Net als bij technologische ontwikkelingen kan het dan als obstakel werken. Dat lijkt hier niet het geval te zijn. Zolang gemeenten de wettelijke kaders van het aanbestedingsrecht niet uit het oog te verliezen, moet dat voor participatie van burgers geen sta in de weg zijn.

Willem A. Janssen    Promovendus Internationaal en Europees Aanbestedingsrecht bij het Public Procurement Research Centre (www.pprc.eu)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels