artikel

Nakoming, opzegging, ontbinding?

bouwbreed

Nakoming, opzegging, ontbinding?

In een vonnis is een onderneemster veroordeeld tot nakoming. Opdrachtgeefster stelt nadien dat het vonnis niet is nagekomen. Zij vordert daarop ontbinding van de overeenkomst. Kan dat in dit stadium nog?

De RvA oordeelde op 8 december 2015, nr. 35.252, dat dat niet meer kan. Opdrachtgeefster heeft in eerste instantie gekozen voor nakoming van de overeenkomst. Blijkt dat het vonnis vervolgens niet wordt nageleefd, dan kan niet alsnog ontbinding gevorderd worden. In deze fase gaat het om de executoriale fase van het vonnis. Nakoming van het vonnis moet afgedwongen worden via het procesrecht. Daarbij zijn voorzieningen denkbaar als het opleggen van een dwangsom (ook al is die in eerste instantie niet gevraagd) danwel een verplichting tot betaling van een voorschot op schadevergoeding vanwege het zelf moeten uitvoeren van het herstel. Hier kwam in dit geval nog bij dat het om een GIW-vonnis ging; er werd dus beschikt over de waarborgregeling.

Bijzondere vorm van beëindiging

De ontbinding die opdrachtgeefster zocht, is een bijzondere vorm van beëindiging van de overeenkomst. De wet en de algemene voorwaarden bevatten erg veel regels betreffende de beëindiging van de overeenkomst. Het gaat in beginsel om twee vormen: opzegging of ontbinding. Dat lijkt eenvoudig, maar de regels zijn zeer gedetailleerd al naar gelang het gaat om de opdrachtgever dan wel de opdrachtnemer en om de specifieke reden.

In de praktijk worden deze beëindigingsgronden vaak door elkaar gehaald. En dat leidt tot vervelende situaties. Wie denkt als opdrachtgever te ontbinden, heeft daarbij een bepaald prijskaartje in gedachten. Blijkt echter dat de opzegging geduid wordt als een onterechte ontbinding, dan is die prijs veel hoger.

Om beter op deze situaties in te kunnen spelen organiseert het IBR op 11 februari een bijeenkomst: ‘Beëindiging in onvoltooide staat’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels