artikel

Transitievergoeding ‘omzeilen’ via faillissement of surseance

bouwbreed

Transitievergoeding ‘omzeilen’ via faillissement of surseance

Vanuit de bouwsector is er flinke kritiek geuit op de per 1 juli 2015 ingevoerde transitievergoeding. De transitievergoeding zou voor de bouw een pure lastenverzwaring zijn.

Wat daarbij extra steekt is dat diezelfde transitievergoeding ook betaald moet worden aan bijvoorbeeld:

-een werknemer die ziek is geworden en al twee jaar zijn loon doorbetaald heeft gekregen.

-een werknemer voor wie op grond van bedrijfseconomische redenen terecht een ontslagvergunning is verkregen.

Wanneer een werknemer minimaal twee jaar in dienst is en de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, is een transitievergoeding verschuldigd. In dit geval heeft een werknemer recht op een vergoeding van een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Vanaf het tiende jaar is dit een half maandsalaris per dienstjaar. De transitievergoeding bedraagt maximaal € 76.000,- bruto, of maximaal een jaarsalaris als de werknemer meer verdient dan € 76.000,-. De transitievergoeding kan dus behoorlijk hoog oplopen.

Niet verschuldigd

In de volgende gevallen wordt een uitzondering gemaakt en hoeft de werkgever geen transitievergoeding te betalen:

– Kleine werkgevers (met minder dan 25 werknemers) die in financiële problemen verkeren én aan de zeer zware criteria voor ‘habe nichts’ voldoen. Zie ook: http://www.uwv.nl/werkgevers/werknemer-en-ontslag/ik-wil-ontslag-aanvragen/detail/ontslag-via-uwv/ontslagaanvraag-wegens-bedrijfseconomische-redenen/overbruggingsregeling-transitievergoeding

– Werkgevers die in staat van faillissement zijn verklaard. Ook transitievergoedingen die voor het faillissement waren toegekend of zijn afgesproken, zijn dan niet meer verschuldigd.

– Werkgevers waar surseance van betaling aan is verleend en waar werknemers worden ontslagen. De aanspraak op de vergoeding herleeft niet als de surseance van betaling wordt opgeheven.

Gevolgen voor werknemer

In het geval van faillissement van de werkgever kan de desbetreffende ontslagen werknemer geen vordering bij de curator indienen. Wel kan de curator de betreffende werknemer met een verkorte opzegtermijn ontslaan, zonder dat bij deze opzegging een transitievergoeding is verschuldigd. Bovendien valt de transitievergoeding, net als onder het ‘oude recht’ (voor 1 juli 2015), niet onder de loongarantieregeling van het UWV. De loongarantieregeling houdt in dat de werknemers van een in betalingsonmacht verkerende werkgever via het UWV (onder meer) aanspraak kunnen maken op uitbetaling van het achterstallige salaris tot maximaal dertien weken terug vanaf de ontslagaanzegging, alsmede volledige doorbetaling van het salaris gedurende de opzegtermijn.

Omzeilen

Er bestaat dus een mogelijkheid om de transitievergoeding te ‘omzeilen’. Een reorganisatie via een doorstart na faillissement of surseance zou onder omstandigheden een oplossing kunnen zijn. De transitievergoeding is dan immers niet meer verschuldigd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels